Ajax Geboekstaafd. Het voetbalboekenseizoen 2017-'18. Tekst: Hans Janssen - Ajacied

Ajax Geboekstaafd. Het voetbalboekenseizoen 2018-'19. Tekst: Hans Janssen


Ajax Geboekstaafd (Onderin staan de covers)


Deel 3: In de voetsporen van Johan Cruijff door Amsterdam.


Hoeveel boeken zijn er al niet uitgegeven over Amsterdam? Hoeveel boeken zijn er geschreven over Johan Cruijff? Kasten staan er vol mee. Een boek gewijd aan de best of both worlds, dat was er nog niet. Sytze de Boer voorziet in dit hiaat door de lezer de hoofdstad te laten verkennen aan de hand van de levenswandel van Cruijff. Zo snijdt het mes aan twee kanten: je leert Mokum door een andere bril kennen en onze eeuwige nummer 14 komt weer eens tot leven in het handige voetbalstratenboek. Voor zover we hem ooit zouden vergeten.


Waar werd ‘Jopie’ geboren? In welk deel van de stad groeiden hij en zijn (groot)ouders op? Met wie speelde, eh voetbalde hij vroeger op straat? Waar leerde hij zijn latere vrouw Danny Coster kennen? Waar kocht hij zijn auto’s (waaronder die Citroën)? Op al deze en andere prangende vragen – van Cruijff wil je in principe alles weten – geeft De Boer op luchtige en informatieve wijze antwoord. Geholpen door vaak heerlijke foto’s. In zwart-wit én in kleur. Met Cruijff afgebeeld als voetballer, maar ook in zijn trouwpak en sjiek gekleed, terwijl hij zijn eerste single signeert en geroutineerd poseert voor het ‘Lieverdje’, het beeld in zijn geboortestad dat ook zijn bijnaam draagt.


En laat de omslag van ‘Het Amsterdam van Johan Cruijff’ ook eens op je inwerken. Dat eigenwijze, jonge koppie. Zijn traditionele rood-witte shirt en op de achtergrond, vaag maar voor elke Ajacied herkenbaar, stadion De Meer met die onafscheidelijke vier letters: ajax met een bal in plaats van een punt op de j. Natuurlijk neemt De Boer de lezer mee naar Middenweg 401 in de Watergraafsmeer waar tot 1996 Ajax’ knusse onderkomen stond. Uiteraard gaat hij ook langs bij het Olympisch Stadion en de Amsterdam Arena, die eindelijk naar Johan Cruijff is genoemd. De Boer staat uiteraard ook stil bij het Stadionplein en de discussie over zijn mogelijk nieuwe naam - het Johan Cruijffplein.


De auteur maakt zelfs een uitstapje naar Vinkeveen, dat formeel niks met Amsterdam, maar wel alles met de hoofdrolspeler te maken heeft gehad. Hij woonde er immers en werd er door zijn opa mee uit vissen genomen. Het ruim 150 pagina’s tellende boek wordt afgesloten met een overzicht van alle wedstrijden die de maestro van weleer op welk veld in de hoofdstad dan ook heeft gespeeld. Vooral als Ajacied, maar ook als international en als …Feyenoorder. In al zijn bescheidenheid best een compleet boek.


Het Amsterdam van Johan Cruijff

Auteur: Sytze de Boer

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

ISBN: 978-90-468-233-61

Prijs: 17,99 euro


***


Deel 2: Hoe Louis van Gaal heel Oranje uit zijn handen liet eten.


Het was 13 juli precies vier jaar geleden dat bondscoach Louis van Gaal, zijn ‘medewerkers’ en zijn spelers op Nederlandse aarde terugkeerden van het WK in Brazilië. Van een onverwacht goed verlopen WK. Wie had immers verwacht dat Oranje er derde zou worden en in één toernooi afrekende met Spanje, Brazilië en (bijna) Argentinië? Nou ja, op één persoon na: Van Gaal zelf. Hij wist zijn 33 (!) koppen tellende crew en zijn selectie te overtuigen van zijn veelbesproken (1-3-1-4-2) tactiek. Dat de speelwijze enorm afweek van de Hollandse Voetbalschool, deed hem niets. Van Gaal wilde gewoon presteren, het maximale halen uit het – naar zijn zeggen - beste team dat hij ooit tot zijn beschikking had. Hoe dit alles tot stand kwam, wordt in ‘De hand van Van Gaal’ chronologisch en opvallend nauwgezet gereconstrueerd door Hugo Logtenberg.


De onderzoeksjournalist van NRC Handelsblad sprak met tientallen mensen die (in)direct bij het Nederlands elftal betrokken waren. Hij mocht ook appverkeer en rapporten bekijken. Verder keek hij uitzendingen terug van VI Oranje, dat Van Gaal meer dan eens op de korrel nam, en citeerde hij uit De Telegraaf, het Algemeen Dagblad en Voetbal International. De meest opmerkelijke uitspraken tekende hij zelf op: uit de monden van leden van de staf van Van Gaal, die hiervoor zijn fiat gaf, én die van een aantal spelers. Dat tekent gelijk de kracht, maar ook de makke van het boek. Immers, verscheidene personen die Logtenberg zover had gekregen om hun verhaal te doen, wilden dat enkel anoniem doen. Je blijft dus af en toe met de prangende vraag zitten van wie welke opmerking is. Voorbeeld? Eén van de internationals blijkt op de terugreis het volgende te hebben gezegd: “Nog een uurtje, jongens, dan zijn we van hem af.”


Misschien was het Wesley Sneijder wel, de middenvelder met wie Van Gaal een haat-liefdeverhouding had. De ex-Ajacied was ook de gangmaker van de groep, degene die de bondscoach van repliek durfde te dienen en die stiekem van materiaalman Carlo de Leeuw sigaretjes kreeg. Eén van de ‘onthullingen’ in het boek.


Hoe de unieke keeperswissel werd bedacht, uitgevoerd én geëvalueerd, is eveneens interessant om te lezen. Zo moest Jasper Cillissen zijn excuses aanbieden voor het feit dat de toenmalige Ajax-keeper tegen een waterzak had getrapt. Hij had boos het veld verlaten, nadat hij voor de strafschoppenserie tegen Costa Rica plaats had moeten maken voor ‘penaltykiller’ Tim Krul. Vervolgens werd heel slim besloten om een dag later tijdens een persconferentie én Cillissen én Krul achter de tafel te laten plaatsnemen. Mede door een grap van de doorgaans saaie Cillissen (“Ik zag dat Bruno het warm had”) was het veenbrandje snel geblust. Regisseur Kees Jansma lachte tevreden. Hij beleefde tijdens het evenement in Brazilië echter ook vervelende momenten, want werken met Van Gaal valt echt niet mee.


Zijn vakmanschap werd en wordt echter door niemand bewist. Zelfs Johan Derksen van VI Oranje – misschien wel de grootste criticaster van Van Gaal - ging overstag, tekent Logtenberg op. De auteur voert diverse bewijzen aan voor de uiterst consciëntieuze manier waarop Van Gaal te werk ging, waarbij de hand van de meester zichtbaar was. De wijze waarop de controlfreak zijn selectie op scherp zette voor de kleine finale van het WK, de misschien wel meest ondankbare wedstrijd in het interlandvoetbal, was veelzeggend. Eén voor één liet hij de basisspelers van het duel met Argentinië naar zijn kamer komen om hen op de man af te vragen of ze zich nog konden opladen voor de ontmoeting met Brazilië. Geen van de spelers zei nee, al lieten Sneijder en Arjen Ribben direct na de uitschakeling door Messi en co, nog weten dat die wedstrijd hen gestolen kon worden. Van Gaal legde dezelfde vraag ook voor aan de hele groep. Niemand wilde (of durfde?) zijn trainer af te vallen. Spelers willen, ondanks alles, voor hem door het vuur gaan.


Van Gaal maakt in de regel de indruk de wijsheid in pacht te hebben; soms zit zelfs hij er eens naast. In de wedstrijd tegen Argentinië stuurde hij Klaas-Jan Huntelaar het veld in als vervanger van de leeggespeelde Robin van Persie. The Hunter kon echter evenmin potten breken. Van Gaals intuïtie had hem in de steek gelaten. Had-ie maar moeten luisteren naar Danny Blind, met wie hij al jaren een twee-eenheid vormt. Zijn latere opvolger (nadat Guus Hiddink was vertrokken als bondscoach) had Memphis Depay willen brengen. Ook dat weet Logtenberg fijntjes te beschrijven.


Grappig is verder dat juist Van Gaal als enige het protocol naast zich neerlegde toen Willem Alexander en Máxima een bezoek brachten aan de Oranje-delegatie. Hij gaf de koningin tegen alle regels een kus. “Ze stond erop te wachten.” Ja ja. Een geërgerde Jansma wist wel beter en zo was en blijft er never a dull moment met Louis van Gaal.


De hand van Van Gaal

Auteur: Hugo Logtenberg

Uitgeverij: Prometeheus

ISBN: 978-90-446-3816-5

Prijs: 17,50 euro


***


Deel 1: Bert Hiddema raakt niet uitgeschreven over Johan Cruijff.


Wat heeft Bert Hiddema nog in petto over Johan Cruijff? Hij schreef al onder meer ‘Cruijff! Van Jopie tot Johan’ en ‘El Cruijff!’ om de jeugd van Ajax’ eeuwige nummer 14 uit te diepen in ‘De jonge jaren’. Deze zomer volgde ‘De magere jaren’, waarin hij Cruijffs (voetbal)leven vanaf 1973 beschrijft. Met als slotzin ‘Op zondag 6 december 1981 maakt Cruijff zijn comeback in De Meer.’


Een open eind, dat welhaast om een vervolg schreeuwt. Titelsuggestie? ‘De laatste jaren’ misschien? Och, Hiddema zal zelf voldoende kennis, inspiratie en fantasie hebben om ook van ‘deel zoveel’ een leesbaar boek te maken. Met op zijn tijd wat gevoel voor overdrijving. Op die momenten gebruikt hij citaten alsof hij er zelf bij was toen Cruijff tijdens het WK 1974 urenlang met vrouwlief Danny aan de telefoon hing. Of toen zijn gezin werd overvallen. En wat te denken van de periode waarin Cruijff het aan de stok kreeg met Danny’s vader, Cor Coster, en hem aan de kant zette om in zee te gaan met de door en door corrupte Michel Georges Basilevitch.


Cruijff krijgt pas als het (veel) te laat is in de gaten dat de Fransman met Wit-Russisch bloed hem financieel te gronde richt. De Amsterdammer had zo graag als zakenman willen slagen, maar hij ziet de claims van de Belastingdienst en de Spaanse centrale bank torenhoog oplopen. Hiddema weet zich zo in Cruijff te verplaatsen dat je bijna medelijden met hem krijgt. Anderzijds: wat was hij naïef toen zeg. Een houding die bij de voormalige ster van Ajax, Barcelona en het Nederlands elftal op het veld juist ver te zoeken was. Daar dacht hij, onder de goedkeurende blikken van trainer Rinus Michels, steeds enkele stappen vooruit, ook toen hij noodgedwongen in Amerika ging voetballen. Ellenlange en smeuïg gereconstrueerde onderhandelingen over verdiensten en lengte van de contracten gingen er overigens aan vooraf. Cruijff moest wel, omdat hij zijn schulden moest terugbetalen en toch wat voor de ‘oude dag’ wilde hebben.


Hiddema beschrijft het met passie en hij neemt de lezer in het kielzog van zijn hoofdpersoon mee naar Barcelona en naar de Nieuwe Voetbalwereld, de Verenigde Staten. De auteur stipt aan hoe Cruijff, net als vroeger in het Europese clubvoetbal, de regie naar zich toetrekt en vrijwel overal (on)gewild tweespalt zaait. Allengs wordt het eveneens duidelijk dat zijn lichaam niet meer alles aankan. Het is al een wonder dat hij na zijn 31e is doorgegaan. Cruijff hield lang vol dat hij in 1978 zou stoppen met voetbal en dat het WK in dat jaar voor hem nooit een serieuze optie is geweest. Hiddema weet het allemaal tot in de kleinste detail uit te leggen. Pijnlijk is zijn constatering dat de band tussen Cruijff en moeder Nel verre van hecht was, hij liet zelfs verstek gaan op haar crematie. Dat hij gebrouilleerd was met broer Henny was al langer bekend.


Spijtig is wel dat de ‘biograaf’ af en toe van de hak op de tak springt en dat er wat storende onvolkomenheden in zijn boek zijn geslopen. Werd er in 1973 echt tijdens een toernooi in La Coruna gestemd over het aanvoerderschap, waarbij de meerderheid koos voor Piet Keizer, of toch tijdens het traditionele trainingskamp in De Lutte? Zeker is dat Cruijffs officiële debuut in Ajax-één op 15 november 1964 was in plaats van een jaar later. Verder wordt twee keer de achternaam van Peter Arntz (speler geweest van onder meer AZ ’67 en Go Ahead) verkeerd afgedrukt. Als je hiermee in de fout gaat zou je als lezer bijna gaan twijfelen aan de vele andere feiten waarmee Hiddema op de proppen komt. Dat zal echter wel meevallen, al blijft hij op de eerste plaats een romancier, maar wel een met veel parate kennis.


P.s.: de titel van het boek slaat niet alleen op de vele sportieve en zakelijke tegenvallers die Cruijff voor de kiezen kreeg. ‘El Flaco’ (‘de magere’) was namelijk zijn bijnaam in Spanje en niet ‘El Salvador’, al beschouwde Catalonië hem ook als een politieke held.


Cruijff! De magere jaren 1973-1981

Auteur: Bert Hiddema

Uitgeverij: Xander Uitgevers

ISBN: 978-94-0160-856-5

Prijs: 19,99 euro


***


Deel 7: De andere kant van het succes en de andere kant van het leed.


Wat zou er van Rob de Wit zijn geworden als-ie in de zomer van 1986 níet was getroffen door een hersenbloeding? En welke wending had de carrière genomen van Abdelhak (iedereen mocht ‘Appie’ zeggen) Nouri wanneer hem het onheil bespaard was gebleven dat in juli 2017 een schok teweeg bracht in de voetbalwereld? We zullen het nooit weten. De Wit probeerde al dan niet tegen beter weten in een rentree te maken; Nouri zal waarschijnlijk nooit meer een stap kunnen zetten, op welke manier dan ook.


Deze en twaalf andere voetbaltragedies worden uitvoerig beschreven in ‘De andere kant van het succes’. Youri van den Busken had er sentimentele verhalen van kunnen maken en het verdriet dat (top)sporters en hun naasten is overkomen aan kunnen dikken. De ex-journalist van De Telegraaf en Voetbal International weet echter de juiste, gepaste toon aan te slaan. Ook geeft hij alle ruimte aan nabestaanden en/of andere betrokkenen die vaak jaren na dato nog worstelen met gevoelens van verdriet en wanhoop.


Van den Busken wijst tegelijkertijd op de andere kant van het leed. Er ontstaat zowaar ‘verbroedering als de dood zich warmloopt.’ Die bleef wonderwel op grote schaal uit na de SLM-ramp, waarbij onder anderen Ajax’ toenmalige reservekeeper Lloyd Doesburg om het leven kwam. De solidariteit was veel groter in de periode dat bekend werd dat dochter Anouk van Ajax’ huidige assistent-trainer Alfred Schreuder een hersenstamtumor had. Ineens toonden fans van clubs zich loyaal en werd rivaliteit (oke voor even dan) opzij gezet. Aandoenlijk waren de momenten dat er vanaf de tribunes tientallen knuffels op het veld werden gegooid.


Het plotselinge overlijden van FC Utrecht-verdediger David di Tommaso leidde eveneens tot onverwachte momenten. Wesley Sneijder kwam hem een laatste eer bewijzen wat enorm werd gewaardeerd in de Domstad waar Ajax zo gehaat wordt. Misschien wel de allergrootste samensmelting van emoties ontstond nadat een mensenmassa zich had verzameld voor de ouderlijke woning van Nouri in Amsterdam-West. Jong en oud, autochtoon en allochtoon, moslim en christen, Ajax-fan en Feyenoord-aanhanger: heel Nederland (en velen daarbuiten) leefde mee met het drama rondom Ajax’ nummer 34.


Hoe triest is het dan ook dat de leiding van de club en Nouri’s familie nog steeds aan het bakkeleien zijn over de aansprakelijkheid. Van den Busken houdt zich wijselijk buiten deze discussie, zoals de schuldvraag in vrijwel alle hoofdstukken nauwelijks wordt gesteld. Hier is ook alle reden voor, omdat in de meeste van de beschreven gevallen sprake was van toeval, domme pech, het noodlot, een genetische afwijking of wie weet zelfs een mate van voorbestemming.


Overigens heeft Ajax zich ten aanzien van Nouri al van een goede zijde laten zien door de eigen prijs voor het Talent van de Toekomst naar hem te noemen. In ‘De andere kant van het succes’ overigens nauwelijks een kwaad woord over de club. Sterker nog: ze organiseerde in het verleden een benefietwedstrijd ten bate van Willy Dullens, die door een zware blessure veel te jong moest stoppen met voetballen en in zijn tijd meer kwaliteiten werden toegedicht dan …Johan Cruijff. Ook voor Nico Rijnders werd een speciaal duel op touw gezet. Helaas heeft de oud-Ajacied er amper van kunnen ‘profiteren’. Hij overleed in 1976 aan hartfalen en mocht slechts 28 jaar worden.


De andere kant van het succes

Voetbaltragiek in de lage landen

Auteur: Yoeri van den Busken

Uitgeverij: Just Publishers

ISBN: 978-90-897-5742-5

Prijs: 19,99 euro


***


Deel 6: Cruijff, 14 - Bijzondere ontmoetingen met het fenomeen.


Johan Cruijff zette als voetballer, trainer, technisch directeur en mens menigeen op het verkeerde been. Met zijn bewegingen en zijn uitspraken. Zo zullen velen zich hem herinneren. Maar bij vrijwel iedereen overheerst een positief gevoel wanneer naar zijn of haar ervaringen met het te vroeg overleden orakel wordt gevraagd. Zo ook in ‘Cruijff 14 - Bijzondere ontmoetingen met het fenomeen.’


Het onlangs gepresenteerde boek is vooral het werk van Maarten Bax. Afgaande op de titel zou je denken dat er slechts veertien ‘bijzondere ontmoetingen’ zijn opgenomen. Nee hoor, veel meer en dan nog zijn het er niet genoeg. Over Cruijff wil je alles en altijd blijven lezen. En bewaren, zo laten enkele mensen weten. Dat zijn de verzamelaars, die echt alles dat ze van Cruijff gevonden hebben koesteren en terecht zo trots als een pauw verhalen over het moment dat ze een handdruk, compliment en/of handtekening van de meester zelf hebben gekregen. Over het algemeen wordt met plezier teruggekeken op vooral de ‘gewone’ wijze waarmee Cruijff hen tegemoet trad. Jasper Hagenbeek zal nooit vergeten dat hij zomaar onder de lat mocht staan bij Barcelona, toen de selectie onder leiding van Cruijff in ons land haar tenten had opgeslagen. En dat diezelfde Cruijff hem achterop de fiets naar de training bracht. Rolf Grootenboer is de enige die in meer dan één hoofdstuk zijn bewondering niet onder stoelen of banken steekt. Met reden: hij groeide op met Cruijff en werd zijn beste vriend. Grootenboer: “Ik mis hem nog dagelijks.”


Tv-presentator Art Rooijakkers denkt ook nog wel eens aan hem. Tijdens de opnamen van een item voor AT5, waar hij net als freelancer was aangenomen, tikte Cruijff hem op de schouders. Hij wilde best een quoot geven. Rooijakkers wees het verzoek vriendelijk af, maar werd direct geschorst door de omroepleiding. Hoe had hij het in zijn hoofd gehaald om Cruijff niet in zijn item op te nemen? Uiteindelijk heeft Rooijakkers’ loopbaan er niet onder geleden, zoals ook Cruijff meer dan voldoende podia heeft gehad om zijn mening te verkondigen.


Niets dan goeds over hem? Nou, er wordt ook subtiel gewezen op Cruijffs betweterigheid, zijn ‘eeuwige gezeik’ en het feit dat hij overal verstand van heeft (van koken tot biljarten). Da’s logisch.


Een aantal foto’s in het boek is van Stanley Gontha, die bovendien over de maestro van weleer zelf ook aan het woord komt. Gontha heeft in het verleden onder meer foto’s geleverd aan het magazine van De Ajacied. Voor dit blad mocht ik Cruijff ook eens interviewen. Samen met onze toenmalige fotograaf Marco van Harn zouden we hem spreken in Barcelona, in Nou Camp. Even schrokken we, want er was wat tussen gekomen. Geen probleem: Cruijff haalde ons op in zijn stationcar, zette ons af op een terras, ging een boodschap doen en kwam even later op een terras tegenover ons zitten. Hoezo gewoon gebleven? Het werd een onvergetelijk interview.


Cruijff, 14 - Bijzondere ontmoetingen met het fenomeen

Auteurs: Maarten Bax, Vrougje Fikke e.a.

Uitgeverij: Eye4Sports

ISBN: 978-90-816203-3-8

Prijs: 14,98 euro


***


Deel 5: ‘Officiële Jaarboek’ dikker dan ooit en historisch verantwoord.


Er kan veel gebeuren in een jaar tijd. Ga maar na, in december 2016 stond Siem de Jong nog onder contract bij …PSV. En deed hij in de Amsterdam Arena, zijn stadion toch, als invaller zijn vorige club, Ajax dus, met een late gelijkmaker pijn.


Iets meer dan een jaar later kwam De Jong andermaal als wisselspeler in het veld. Nu in het enige shirt dat hem in ons land staat, dat van Ajax. Dit gebeurde in de veelbesproken bekerwedstrijd tegen FC Twente. Hoe gelukkig zijn optreden als uitzendkracht bij PSV was, hoe op zijn zachtst gezegd ongewoon ongelukkig was zijn inbreng in het cupduel in Enschede, dat met de uitschakeling na strafschoppen definitief het einde betekende van Marcel Keizer als trainer van Ajax.


Dat ontslag en de (overigens zeldzaam) ontluisterende invalbeurt van De Jong zullen ongetwijfeld terugkomen in nummer 26 van ‘Het officiële jaarboek’ van Ajax. Dit soort feiten, positief dan wel negatief, maken dit boekwerk jaar in jaar uit het hebben en lezen waard. Van A tot X. Werkelijk alles wat er toe doet passeert de revue. Op een manier bovendien die met het jaar boeiender, uitvoeriger en luxeuzer lijkt dan de voorgaande edities.


De zilveren uitgave, die overigens al enige tijd uit is, is bovendien dikker dan ooit. Nummer 25 (dat nog geen 25 euro kost) heeft dan ook wat te bieden. Het is een mix geworden van actuele en historische wetenswaardigheden. Dit jaarboek is namelijk ook het eerste deel van de Ajax-geschiedenis. In verhalen, foto’s (zwart wit en kleur) én cijfers, want in zo’n standaardwerk mogen statistische gegevens evenmin ontbreken. Wat dat verleden betreft richten de samenstellers van het jaarboek, kenners van de voetbalsport in het algemeen en van Ajax in het bijzonder, zich op de periode 1900-1954. Tal van bekende en minder bekende Ajacieden worden kort of uitvoerig beschreven, net als natuurlijk hun trainers, Jack Reynolds voorop. De Engelsman was tussen 1918 en 1947 betrokken bij alle acht de landskampioenschappen die de rood-witten in die periode behaalden. Rinus Michels en Louis van Gaal waren later, in hun tijd, ook erg succesvol, maar nationaal gezien konden ze niet tippen aan Reynolds.


Voor Peter Bosz zal het winnen van een prijs met Ajax in binnen- of buitenland voor altijd denkelijk een illusie blijven. Hij was er vorig seizoen dichtbij. In de strijd om de nationale titel, én, tot verrassing van vriend en vijand, in het Europa-Leaguetoernooi. De trainer wist Ajax met gedurfd voetbal (en wat geluk) weer op de kaart te zetten; een tastbaar resultaat bleef echter uit. Respectievelijk Feyenoord en Manchester United gingen met de hoogste eer strijken. Moreel mag Ajax zich, voor wat het waard is, wel winnaar voelen. Vandaar dat in het jaarboek wordt gerept van een ‘fantastisch seizoen’ en hieraan is eigenlijk geen woord gelogen, al is vier jaar zonder prijs allesbehalve Ajax-waardig . De complimenten aan het adres van Bosz zijn desondanks op hun plaats: de man met het Feyenoord-verleden slaagde erin het vertrouwde Ajax-spel, dat de laatste jaren onder Frank de Boer aan het wegkwijnen was, nieuw leven in te blazen.


Deze ontwikkeling wordt op de voet gevolgd in het jaarboek. Een ontwikkeling die ten koste ging van eigen kwekelingen als Jaïro Riedewald en Kenny Tete, maar anderzijds wel de ruimte bood aan talenten als met name Matthijs de Ligt en Kasper Dolberg. We zien ook de opkomst van andere spelers die op De Toekomst zijn opgeleid, onder wie Frenkie de Jong en Abdelhak Nouri. Verder lezen we hoe belangrijk de inbreng is geweest van de inmiddels vertrokken Davy Klaassen en Davinson Sánchez. Ook Bosz is alweer een voorbijganger gebleken, in de voetballerij kan echt alles, en zelfs zijn plotselinge vertrek wordt aangestipt, zij het summier gezien de deadline van het boek.


Maar, er gebeurt/gebeurde het afgelopen seizoen natuurlijk veel meer in en om de Amsterdam Arena. Wat te denken van het vrouwenteam, dat voor het eerst in de clubhistorie de landstitel en de KNVB-beker won. Of Jong Ajax, dat zulk leuk en aantrekkelijk voetbal laat zien. Goh, wie was toen ook alweer de trainer van dat beloftenteam?


Helaas waren er ook trieste momenten. Zo moest afscheid worden genomen van diverse clubcoryfeeën. Zij krijgen in het hoofdstuk ‘In memoriam’ een aparte vermelding. Aandacht die hen toekomt, omdat Ajax mede door onder anderen Ton Pronk, Gert Bals en Ger van Mourik zo groot is geworden. De meeste aandacht gaat vanzelfsprekend uit naar Piet Keizer, die op 10 februari 2017 overleed. Hij wordt geëerd met een mooi, maar wel erg kort stukje tekst. Gelukkig vergoeden de foto’s veel. Foto’s met daarop een lachende, een slalommende, een wijzende en een onnavolgbare nummer 11.


Het officiële Ajax jaarboek 2016-2017

Historisch deel 1900-1954

Auteurs: Monique Janse, Ronald Jonges, Gerben Oostdam, Matty Verkamman en Evert Vermeer

Uitgeverij: Kick Uitgevers

ISBN: 978-94-915-5515-2

Prijs: 24,50 euro


***


Deel 4: Ajacieden mogen niet ontbreken in alternatieve Magical Mystery voetbaltour van Hard gras.


Ever heard of Luke ‘Sonny’ Pike? Shame on you!

Nee hoor, zelfs bij de meest doorgewinterde Ajax-fan zal geen lampje gaan branden wanneer je hem of haar deze naam voorlegt. Is dus helemaal geen schande. Toch heeft de nu 34-jarige Brit wel degelijk wat met Ajax (gehad). Hij werd ooit, tijdens de glorieperiode onder Louis van Gaal, uitgenodigd voor één van de vele instuiven die de club jaarlijks organiseert. Dat op zich was al bijzonder, omdat in de regel hiervoor alleen talentjes uit Amsterdam en directe omgeving werden en worden uitgenodigd. Toenmalig hoofdscout Ton Pronk zag het, afgaande op een filmpje, wel zitten in het ‘wonderkind’ uit Londen-Enfield.


Er werden zowaar vervolgafspraken gemaakt, maar kleine Sonny werd nooit een grote, noch bij Ajax noch bij welke andere club dan ook. Pa maakte zijn zoon groter dan hij was, sleepte hem overal naar toe, inclusief ‘de media’. De BBC zond zelfs een radiodocumentaire uit - met de typisch Engelse titel ‘Father & Sonny’. Pa had echter niet in de gaten (of wilde dat niet zien) dat zijn gepush bij steeds minder mensen in goede aarde viel en dat zijn oogappel door bijvoorbeeld ouders van tegenstanders werd verketterd. Zo kon het gebeuren dat ‘Sonny’ plotsklaps met voetballen stopte. Vader en zoon hebben elkaar nooit meer gezien.


Het is nu een jaar of 25 later, Pike heeft nog wel tegen de bal getrapt, bij wat lagere teams, was zelfs trainer, van nog mindere clubs, maar een ‘soccer sensation’ is hij nooit geworden. Zijn baan als taxichauffeur heeft hij opgezegd, niet omdat hij het werken of leven moe was; wel, om bij clubs zijn verhaal te vertellen over hoe het zo mis kon gaan bij hem (en vele anderen). Mogelijk komt er ook een boek uit over zijn ervaringen. Zo is zijn korte flirt met Ajax toch ergens goed voor geweest.


Het verhaal is te lezen in Hard gras, dat verder onder meer een artikel heeft over Abdelhak Nouri. Niet over hoe het nu met hem is (wat de Volkskrant en het Algemeen Dagblad de afgelopen week deden), wel over de B1 van Ajax waarmee hij toen al naam maakte. Dit is veel meer dan jeugdsentiment. Het doet pijn om te lezen hoe goed Nouri toen was, al zullen we nooit weten, wat Ronald de Boer toen al zei, of hij echt de absolute top zou hebben gehaald. Overigens is van dat juniorenteam alleen Donny van de Beek uitgegroeid tot een basiskracht in het eerste elftal. Dat zegt misschien genoeg.


Hoe lang Van de Beek Ajacied zal blijven is eveneens de vraag. Het zou mooi zijn, maar dat hij net als Francesco Totti zijn hele leven lang één en dezelfde club, Ajax dus, trouw zal blijven? Ik waag het te betwijfelen. Aan diezelfde Totti is trouwens in het voetbaltijdschrift voor lezers ook een prachtig artikel gewijd. En terecht: wat een voetbalmonument. Totti per sempre.


Eén van de meest originele bijdragen in Hard gras, los van de vaste, vaak ludieke rubrieken, gaat overigens over bebrilde voetbaliconen. Een bijna vergeten categorie, maar zelfs Ajax heeft spelers op de loonlijst gehad die een bril droegen. Joop Stoffelen en Jan van Diepenbeek bijvoorbeeld, al moeten we dan wel erg ver terug in de tijd. Edgar Davids dan. Een andere Ajacied werd juist ‘beroemd’ door zijn … contactlenzen. Bertus Hoogerman is zijn naam. De keeper kreeg in 1964, tijdens de klassieker tegen Feyenoord (9-4 verlies), vijf treffers om de oren. Hij zou per ongeluk de lenzen van zijn vrouw in hebben gedaan. Zes weken lang werd niet met Hoogerman gesproken. Dan ben je echt gezien…


Hard gras, nummer116

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 978-90-263-3883-0

Prijs: 9,95 euro


***


Deel 3: Bas Nijhuis deelt in biografie sneren uit aan Sjaak Swart, Frank de Boer en Carlo l’Ami.


Zoals wel meer scheidsrechters krijgt Bas Nijhuis het nodige naar zijn hoofd geslingerd. Vanaf de tribunes, de zijlijn of van spelers of supporters. Maar van ‘hangjas’ had hij nog nooit gehoord toen Sjaak Swart hem hiervoor begin dit jaar uitmaakte. Volgens ‘Mister Ajax’ onthield hij zijn club in de uitwedstrijd tegen FC Groningen twee penalty’s. En dan ben je in de ogen van Swart een nietsnut. ‘Hangjas’ blijkt jeugdtaal te zijn voor zo’n iemand. Nijhuis zou Nijhuis niet zijn als-ie dit over zich heen laat gaan. “Zie je wel dat ik Ajax een strafschop kan geven”, foeterde hij in de richting van de eeuwig jonge Swart toen hij eens een wedstrijd van Lucky Ajax moest leiden.


Het is één van de vele over het algemeen best smakelijke anekdotes in ‘Niet zeiken, voetballen!’, de biografie van Nijhuis, die onlangs uitkwam. Het is wellicht moeilijk voor te stellen, maar ooit was hij een bedeesd, ja zelfs verlegen ventje. Kijk eens hoe de arbiter is veranderd. Nederlands nummer drie, achter Björn Kuipers en Danny Makkelie, laat niet (meer) met zich sollen. Gaat zowel binnen als buiten de lijn zijn eigen weg. De kritiek op zijn karakteristieke fluitstijl neemt hij op de koop toe. Over de titel van het boek is duidelijk nagedacht. Recent werd Ronald Koeman, toen hij nog op de loonlijst stond bij het Engelse Everton, door Nijhuis op zijn nummer gezet.


Koeman was ooit trainer van Ajax, net als Frank de Boer. Nijhuis noemt hem een uiterst correct type, maar fijntjes wordt de voormalige kampioenenmaker toch op zijn nummer gezet. Het was na een uitduel met AZ dat De Boer keurig als altijd het arbitrale trio een hand gaf. Ondertussen tikte hij Carlo l’Ami aan, waarna de keeperstrainer een scheldpartij van jewelste afstak. Nijhuis spreekt van een ‘kwestie van slim delegeren van De Boer’. Over L’Ami is-ie ook duidelijk: “(…)die is met zijn woede-uitbarstingen vaker een pain in the ass van de scheidsrechter.”


Nijhuis schrijft ook over Theo Janssen. De voormalige middenvelder van De Boer stond een week voor een wedstrijd tegen PSV op scherp en hij hoopte dat Nijhuis hem zou ontzien. Geel zou schorsing betekenen. Toch: toen de scheids op een bepaald moment niet om geel heen kon, was Janssen niet zo rouwig als je zou verwachten. De Boer wilde namelijk dat hij iets definitiever ging spelen. Janssen zou daarop het volgende hebben gezegd: “Als die De Boer tegen PSV op deze manier wil voetballer, dan doet-ie dat lekker zonder mij.”


Pijnlijk is de confrontatie van de geboren Enschedeër met een man in een rolstoel, die hem voor een Feyenoord - Ajax in De Kuip eerst nog vriendelijk ‘Hey Bas!’ toeriep en hem daarop enorm uitschold. Je maakt wat mee als scheidsrechter. Nog twee bijzondere Ajax-wedstrijden? Het cuptreffen van zes jaar geleden met AZ bijvoorbeeld, dat werd ontsierd door een fan, die het veld was opgestormd en daarna werd geschopt door de Alkmaarse doelman Esteban Alvarado. Nijhuis stuurde de keeper weg. Op zich was dit helemaal conform de regels, maar achteraf had hij beter eerst de spelers naar binnen moeten sturen en vervolgens rood moeten tonen, zo zegt de ‘Tukker’ nu. IJdel als-ie zo is, merkt hij op dat het incident ‘ons beiden mondiaal op de kaart had gezet.’ Je kunt maar ergens trots op zijn.


Een ander opvallend duel, dat op zijn cv staat, is de KNVB-bekerfinale die Ajax in 2014 met 5-1 verloor van PEC Zwolle. De ref had vooral te doen met de …o zo zuinige grasmeester van de Rotterdamse Kuip waar deze bijzondere eindstrijd werd gespeeld. Nijhuis heeft geen moment spijt gehad van zijn beslissing om na de uit de hand gelopen vuurwerkshow van de Ajax-fans een afkoelingsperiode in te lassen. Nijhuis over die supporters: “Zij bewezen Ajax een zeer slechte dienst, juist op het moment dat er een prijs viel te winnen.” En daar is geen woord aan gelogen.


Nijhuis is blij dat scheidsrechters in ons land de kans krijgen hun mening te geven. Zo kon iedereen van Eric Braamhaar te horen krijgen waarom hij in 2007 tijdens PSV – Ajax (1-5) een Lee-Towersachtig juichgebaar maakte na de vijfde Amsterdamse treffer. Niet omdat hij voor Ajax zou zijn, maar omdat zijn besluit om de voordeelregel toe te passen goed was uitgepakt. Daarmee was voor de buitenwacht de zaak afgedaan. Niet voor Braamhaars collega’s. Nijhuis gooide er tijdens een training op het KNVB-sportcentrum in Zeist zelfs een buikschuiver uit om zo duidelijk te maken hoe hij bij een vergelijkbaar geval gaat reageren. Hoezo humor?


Nijhuis noemt in zijn boek man en paard, met name in het eerste deel van de biografie dat met de meest diverse anekdotes uit binnen- en buitenland wordt gevuld. Zo komt hij uitgebreid terug op PSV – Feyenoord van oktober 2010, inderdaad die 10-0-wedstrijd. Verderop in het boek, dat het niet van zijn structuur moet hebben, is er ruimte voor wat thematische hoofdstukken, waaruit blijkt dat de eigenaar van een bakkerij in Haaksbergen zowaar socialer en grappiger is dan je denkt. Ook is de slagerszoon een enorme dierenvriend: in en om zijn huis leven, hou je vast, wel honderd beesten. Eén van de dieren die hij koestert is Henk de Haan, een grote parmantige haan met kleurrijke verentooi. Dat is logisch, zal elke lezer beamen.


Bas Nijhuis/Niet zeiken, voetballen!

Auteur: Eddy van der Ley

Uitgeverij: Overamstel Uitgevers/Voetbal Inside

ISBN: 978-90-488-3471-6

Prijs: 19,99 euro


***


Deel 2: Salo Muller Ajacied voor het leven, maar sommige dingen slijten niet.


Onvermoeibaar. Innemend. Sociaal. Ongecompliceerd. Vraag je mensen die hem kennen om Salo Muller te beschrijven, dan zullen ze deze karaktertrekken van harte onderstrepen. De toenmalige verzorger van Ajax hoopt in februari 82 te worden, maar de tijd lijkt geen greep op de Amsterdammer te krijgen. Hoe anders is het te verklaren dat zondag, in samenwerking met uitgeverij Verbum, weer een boek van hem is gepresenteerd (een familiekroniek over de Joodse familie Nunes Vaz)? Weer, onder meer, omdat hij jaren geleden zijn herinneringen gedurende de trieste oorlogsjaren had beschreven in ‘Tot vanavond en lief zijn hoor’. En, weer, omdat onlangs bij Uitgeverij Just Publishers een aangepaste versie uitkwam van zijn ‘Mijn Ajaxjaren’. Bovendien is zijn schrijflust, zijn enthousiasme om verhalen te vertellen, nog lang niet gestild.


‘Mijn Ajaxjaren’ was en is een buitengemeen persoonlijke kijk van Muller op de periode waarin hij zijn club diende. De jaren tussen 1958 en 1973. Een tijd waarin hij zich binnen de kortste keren tot een geliefde en onmisbare steunpilaar ontwikkelde. De tijd ook die de voetbalgeschiedenis zijn ingegaan als de Gouden Jaren van Ajax. Dank zij trainer Rinus Michels en spelers als Johan Cruijff, Piet Keizer, Heinz Stuy en Sjaak Swart. Dat Michels’ manschappen zo goed konden presteren was mede de verdienste van de medische staf van de club, hoe belachelijk primitief de werkomstandigheden voor Muller waren. In de ‘2.0’-editie van zijn terugblik maakt hij een vergelijking met de huidige mogelijkheden, die onbegrensd lijken, maar toch niet kunnen voorkomen dat het herstel van spelers na een blessure te veel tijd in beslag neemt. Althans, volgens Muller, die ook vraagtekens zet bij de wetenschappelijke benadering waarvoor Ajax heeft gekozen.


Muller was in de jaren zestig en zeventig vertrouwens- en talisman tegelijk. Spelers liepen met hem weg. Ze konden bij wijze van spreken dag en nacht bij hem terecht. De relatie met Keizer was zelfs zodanig dat Muller hem ‘mijn broertje’ noemde. In zijn nieuwste boek kan hij helaas niet om de dood van de voormalige nummer 11 heen, zoals meer hoofdrolspelers uit die goede oude tijd te vroeg zijn weggevallen. Ga maar na: Velibor Vasovic, Gerrie Kleton, Gerrie Mühren, Johan Cruijff, Michels, Bobby Haarms. Hen kon Muller, hoe zwaar ook, nog een laatste groet brengen; van zijn ouders en andere familieleden die hij (als gevolg van de Holocaust) verloor heeft hij nooit afscheid kunnen nemen.


Terug naar Ajax: de reeks uitstekende resultaten maskeerde de nodige interne strubbelingen en kleedkamergeheimen. Bijvoorbeeld rondom Cruijff, wiens knieblessure veel ophef veroorzaakte. Muller doet uit de doeken wat er allemaal, naar zijn mening, aan de hand was. Hij wijdt ook een hoofdstuk aan de veelbesproken knie van de man die als opvolger van de ‘nummer 14’ werd aangetrokken: Jan Mulder. De rasverteller windt er geen doekjes om en laat ook geen mogelijkheid onbelet om te vertellen dat hij moest zien te roeien met de riemen die hij had. En met het beetje geld, dat Ajax voor hem over had. Het blijft te gek voor woorden dat het bestuur van de Amsterdamse club amper wilde investeren in betere omstandigheden voor Muller en dat de man met wie hij jarenlang samenwerkte, John Rolink, hierbij ook een kwalijke rol speelde. In 1972 was voor Muller de maat vol: hij brak met de club. Het feit dat voetballers nadien en ook nadat ze zelf bij Ajax waren vertrokken toch nog geregeld op hem een beroep deden en doen, spreekt voor zich.


Enigszins gefrustreerd mag je Muller noemen: “Hoewel [de toenmalige voorzitter] Jaap van Praag altijd heeft gezegd dat ik bij AJAX hoor en er levenslang bij betrokken moet blijven, heb ik inhoudelijk niets meer met de club te maken. Dat is jammer.” Rancune is bij hem echter ver te zoeken. Sterker nog: hij blijft “enorm trots” op zíjn club en mist in principe geen thuiswedstrijd van Ajax. Eens een Ajacied, altijd een Ajacied, besluit hij in ‘Mijn Ajaxjaren’. Positief dus, zoals we hem kennen.


Mijn Ajaxjaren

Salo Muller

Uitgeverij: Jong Publishers

ISBN: 97890-8975-502-5

Prijs: 19,95 euro



***


Deel 1: De Italiaanse avonturen van Ruud Krol, Marco van Basten en Dennis Bergkamp.


Het duurde even na hun entree in de Serie A, maar daarna was het voor Ruud Krol én Marco van Basten overwegend veni, vidi, vici. Dennis Bergkamp, die tegelijk met Wim Jonk de overstap maakte naar Inter Milan, maakte zijn heldenstatus in Italië daarentegen nauwelijks waar.


Zijn hart lag bij Ajax, maar vooral in Engeland. Bij Arsenal met name. Juist deze week werd bekend dat kijkers van de BBC zijn legendarische treffer, als ‘Gunner’ tegen Newcastle United in 2002, hebben aangewezen als mooiste doelpunt aller tijden in de Premier League. Kan iemand zich zulke wonderschone treffers in Italië herinneren van ‘mooie Denise’, zoals hij schamper werd genoemd in Milaan? Nee toch? Zijn twee jaar bij de Nerazzurri zullen weinige mensen bij zijn gebleven. Wat Bergkamps toenmalige trainer Osvaldo Bagnoli ook probeerde: de aanvaller was niet te doorgronden en kon maar geen stempel drukken op het spel van de rivaal van AC Milan. Luigi Garlando deed in 2003 een manmoedige poging het mysterie Bergkamp te ontrafelen. Tevergeefs. Het is één van de meest lezenswaardige verhalen in ‘Forza Italia’, het nieuwste, themanummer van Hard gras.


Bergkamp was niet de eerste Ajacied, die zijn geluk in Italië is gaan beproeven en al helemaal niet de laatste. Tegenwoordig komt onder anderen Ricardo Kishna uit voor een Italiaanse club. Hij zal echter nooit de status bereiken die ex-Ajacieden als Krol en Van Basten in hun glorieperiode hadden bij respectievelijk AS Napoli en AC Milan. Beiden zijn er helden voor het leven. In tegenstelling tot Van Basten werd Krol nooit Italiaans kampioen. Wel eindigde de verdediger in zijn eerste seizoen met zijn team als derde en kwam hij als beste buitenlander in de competitie uit de bus. De ‘blauwe tulp’ hield van Napels. En andersom. Maar, om met Guiliano Pavone te spreken, in zijn vierde en laatste jaar werden de parabolen van de voet van Crollo duidelijk van mindere kwaliteit en inmiddels moest zijn krediet, van een schitterende carrière en ongeëvenaarde klasse, het afleggen tegen de gegevens in zijn paspoort en de restanten van een nare blessure.


Lichamelijke ongemakken, daar weet Van Basten alles van. Zijn verblijf bij de Rossoneri stond in de schaduw van zijn ploeggenoot Ruud Gullit, maar was toch onvergetelijk. Vanwege zijn (gesloten) karakter en zijn ongeëvenaarde kwaliteiten. Omdat hij in zijn eerste jaar zes maanden miste en de fans aan hem begonnen te twijfelen. Maar de nummer 9 kwam sterk terug en beleefde een miraculeuze rentree in Oranje. Inclusief zijn ongekende optreden tijdens het EK van 1988. En dan moet je weten dat de met een pijnlijke enkel kampende Van Basten serieus overwoog zich te laten afkeuren, zo schrijft Zeger van Hegerwaarden in zijn bijdrage, die overigens het tweede hoofdstuk is van het boek ‘San Marco, Italiaanse jaren van Marco van Basten’. Haptonoom Ted Troost bood uitkomst en de rest is geschiedenis. Van Basten zette in 1995 definitief een punt achter zijn loopbaan.


Andere hoofdstukken van ‘Forza Italia’ gaan onder anderen over Wesley Sneijder en ja hoor ook over Francesco Totti, het levende monument dat eind vorig seizoen zijn loopbaan afsloot. Bij AS Roma, maar dat spreekt voor zich.


Eerder deze zomer kwam er al een Spaans getinte editie uit van Hard gras. Voor in de winterstop of volgend jaar zomer stel ik een special over Frankrijk (‘Allez les bleus’) of Duitsland voor. Het moet de redactie van het voetbaltijdschrift voor lezers weinig moeite kosten ook hiervoor voldoende artikelen te vinden.


Hard gras/Forza Italia

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos uitgevers

ISBN: 978-90-263-3977-4

Prijs: 15,00 euro


***


Deel 10 en slot: Terug naar de historische uithaal van Dani in het Estadio Vicente Calderon.


We schrijven 19 maart 1997. Ajax heeft het in Spanje niet makkelijk tegen Atlético Madrid. Na negentig minuten staat het 1-1 in deze kwartfinale van de Champions League. Dat wordt dus verlengen, omdat de heenwedstrijd in Amsterdam met diezelfde stand was afgesloten.


Mede door een geweldige uithaal van Daniel da Cruz Carvalho - we mochten in die tijd allemaal Dani zeggen – won Ajax met 2-3. De Portugees kreeg de bal op aangeven van Nordin Wooter voor zijn linkervoet en krulde de bal in één tijd met een fenomenale volley in de voor hem rechterhoek van het Atlético-doel. Het werd nog wel 2-2, maar Tijjana Babangida maakte aan alle onzekerheid een eind. Hoe? Dat weet ik niet meer; de treffer van mooie Dani in Madrid zullen de meeste Ajax-fans echter nooit meer vergeten. .


Atlético - Ajax van ruim twintig jaar geleden alweer was één van de vele opwindende duels die gedurende ruim vijftig jaar zijn gespeeld in het Estadio Vicente Calderon. Gelukkig hebben we de foto’s, films en andere herinneringen nog, want het stadion is niet meer. Althans, vaste bespeler Atlético speelt vanaf komend seizoen in het volledig nieuwe Wanda Metropolitano. De vernieuwing zet zich dus ook door bij de tweede club van de Spaanse hoofdstad.


Reden genoeg om hieraan een hoofdstuk te wijden in het nieuwste, Spaans getinte nummer van Hard gras. De melancholie druipt er vanaf. Edwin Winkels, uiteraard hij, ging terug in de tijd met mensen in de buurt. Die met name het ergste vrezen voor de barretjes, die de ware voetbalsfeer en de klandizie gaan missen.


Winkels meldt ook, wat veel mensen niet weten, dat onder de zuidtribune van het naar de zeer succesvolle voorzitter Vicente Caldéron genoemde stadion, kluizen liggen. Niet, wat je zou denken, vol met geld van Jésus Gil y Gil, de overleden voormalige puissant rijke en omstreden opvolger van Caldéron. Wel met urnen met hierin de as van supporters waarvoor 1500 tot 4000 euro is neergeteld, voor een periode van 25 jaar.


Het zal allemaal mee gaan verhuizen naar de nieuwe accommodatie, die Madrid graag als olympisch stadion had willen gebruiken. Helaas: tot drie keer toe greep de Spaanse hoofdstad naast de olympische organisatie.


Wanda is overigens niet de naam van een vrouwelijke beschermheilige. Het verwijst naar de vele euro’s, die de Chinese vastgoedgigant Wanda in het complex heeft gestort. Dat God/religie op andere plekken in het Spaanse voetbal wel een nog erg grote rol speelt, blijkt uit een ander artikel in Hard gras. Aparte aandacht is er ook voor Diego Simeone, de succesvolle trainer van Los Rojiblancos.


Net als voor Roberto Carlos. Thomas Heerma van Voss is weliswaar Ajax-fan, maar hij was idolaat van de Braziliaan. Met de nadruk op ‘was’, want het heeft de schrijver pijn gedaan hoe de loopbaan van de voormalig international van Real Madrid ontaardde. En dat de tomeloos enthousiaste linksback van weleer uiteindelijk tweederangs manager werd van doorgaans vrij harde ploegen. Het maakt Thomas’ hunkering naar helden des te groter.


Buiten kijf de meest grappige bijdrage in de jongste Hard gras is de uitwerking van het gesprek dat Marcel van Roosmalen had met Sierd de Vos. Inclusief restauranttips van ‘El Sierd’. Smakelijk lachen heet dat!


Hard gras, nummer 114

Speciaal Spanje nummer

Auteurs: diverse

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 978-90-263-3881-6

Prijs 9,95 euro


***


Deel 9: Het verhaal van Oranje ofwel ‘Het eeuwige gezeik’.


Het is gewoon nooit goed he. Altijd weer valt er wel iets te mekkeren als het over Oranje gaat. Hoeveel bondscoaches heeft Nederland eigenlijk? Te veel om op te noemen, zou je denken, want iedereen heeft wel een mening over onze jongens. Hoe ze moe(s)ten spelen, wie wel of niet geselecteerd moe(s)t worden en uiteraard wie er voor de groep moe(s)t staan. En wie vooral niet.


Dat gejammer en gezeur lijkt van alle tijden. Ronald Giphart en Kluun, van jongs af aan fervente voetbalfans, doen ook een duit in het zakje. Ze schreven samen ‘Het eeuwige gezeik’. Een betere samenvatting van het Nederlands elftal door de jaren heen is er eigenlijk niet. Zelfs tijdens de toernooien dat het goed ging, werd er gemopperd. Giphart en Raymond van der Klundert, de eigenlijke naam van Klundert, leggen er met alle plezier en leedvermaak de nadruk op.


Er zijn al veel boeken verschenen over onze nationale voetbaltrots (nou ja, trots). Maar het ongezonde en typisch Hollandse Volksempfinden als rode draad, dat is toch best een originele invalshoek. Dat niet alleen, het gelegenheidsauteursduo beschrijft de nationale voetbalgeschiedenis met een enorme portie humor, ironie, zelfspot en meligheid. Soms slaan ze door en vragen ze de lezer om vergeving voor de zoveelste grap of foute opmerking.


De schrijvers deinzen er niet voor terug om geregeld terug te grijpen op de Tweede Wereldoorlog, die in hun ogen heeft geduurd van 1940 tot 1988 (inderdaad het enige jaar waarin ‘we’ kampioen werden). Zelfs hebben ze het over de Ajaxjugend (lees: patatgeneratie). Dit gebeurt in de aanloop van het Europees kampioenschap van 1992 in Zweden, dat als ‘Penaltydrama deel I’ wordt opgevoerd. Inderdaad deel I. Gemiste strafschoppen zijn immers net als de controverses tussen Ajax en Feyenoord enerzijds en PSV en andere clubs anderzijds, het geëmmer over premies, incidenten rondom internationals in of buiten zwembaden en ruw spel onlosmakelijk verbonden aan Oranje.


De andere penaltydrama’s spelen zich af tijdens het WK van ’98 en het EK van 2000. Ik zal je hier de details besparen, maar mag ik één naam verklappen? Inderdaad, Clarence Seedorf. De oud-prof van wie altijd is gezegd dat hij op wel erg jeugdige leeftijd volwassen was, moet het ontgelden in dit feelgood boek in barre voetbaltijden. Johan Cruijff als bemoeial die zich terugtrekt als het er op aan komt, Rinus Michels, die op zijn beurt Cruijff dwarszit, en Louis van Gaal, die eerst faalde als keuzeheer en vervolgens de Hollandse School aan zijn laars lapt, worden evenmin gespaard.


‘Gip’ en Kluun hebben makkelijk praten, maar ik denk dat veel lezers zich in hun bij vlagen aangedikte visie zullen herkennen. Helaas was het pijnlijk genoeg te vaak net niet voor het Nederlands elftal. Door eigen schuld dan wel overschatting (WK 1974), pech (de paal tijdens de WK-finale tegen Argentinië of de rechtervoet van de Spaanse keeper Iker Casillas in de WK-eindstrijd van 2010) en onkunde is het bij ene trofee gebleven.


Er is echter hoop: Giphart en Kluun hebben beslag gelegd op een soort van memoires van Bert van Oostveen, inderdaad de oud-directeur van de KNVB. Hieruit blijkt dat de nederlaag in het WK-kwalificatieduel met Bulgarije en het hieropvolgende ontslag van bondscoach Danny Blind onderdeel vormden van een vooropgezet plan. Van een briljant plan zelfs, want het gaat ertoe leiden dat Nederland in 2022 in Qatar wereldgoud pakt. Ja echt. Beweren althans de schrijvers, die het ondanks hun afwijkende clubvoorkeur (waar Giphart Feyenoord aanhangt, is Kluun een uitgesproken Ajax-fan) samen gelukt is een aanstekelijk boek te schrijven. Maar ook hierover zal wel gezeik komen.


Het eeuwige gezeik

Ronald Giphart & Kluun

Uitgeverij: Overamstel uitgevers

ISBN: 978-90-488-3617-8

Prijs: 19,99 euro


***


Deel 8: Nog één (?) keer Johan en Piet, maar ook Johnny over voetbal en de dood.


Schrijven of lezen over de dood maakt de mens wel eens melancholiek. Die stemming maakte van mij in ieder geval meester bij veel van de bijdragen in nummer 113 van Hard Gras. Het zijn niet de minsten met wie in deze uitgave herinneringen worden gedeeld. Ga maar na: Johan Cruijff, Piet Keizer, de vader van John van ’t Schip, Cor van der Hart, Robert Enke, ja zelfs Jacques Tati, inderdaad die wereldberoemde cineast.


John van ’t Schip verloor binnen een jaar zelfs twee vaders: zijn bloedeigen pa en de man die ruim dertig jaar zijn goeroe is geweest. Cruijff dus. ‘Schip’: “Johan zit in me.” Hij doet zijn relatie met de twee mannen, die zo bepalend waren voor zijn ontwikkeling als mens, voetballer én trainer, uit de doeken in een aantal sessies met Mark van den Heuvel. Op vergelijkbare wijze schreef de ex-verslaggever van onder meer Het Parool en Sportweek al het levensverhaal van een andere (ex-)Ajacied: John Rep.


Van ’t Schip roemt Cruijffs betrokkenheid en vooruitziende blik. Ook stipt hij diens eigenzinnige karakter aan. Zo gaf Cruijff hem in 1985 een boete nadat het Nederlands elftal door België was uitgeschakeld voor de eindronden van het wereldkampioenschap, in ’86. Ajax’ toenmalige rechtsbuiten begreep er niets van. Hij zat namelijk op de tribune. Cruijff: “Juist daarom, jij had moeten spelen. Het is een schande dat jij er niet bij was, met jouw kwaliteiten.” Van ’t Schip moest voor straf ook eens dokken nadat hij, wegens een ongeluk, te laat op de training was gearriveerd. Cruijff: “Je bent al een paar weken niet scherp. Als je scherp was geweest, had het niet gebeurd.”


Cruijjffiaanser kan het toch niet? Herkenbaar zijn ook de ervaringen van Igor Wijnker met de voormalige Nummer 14. Hij kreeg eens een lift van hem, wat ik in 1990 heb mogen meemaken toen ik vanwege een interview voor het magazine van De Ajacied een afspraak met hem had in Barcelona. ”Stap maar in”, bood hij aan en binnen de kortste keren loodste hij me in zijn stationcar door de Catalaanse stad. Maar bij Wijnker was Cruijffs zelfs enige dagen kind aan huis, moeten we geloven, inclusief alle goed bedoelde adviezen en dat begon onderhand te irriteren. Waar hebben we dat eerder gehoord?


Over Piet Keizer, die eerder dit jaar overleed, bestaan veel minder van dit soort bijzondere ontmoetingen. Des te trotser is schrijver A.J. Heerma van Voss dat hij in 1958 als speler van het Haarlemse HFC mocht uitkomen tegen de ‘ongekend sterke linkervleugelman’, een reputatie die Keizer als 15-jarige reeds verdiende. Het korte relaas wordt met unieke zwartwit foto’s geïllustreerd.


Cor van der Hart, ook een oud-Ajacied, is al langer overleden. In het voetbaltijdschrift voor lezers een hartverscheurend portret van Rob Willemse. De opa van PEC-keeper Mickey stierf in alle eenzaamheid, op een psychiatrische afdeling nadat hij enkele dagen had geweigerd te eten of te drinken. Hij mocht nog 78 worden. Bij Robert Enke stopte het leven al op zijn 32e. Geplaagd door depressies koos hij ervoor de regie in eigen hand te nemen. De Duitse topkeeper maakte een eind aan zijn leven.


Arthur van den Boogaard, onderhand hofleverancier voor Hard Gras, sprak Ronald Reng, die een boek over Enke schreef. Wat hem dreef, hoe hij te werk ging en …welke invloed de Nederlanders Louis van Gaal, Frans Hoek en Frank de Boer op het gemoed van de doelverdediger hebben gehad. De drie werkten bij Barcelona in een periode dat Enke er ook onder contract stond en er veel heeft geleden. De Boer schoofde 8-voudig international de schuld van een bekernederlaag in de schoenen. Hij moest eens weten hoeveel naasten van de ‘Torwart’, maar ook Reng hem hebben gehaat.


Hard Gras, nummer 113

Johan + Piet

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 978-90-263- 3880-9

Prijs: 9,95 euro


***


Deel 7: Over de onderbroek van Piet Keizer en het diploma van Johan Cruijff; Hardgras blijft boeien.


Sepp Herberger, ooit zeer succesvol coach van het Duitse voetbalteam, gaf eens een verklaring voor het feit waarom mensen stadions bezoeken om naar voetbal te kijken. Hoe die luidde? Omdat ze niet weten hoe het afloopt.


Ik las dit in het onlangs uitgegeven nieuwste nummer van Hardgras. Bij dit voetbaltijdschrift voor lezers zou je na ruim twintig jaar een vergelijkbare vraag kunnen stellen. Waarom blijft dit blad boeien? Het antwoord laat zich raden: omdat je niet weet wat erin staat en je je steeds weer laat verrassen door de (eind)redactie.


Ditmaal haakte ze snel in op het overlijden van Piet Keizer. Met dank aan Maarten Spanjer. Alleen hij kon de bijdrage schrijven zoals die in nummer 112 is opgenomen. De voormalig acteur was vroeger idolaat van Keizer. Hij mocht hem zelfs een paar keer (aan)spreken, maar na een anekdote van Johnny Rep ging Spanjer toch iets anders over hem denken. En bleef er van het keizerlijke heldendom weinig over.


Keizer, zo vertelde zijn oude club- en Oranjegenoot Rep, had wel eens last van een ‘flutsie’ (lees: een remspoor) in zijn broek. Wat wil je, hij had overal schijt aan. Zijn ploeggenoten overigens ook. Wat deden ze namelijk? Op een dag stopten ze Keizers slipje, met de gevlekte kant naar boven, in het broodtrommeltje van …Jan Mulder. Spanjers wereld stortte in. Een week nadat Rep hem dit had verteld, kwam hij Keizer tegen. Je wil niet weten hoe hij zich moet hebben gevoeld. Meer al dan niet aangedikte staaltjes van (ik geef het toe, het ligt voor de hand) onderbroekenlol lees je in ‘Buitenbeentje’, het vaak koddige boek over Rep dat we eerder voor deze rubriek recenseerden.


Het omslagverhaal van de jongste Hardgras gaat over de man met wie Keizer jaren een twee-eenheid vormde, Johan Cruijff. Erwin van de Pol wilde wel eens weten hoe Cruijff in de periode dat hij bij Ajax technisch directeur was aan zijn trainersdiploma kwam. Hij hoefde er niets (meer) voor te doen, want zijn loopbaan was zo ongeëvenaard goed dat een cursus niet nodig was. Maar ja, we leven in Nederland en er moest natuurlijk wel een papiertje komen om aan te kunnen tonen dat Cruijff voor een selectie kon en mocht staan. Het gerucht gaat dat hij zelf een verzoek op papier heeft gezet om in aanmerking te komen voor een soort van eredoctoraat Coach Betaald Voetbal. Dat bleek niet zo te zijn.


Jan Kasper, het toenmalig Hoofd Opleidingen, gaf er de opdracht voor, maar hij liet de brief wel door Cruijff in Vinkeveen in de brievenbus stoppen. Rinus Michels, die toen niet bepaald on speaking terms was met Cruijff, zou er eens achter komen. Het zou overigens tot 1 juni 1987 duren voordat Cruijff de begeerde licentie ontving. Als een soort van oeuvreprijs en niet toevallig kort nadat hij met Ajax de Europacup voor bekerwinnaars had gewonnen. Curieus aan de reconstructie in Hardgras is overigens dat de bewuste brief, gedateerd 20 maart 1985, vooralsnog nergens terug te vinden is in de archieven van de KNVB.


In de jongste Hardgras ook een soort van voorpublicatie van ‘De Oranje Leeuwinnen’, een boek van Annemarie Postma over het vrouwenvoetbal. Dat sport en politiek nauw met elkaar verbonden zijn, wordt uit de doeken gedaan door Erik Brouwer. De hofleverancier voor het blad richtte zijn blik ditmaal op de Arabieren-haters van de Israëlische club Beitar Jeruzalem. Haar fans zijn trots op het feit dat zij niet alleen de populairste club van Jeruzalem, maar ook de meest racistische club van hun land aanhangen. Gelukkig is er een tegenkracht gaande en hiervoor wil het multiraciale Beitar Nordia zorgen. Het artikel maakt pijnlijk duidelijk hoe complex de samenleving in Israël in elkaar zit.


Hard Gras, nummer 112

Hoe Cru14ff aan dat diploma kwam

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 978-90-263-3879-3

Prijs: 9,95 euro



***


Deel 6: Johan Cruijff blijft Bert Hiddema fascineren, alweer vierde boek!


Het leven van Johan Cruijff blijft een onuitputtelijk bron voor Bert Hiddema. Voor de vierde keer komt de auteur, die opgroeide met Sjaak Swart en Piet Keizer, met een boek over de man, die afgelopen weekend precies een jaar geleden overleed. Voor de derde maal stopt Hiddema zijn ongeautoriseerde biografie waar Cruijff zijn loopbaan in Spanje net is begonnen.


Bijna alles wat er in ‘Cruijff! de jonge jaren’ staat, was ook te lezen in de eerdere uitgaven met als titel ‘Cruijff! Van Jopie tot Johan’. Grote verschil is dat Hiddema nu heeft gekozen voor een hele lange aanloop voordat hij in de stamboom van Cruijffs ouders duikt. Die warming up is een schets van de sfeer in de Sheherazade Jazzclub in Amsterdam.


Hiddema is niet alleen een groot muziekliefhebber; tijdens zijn studie psychologie werkte hij in deze kroeg als barman. Een zaak die in die tijd, we schrijven medio jaren zestig van de vorige eeuw, spelers van het eerste elftal van Ajax tot haar clientèle mocht rekenen. Daar kwam ook geregeld een jongeman, die uiteindelijk één van de beste voetballers ter wereld zou worden en in ieder geval Nederlands beste voetballer aller tijden: Johan ‘Jopie’ Cruijff. Toen al was zijn faam hem vooruitgesneld, meldt Hiddema. Ajax-toppers in die dagen als Piet Ouderland, Cootje Prins en de onlangs eveneens weggevallen Piet Keizer zagen het wel zitten in die jongen die zich ‘nerveus trekkend aan een sigaretje’ onopvallend opstelde in de Zade. Maar hij werd ook een ‘eigenwijze snotaap’, ‘een kreng’ en een ‘deksels kereltje’ genoemd. En mager, hard en snel.


In no time zou eerst de voetballiefhebber in ons land, maar alras ook die in het (verre) buitenland kennis maken met Cruijffie. Hiddema beschrijft uiterst minutieus diens jongste jeugd en groei naar volwassenheid buiten en op het veld, met alle (on)bekende discussies, conflicten en ruzies die hiermee gepaard gingen. Bij zijn eigen club, bij het Nederlands elftal en thuis. Zo gedetailleerd dat het lijkt alsof de schrijver er zelf bij was op momenten dat anderen hun mening over Cruijff verkondigden. Dat kan onmogelijk het geval zijn geweest, zodat je een aantal uitspraken best met een korrel zout mag nemen. Zoals rondom de eerste zwangerschap van Danny.


Nog een kanttekening. Alles kan (maar hou het kort) zou een uitspraak van Cruijff geweest kunnen zijn, maar is juist een lijfspreuk van Hiddema. Hij houdt niet van langdradige verhalen, zei hij pas in Trouw, maar in ‘Cruijff! de jonge jaren’ weet hij niet altijd maat te houden. Sommige zinnen zijn wel erg lang en ook inhoudelijk had het wat strakker, zakelijker gekund. In vergelijking met de eerdere uitgaven is er af en toe weliswaar wat weggelaten, maar wordt het boek op andere plaatsen juist verrijkt. Zo citeert hij graag uit ‘Mijn verhaal’, de enige, echte autobiografie van Johan Cruijff die vrij snel na diens heengaan is verschenen.


Hiddema heeft voor ‘Cruijff! de jonge jaren’ meer boeken en tijdschriften (zoals in het verleden De Ajacied) geraadpleegd. Zo las hij dat de bijnaam die Cruijff bij Barcelona zou hebben gekregen (‘El Salvador’ ofwel ’de redder’ of ‘de verlosser’), een mythe is die een Nederlandse journalist heeft geëntameerd. Hiddema nam het over wat een prima aanvulling is op het slot van de vorige versie, die in 2006 uitkwam. Net als de rol die de Nederlandse Marjolijn van der Meer en haar partner, de toenmalige directeur van Barcelona, speelden bij de transfer van Cruijff naar Catalonië.


Nieuw is ook dat de familiegeschiedenis van de voorvaderen van Cruijff kennelijk teruggaat tot 1799 en dat zijn pa, Manus, niet op 30 oktober 1914, maar ineens een jaar eerder is geboren. Verder zijn er wat tekstuele aanpassingen doorgevoerd om zaken aan te dikken of juist niet. De rode kaart die Cruijff als eerste Oranje-international kreeg, in 1966, wordt in Hiddema’s nieuwste persoonlijke portret ‘een vreselijke afgang’ genoemd; in de vorige versie slechts ‘een afgang’. Opmerkelijker is de manier waarop Hiddema de situatie bij Cruijff thuis beschrijft in het hoofdstuk waarin hij refereert aan ‘Oog in oog met Johan Cruijff’, een boekje van mr F.R. Bonte. In de 2006-editie wordt de auteur nog ‘ontroerend warm’ ontvangen door de familie; elf jaar later is er sprake van een ‘ontroerend vriendschappelijke’ ontvangst door een ‘warm gezin’. Nog een verandering: de oereditie uit 1996 was opgedragen aan ene Joan, die van 2006 en 2017 aan Cruijffs moeder: ‘mevrouw P.B. Cruijff-Draaijer’ respectievelijk ‘tante Nel’. Gelukkig is er ook gekozen voor een andere omslagfoto: van een prille Jopie. Om heimwee van te krijgen.


Cruijff! de jonge jaren

Auteur: Bert Hiddema

Uitgeverij: Xander

ISBN: 978-940-1606-88-2

Prijs: 15 euro


***


Deel 5: ‘Pietje Keizer mocht ik graag zien voetballen’, Johnny Rep lyrisch over overleden Ajax-linksbuiten.


Het is de vraag of Johnny Rep deze dagen gevraagd wordt hoe hij terugkijkt op de voetballer Piet Keizer, de voormalige Ajax-linksbuiten die zaterdag overleed. Waar het ‘goudhaantje’ in zijn actieve periode menig tegenstander voorbij flitste, werd hij nadien vaak over het hoofd gezien. Veel te vaak naar Reps zin. Als trainer of scout viste Rep geregeld achter het net, onder meer bij Ajax waar hij in de jaren zeventig van de vorige eeuw toch zoveel succes had. Toch doet zijn mening er wel degelijk toe.


Ruim drie jaar speelden Keizer en Rep in die ongelooflijke voorhoede van Ajax-één, met als absolute topseizoen dat van 1972-’73. De Amsterdamse grootmacht won die jaargang op de KNVB-beker na bijna alles wat er maar te winnen viel. Niet in het minst dank zij de ongrijpbare aanvallers Keizer, Johan Cruijff, Sjaak Swart en Rep dus.


In een biografie van Mark van den Heuvel steekt de alweer 65-jarige Rep zijn bewondering voor Ajax’ legendarische nummer 11 niet onder stoelen of banken. “Ik was persoonlijk erg gecharmeerd van Piet Keizer, eigenlijk meer dan van Cruijff. Dat had alles te maken met Piet zijn manier van voetballen. Zijn bevliegingen waren legendarisch, met die scharen van hem (al had Keizer zijn handelsmerk overigens dankbaar overgenomen van Willy Schmidt, red.). Piet kon binnen twintig minuten een wedstrijd beslissen. Ja, Pietje mocht ik graag zien voetballen, vond ik prachtig.”


Het deed Rep pijn hoe Keizers carrière tot een eind kwam bij Ajax, na bijna vijfhonderd officiële wedstrijden en 189 doelpunten. Het afscheid diende zich eigenlijk al aan tijdens de eindronden van het toernooi om het wereldkampioenschap in West-Duitsland. Voor Keizer was daar een bescheiden rol weggelegd. Toen hij tijdens het daaropvolgende seizoen (’74-’75) amper door een deur kon met Ajax-toenmalig manager Hans Kraay, was het helemaal snel gedaan. Rep in ‘Buitenbeentje’: “Piet was over zijn hoogtepunt heen, terwijl hij eigenlijk nog helemaal niet zo oud was. Leuk was anders. Tijdens wedstrijdbesprekingen zat Piet gewoon met z’n rug naar Kraay toe…”.


Rep denkt met weemoed terug aan zijn samenwerking met Keizer. Met hem had hij nooit mot, met Cruijff juist wel. Op zijn tijd. Rep stoorde zich geregeld aan de helaas ook weggevallen nummer 14. Cruijff zou de benjamin in de selectie onder zijn hoede nemen en ofschoon Rep ‘natuurlijk ook ontzettend veel heeft geleerd’, was hij de op- en aanmerkingen van Cruijff op een gegeven moment zat. Het leidde zowaar tot een ‘klein knokpartijtje’ en een schorsing van een maand, hem opgelegd door de spelersraad.


En zo strooit Rep in het letterlijk smakelijke boek (schrijver en hoofdpersoon bezochten bijkans alle horeca-etablissementen in Torremolinos) met vele anekdotes. En sterke verhalen. Te pas en te onpas. Het is aan Van den Heuvel (eerder journalist bij Het Parool en Sportweek) te danken dat de lezer Reps ontboezemingen kan blijven volgen. Rep was en is een flapuit, een levensgenieter en een man van momenten.


‘Buitenbeentje’ is een roadmovie in romanvorm geworden, met voetbal, drank en vrouwen als rode draden. Op alle drie de gebieden spande Rep de kroon. Sportief gezien in ons land bij Ajax (aan de twee jaar bij Feyenoord denkt Rep niet graag terug) en over de grenzen bij met name Bastia en Saint Etienne. Bij deze Franse clubs wordt mooie, blonde Johnny nog steeds als held ontvangen.


Buiten de voetballerij heeft Rep ook een reputatie hoog te houden, al kan de Zaankanter er nauwelijks mee zitten. Zijn zucht naar drank, een beetje coke en vrouwen leidde tot twee scheidingen (Rep zegt dat hij met vijfhonderd vrouwen het bed heeft gedeeld, nog meer dus dan Jeroen Pauw!) en een langdurige periode in zijn leven dat hij echt moest ontnuchteren. In een afkickkliniek. Rep vertelt er honderduit over.


Ook financieel ging de 42-voudig international door diepe dalen. In een paar jaar tijd verloor hij miljoenen guldens doordat hij zich liet foppen door een foute belegger (een neef nota bene van zijn eerste vrouw) en door een zwart-geldaffaire bij Saint-Etienne. Die laatste verwikkelingen noopte hem hals over de kop naar Nederland terug te keren, waarbij hij Frans Derks (ja, die scheidsrechter) zover kreeg de nodige contacten ons land binnen te smokkelen. Rep kan er hartelijk om lachen. Met Annabel, sinds enige jaren zijn nieuwste vriendin, is hij een nog gelukkiger mens geworden. Hoewel, sommige dingen veranderen nooit, is wat ‘Buitenbeentje’ op een voor de lezers plezierige manier ook pijnlijk duidelijk maakt.


Johnny Rep

Buitenbeentje

Auteur: Mark van den Heuvel

Uitgeverij: Overamstel uitgevers & Voetbal Inside

ISBN: 978-90-488-3401-3 Prijs: 19,99 euro


***


Deel 4: Johan Cruijff doet voor het laatst zijn verhaal, een postume autobiografie.


Wat er ook over de vriendschappelijke relatie van Jaap de Groot met Johan Cruijff wordt gezegd of geschreven en hoe er over hun jarenlange een-tweetjes wordt gedacht: het is vooral aan de hoofdredacteur van Telesport te danken dat net voor het doek viel, in het eindsignaal als het ware, ‘Mijn verhaal’ kon worden afgerond.


Het is de autobiografie waarin Cruijff zich exclusief en ongeremd over allerlei onderwerpen én personen uitlaat. Vaak is het oude wijn in nieuwe zakken wat de in maart overleden voetbalprofeet via zijn ghostwriter heeft laten vastleggen. Bijvoorbeeld over zijn jeugd, de (indianenverhalen rond de) zwembadrel tijdens het WK van 1974, zijn besluit om niet naar het WK van 1978 in Argentinië te gaan, zijn kijk op voetbal en zijn eigen Foundation. Maar wat zou het: het afscheidsboek, dat in zeker vijftien talen verschijnt, is nu al een bestseller. Als voetballer ontwikkelde Cruijff zich bliksemsnel tot (’s werelds) nummer één; binnen een week na de emotionele presentaties in Londen, Amsterdam en Barcelona (in het bijzijn van Danny, Jordi en Susila) is het boek al op nummer 1 gekomen in De Bestseller 60. Het is door uitgeverij Nieuw Amsterdam in een opvallend oranje jasje gestoken. Och, waarom niet? Cruijff is/was net als het Nederlands elftal toch van ons allemaal?


De Groot, Cruijffs zoon Jordi en Frank Rijkaard zeiden bij de lancering van het boek dat het lezen ervan je het idee geeft dat de man om wie het draait nog onder ons is. Dat is geen woord te veel gezegd. Enerzijds komt dit door de tegenwoordige tijd waarin de monoloog is uitgeschreven. Anderzijds behouden Cruijffs uitspraken eeuwigheidswaarde. Af en toe denk je dat hij als het ware over zijn eigen graf nog zou willen regeren. Ajax kan ondanks alles altijd op hem blijven rekenen, zo laat hij ergens optekenen.


Of alles wat Cruijff zegt voor waar moet worden aangenomen, daar kun je je vraagtekens bij plaatsen. Het is immers zíjn verhaal, zijn beurt om wat zaken te bespreken en eventueel recht te zetten. ‘My turn’ is niet voor niets de toepasselijke internationale titel van Cruijffs slotakkoord, al is dat ook de benaming van een schijnbeweging waarmee hij in zijn goede oude tijd menig tegenstander op het verkeerde been wist te zetten.


Een kanttekening: al heeft hij naar eigen zeggen van veel dingen heel veel verstand, het boek mist op bepaalde momenten tegengas. Zoals in de uiteenzetting van de coup (die volgens Cruijff niet als zodanig genoemd mag worden) om Ajax zijn oude, vertrouwde gezicht terug te geven. Vooral in dat overigens te lange hoofdstuk en in de nabeschouwingen van zijn periodes bij Barcelona blijkt hoeveel Cruijff het heeft gehad met ‘bestuurderen’. Zo noemt hij Josep Lluis Nunez, ex-president van Barca, een bankrover. Nunez, Ton Harmsen, Steven ten Have en andere beslissers zijn in de ogen van Cruijff mensen die geen verstand van zaken eh voetbal hebben en te ver van het spelletje afstaan. De terugval die Ajax doormaakt en die het gevolg is van bestuurlijk falen, gaat hem echt na aan het hart. Barcelona (zijn andere grote liefde) wist een sportieve crisis wél het hoofd te bieden. Cruijff wordt lyrisch als hij het spel van Lionel Messi en diens teamgenoten tegen het licht houdt. Bayern München ziet hij eveneens als lichtend voorbeeld hoe een club binnen en buiten de lijnen presteert.


Vol bewondering blikt Cruijff meer dan op het Gouden Ajax van de jaren zeventig van de vorige eeuw ook terug op het WK van 1974. De halve finale tegen Brazilië beschouwt hij als hét hoogtepunt van dat toernooi. Dat ‘we’ er in de eindstrijd tegen West-Duitsland intuinden, tja, daar kan hij eigenlijk niet zo mee zitten. Na afloop werd met name het totaalvoetbal van het Nederlands elftal onder leiding van trainer Rinus Michels geroemd. Nog steeds overigens. Over dat totaalvoetbal gesproken: de basis voor dat idee van één voor allen en allen voor één zag Cruijff voor het eerst in …zijn eigen gezin. De enige echte Nummer 14 komt sowieso woorden tekort om te beschrijven hoe belangrijk zijn vrouw en kinderen voor hem en elkaar zijn (geweest). Van brutaal tot braaf, zo zou je Cruijffs nastoot kunnen samenvatten.


Beretrots was hij op die momenten dat Jordi zich bij Barcelona, Manchester United en het Nederlands elftal manifesteerde. Ronduit negatief laat Cruijff zich uit over de wijze waarop zijn zoon bij de Catalaanse topclub werd behandeld: “Met dank aan een dokter die niet alleen de boel verkankerd heeft, maar later ook een rol had in het hele gedoe om Jordi geen nieuw contract te geven.”


Over blessures gesproken: Cruijff voelt zich ietwat overdreven medeverantwoordelijk voor het voortijdig afscheid van Marco van Basten als topvoetballer. “(…)ik ben natuurlijk wel de man geweest die hem aan het begin van zijn carrière met een dubieuze enkel toch liet voetballen tegen FC Groningen.” In die wedstrijd, in 1986, verergerde de blessure zodanig dat Van Basten veel te vroeg een punt achter zijn loopbaan moest zetten. Volgens Cruijff heeft zijn voormalige oogappel uit ‘een soort van wraak’ daarna besloten hem niet meer in alles te volgen. Zoals tijdens de zogeheten ‘fluwelen revolutie’.


Cruijff noemt Van Basten in één adem met zijn oud-collega’s Piet Keizer en Carles Rexach en zijn voormalige trainer Rinus Michels. Met hen onderhield Cruijff in de loop der jaren een haat-liefdeverhouding. Michels was met Jany van der Veen overigens wel de man, die hem het meest als mens en voetballer heeft gevormd. Maar ook degene die er in 1990 volgens Cruijff hoogstpersoonlijk voor zorgde dat zijn voormalige pupil tijdens de WK-eindronden van dat jaar geen bondscoach zou worden. Dat is Cruijff dwars blijven zitten. Een ander gemis? Dat hij nooit in de Engelse Premier League is uitgekomen. Daar staat tegenover dat hij enige jaren in Amerika actief mocht zijn. Laat dit de periode zijn geweest waarin Cruijff de wetten voor het leiden van een proforganisatie heeft geleerd. Ook legde hij er de basis om later zijn Foundation en scholen op te richten.


Of we taalkundig nog wat wijzer zijn geworden van dit doorgeefboek? Nou en of! Uiteraard ontbreken zijn typische gedachtenspinsels niet. Een bewijs: ‘De beste koks maken het eten klaar, alleen zijn we vergeten hoe we het mes en de vork moeten vasthouden’ Of deze: ‘Er is geen mens die in het voetbal meer van tactiek, techniek en jeugdopleiding weet dan ik. Dus waarom discussieer je dan met mij? Zinloos. Je kunt het alleen maar fout doen. Dus luister naar mij.’ Tot besluit zijn famous last words in ‘Mijn verhaal’: ‘Rembrandt en Van Gogh werden ook niet begrepen. Dat is wat je leert: je bent net zo lang gestoord tot je een genie bent.’


Johan Cruijff

Mijn verhaal/de autobiografie

Opgetekend door Jaap de Groot

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

ISBN: 978-90-468-2115-2

Prijs: 19,99/24,99 euro


***


Deel 3: Edwin Winkels over Cruijffs jaren in Barcelona en er zijn (nog) meer boeken in aantocht.


De liefde van Johan Cruijff voor Barcelona zat diep, heel diep. De Catalaanse stad had al vroeg een enorme aantrekkingskracht op de geboren en getogen Amsterdammer. In 1970 bracht de Ajax-ster in wording met zijn kersverse echtgenote (Danny Coster) een eerste bezoek aan Barcelona. Dit gebeurde op uitnodiging van de redactie van een Spaans weekblad, dat met de reportage wilde en gíng scoren. Cruijff deed dat in Catalonië vanaf augustus 1973 als speler en, nadat hij zijn actieve carrière had afgesloten, jarenlang ook als trainer. Tot zijn gedwongen afscheid in zijn tweede vaderland.


Edwin Winkels volgde Cruijff bijna dertig jaar op de voet. Hij schreef er heel veel stukken over en leverde ook voor radio en/of tv de nodige bijdragen. Eén van zijn eerste afnemers was Voetbal International (VI). Aan de samenwerking met het voetbalweekblad kwam een abrupt eind toen hij een verhaal schreef over de problemen die Cruijff eind jaren tachtig bij Barca kende. Winkels suggereert dat de toen al invloedrijke Johan Derksen achter het besluit zat: “Het risico dat die jonge, kritische Winkels in Barcelona de goede contacten tussen VI en Cruijff schaadt, zal hem en de hoofdredactie wel te groot lijken.” Het zal de Nederlandse correspondent in Spanje er niet van weerhouden om ‘de verlosser’ kritisch te blijven volgen.


Maar hoezo verlosser? Winkels rekent in zijn boek ‘Johan Cruijff in Barcelona’ af met de mythe, dat ‘men’ hem in Spanje ‘El Salvador’ heeft genoemd. Nee, dus: het waren Nederlandse journalisten, die dit bedachten en de wereld in slingerden. In het Zuid-Europese land was juist ‘El Flaco’ (de magere) de bijnaam, die pas echt vaak werd gebruikt.


Cruijff maakte het Winkels overigens niet gemakkelijk om met hem een gesprek, laat staan een bevriende relatie aan te gaan. En anders wist vrouwlief Danny de deur van hun woning gesloten of op hoogstens een kiertje te houden. Toch wist Winkels geregeld zijn punt te maken. Zo kwam hij er in 1994 achter dat Marco van Basten zich in een kliniek in Barcelona aan zijn enkel zou laten onderzoeken. Dit gebeurde na bemiddeling door Cruijff, die nijdig reageerde op Winkels’ nieuwsgierigheid. “Nog nooit heb ik hem zo boos gezien”, aldus de auteur.


Enkele jaren geleden wist Winkels Cruijff andermaal te verrassen. Hij wist dat er een zware Amsterdamse delegatie met hem wilde komen praten over de (gevolgen van de) ‘fluwelen revolutie’ binnen Ajax. Het kostte Winkels wat overredingskracht, maar uiteindelijk wist hij Cruijff zover te krijgen een reactie te geven.


Strijd heeft Cruijff in zijn Spaanse jaren ook geleverd: met de criticasters in zijn tijd als speler én als trainer. Met zijn toenmalige zakenpartner Michel Georges Basilevitch, die hem en andere partijen wist te beduvelen. Met de fiscus in Spanje. Met de media. Met de taal. Met de KNVB over wel of geen bondscoachschap, ja zelfs met Ronald Koeman. Uiteraard met bestuurderen als Josep Lluis Núnez en ten slotte met de kanker. Een ongelijke strijd, die Cruijff ondanks zijn zelfbenoemde onsterfelijkheid niet wist te winnen. Winkels neemt alles mee in zijn persoonlijke, onafhankelijke en bij tijd en wijle dappere relaas: graciès.


Denk niet dat hiermee voorlopig een eind komt aan de vele boeken, die reeds over Cruijff zijn uitgekomen. Over twee jaar verschijnt bij Thomas Rap een boek over het jaar waarin de eeuwige nummer 14 Feyenoord naar de landstitel leidde. ‘Het laatste seizoen’ (dat van 1983-’84) wordt geschreven door Arthur van den Boogaard. In 2019 staat de publicatie van een ‘grote onafhankelijke biografie’ op stapel. ‘Leven met Cruijff’ komt uit bij Hollands Diep en hiervan wordt Auke Kok de auteur.


Voor wie niet zo lang wil wachten: later deze week begint bij boekhandel Scheltema in Amsterdam de verkoop van ‘Mijn verhaal’, opgetekend door Telesport-hoofdredacteur Jaap de Groot en uitgegeven door Nieuw Amsterdam. Cruijffs internationale autobiografie wordt donderdag in Engeland gepresenteerd. Een dag later is het de beurt aan de Nederlandse versie. Om 14.14 uur, in Amsterdam, maar da’s logisch.


Johan Cruijff in Barcelona

De mythe van de verlosser

Auteur: Edwin Winkels

Uitgeverij: Brandt

ISBN: 978-94-92037-39-8

Prijs: 17,50 euro


***


Ajax Geboekstaafd (Onderin staan de covers)


Deel 2: Van ‘scrimmage’ tot ‘visuele cirkel’, de voetbalwereld heeft een eigen jargon.


Ik kan genieten van woorden als ‘scrimmage’, salonremise‘ en ‘hotseknotsebegoniavoetbal’. Maar van het te pas en te onpas gebruik maken van ‘een stukje …’, ‘focussen’, ‘mindset’, ‘genieten’, ’kantelen’, ‘hoog in de concentratie zitten’ en ‘vanuit je sterkte voetballen’ krijg ik rode vlakken in mijn nek. Praat normaal en blijf jezelf, denk ik dan.


Gelukkig trekken spelers, trainers of scheidsrechters en in hun kielzorg ‘de media’ zich niets van mij aan. Anders was Peter Zantingh nooit op het idee gekomen om ‘We vergaten te voetballen’ samen te stellen. De schrijver en mediaredacteur bij NRC Handelsblad dook in het voetbaljargon en wist veel bekende, maar ook een aantal onbekende oneliners uit dit wereldje op te diepen. En in een aantal gevallen de achtergronden te herleiden. Inclusief onvergetelijke citaten uit de mond van verslaggevers als Jack van Gelder en Frank Snoeks.


Wees niet bang: wijlen Johan Cruijff komt veelvuldig in het stuk voor net als Louis van Gaal. Deze laatste volgde taallessen bij de nonnen in Vught (lees: het wereldberoemde taleninstituut Regina Coeli) om in Duitsland en Engeland niet met de mond vol tanden te komen staan. De trainer in ruste, die eind vorig seizoen aan de dijk werd gezet bij Manchester United, heeft zich aan de andere kant van het Kanaal onsterfelijk gemaakt met zijn steenkolen-Engels. Voor Britse journalisten die hier geen touw aan vast konden knopen of die niet wisten hoe ze met Van Gaal moesten omgaan, heeft Zantingh tien tips opgesteld. In zodanig voorbeeldig Engels dat The New York Times er een artikel aan wijdde. Zantingh op zijn beurt, nam zijn ‘gebruiksaanwijzing’ uiteraard op in zijn bundel.


Net als dus de nodige uitspraken van of over Cruijff. Onbegrijpelijke, door zijn eenvoud meesterlijke, maar ook al dan niet bedoeld grappige. Het dit jaar te vroeg overleden orakel vergeleek de verdediging van Zuid-Korea tijdens het WK van 1998 met geitenkaas en ooit had hij het ook over ‘met het mes op de schede’ spelen. Zantingh: “Wat taal teweegbrengt, hangt vooral af van wie hem gebruikt.”


Over versprekingen gesproken. Voormalig Feyenoorder Elvis Manu zei eens: “Ja, we zitten in hetzelfde beschuitje.” Frank de Boer zou het gezegd kunnen hebben. Hij had het ooit eens over een ‘visuele cirkel’ en een ‘heetgekookt stadion’. De no-nonsensetrainer heeft zijn eigen vocabulaire en beschikt over een minder grote woordenschat dan zijn opvolger Peter Bosz, maar dat zegt niks. Bosz moet zich nog bewijzen als succestrainer.


We vergaten te voetballen

Taalvondsten en versprekingen in de voetbalsport

Auteur: Peter Zantingh

Uitgeverij: Arbeiderspers

ISBN: 978-90-295-0608-3

Prijs: 15 euro


***


Ajax Geboekstaafd (Onderin staan de covers)


Deel 1: het AJAX Jaarboek dikker en informatiever dan ooit, op naar de Ajax Encyclopedie.


Het voetbalboekenseizoen kan pas beginnen wanneer het nieuwe AJAX Jaarboek uit is. En deel 24 van deze officiële clubuitgave ligt hier voor me: met bijna vierhonderd pagina’s dikker en informatiever dan ooit. De kroniek biedt veel meer dan de gebruikelijke terugblik op alle (officiële) wedstrijden en andere wetenswaardigheden van de Amsterdamse club. Het is een naslagwerk van jewelste geworden, waarin we de hand van voetbalhistorici als Matty Verkamman en Evert Vermeer herkennen. Uiteindelijk moeten de komende edities van Kick Uitgevers uitgroeien tot een ware Ajax Encyclopedie.


Het pas verschenen jaarboek doet een eerste aanzet met een overzicht van alle 3950 officiële duels die sinds de oprichting van de AFC Ajax op 18 maart 1990 zijn gespeeld. In de nationale competitie, de strijd om de KNVB-beker, de Intertoto, alle Europacuptoernooien (inclusief de voormalige Jaarbeursstedenbeker), de Super Europacup én de Wereldbeker. Overzichtelijker kan het nauwelijks. Leesbaar is het, omdat de vele cijfers en letters worden geïllustreerd met foto’s van onder meer alle (33) kampioenselftallen.


Bij Ajax gaan actualiteit en geschiedenis al sinds jaar en dag hand in hand. Directeur (en voormalig topkeeper) Edwin van der Sar memoreert in zijn voorwoord een aantal trainers en spelers dat o zo belangrijk is geweest voor de Amsterdamse clubhistorie. Johan Cruijff was al de belangrijkste exponent en ambassadeur, door zijn plotselinge overlijden konden de samenstellers van het jaarboek er niet omheen een hommage aan de enige echte nummer 14 te brengen. Ondanks alles wat er met name in de eerste weken na zijn heengaan is gezegd, geschreven en anderszins vertoond: ook dit historisch supplement verveelt geen moment. Sterker nog: het roept heimweegevoelens op.


Helaas was er weinig reden om hunkerend terug te kijken op het afgelopen seizoen. Behalve dan op het totale oeuvre van Frank de Boer als trainer (‘Frank bedankt!’). Maar toch: voor het tweede jaar op rij behaalde Ajax onder de voormalige kampioenenmaker geen enkele prijs, waardoor zijn dienstverband als trainer in een ultieme anti-climax eindigde. Waar lag het nu aan? Wat was de nu achterliggende oorzaak van het falen in Doetinchem? Waarom lukte het Ajax niet om één treffer meer te scoren tegen laagvlieger De Graafschap? Helaas komen ook de medewerkers aan het jaarboek niet verder dan constateringen als ‘titeldroom aan diggelen’, ‘offday’, ‘ontgoocheling’, ‘zuur en teleurstellend’ en ‘regelrechte nachtmerrie’ en ‘voer voor journalisten’. Het dreigt voor altijd een raadsel te blijven.


Verder behandelt het jaarboek het dramatische slotduel overigens op eenzelfde manier als alle voorgaande ontmoetingen. Met een wedstrijdverslag, de onvermijdelijke karakteristieken, de (tussen- dan wel eind)stand, opmerkelijke randzaken en een kader waarin het vizier wordt gericht op een speler of, zoals bij De Graafschap uit, op de trainer. En verder foto’s, ongelooflijk veel foto’s.


Ook, naast allerlei gegevens, van het Ajax-vrouwenteam (dat eveneens net naast de titel greep en zelfs de bekerfinale verloor) en Jong Ajax (dat ‘slechts’ negende werd). Overzichtelijker kan het nauwelijks schreven we, completer evenmin.


Het officiële AJAX Jaarboek 2015-2016

Alle wedstrijden 1900-2016

Inclusief een eerbetoon aan Johan Cruijff

Auteurs: Monique Janse, Ronald Jonges, Matty Verkamman en Evert Vermeer

Uitgeverij: Kick Uitgevers

ISBN: 978-9491-555-206

Prijs: 24,50


Hard gras, nummer116
Diverse auteurs
Uitgeverij: Ambo/Anthos
ISBN: 978-90-263-3883-0
Prijs: 9,95 euro

Hard gras, nummer116
Diverse auteurs
Uitgeverij: Ambo/Anthos
ISBN: 978-90-263-3883-0
Prijs: 9,95 euro

Coverboekenrubriek