Ajax Geboekstaafd. Het voetbalboekenseizoen 2017-'18. Tekst: Hans Janssen - Ajacied


Ajax Geboekstaafd. Het voetbalboekenseizoen 2019-'20. Tekst: Hans Janssen. (Onderin staan de covers).


Deel 11: Nog één keer (over het algemeen) nagenieten van het afgelopen voetbaljaar met het Officiële Ajax Jaarboek.


Hoe was het ook alweer een jaar geleden? Hoe hervatte Ajax toen de tweede seizoenshelft. Och ja, ik was het bijna vergeten. 4-4 tegen Heerenveen. In de eigen Johan Cruijff Arena. Ook dat nog! De ploeg hield wel een mooie reeks overeind, want al twintig keer op rij begon ze na de winterstop met een overwinning of een gelijkspel. Leuk en aardig, maar die remise voorspelde weinig goeds, dacht menigeen. Dat was toen. Zelfs na de nederlagen die er nog zouden komen tegen én Feyenoord én Heracles én AZ lukte het de Ajacieden toch om PSV, dat het dus nog slechter deed, van titelprolongatie af te houden.


Ik heb het allemaal de afgelopen weken eens rustig nagelezen in het weer enorm dikke officiële Ajax Jaarboek. Natuurlijk ademt de versie van het seizoen 2018-2019 veel vrolijkheid. Wat wil je, het was toch een seizoen om nooit te vergeten. Het winnen van de dubbel (werd tijd he), het bereiken van de halve finale van de Champions League en vooral ook de manier waarop: het vorige voetbaljaar mag de geschiedenis in als één van de meest succesvolle aller tijden. Het moet ook voor de liefst tien mensen die er inhoudelijk aan meegewerkt hebben, een feest zijn geweest om het boek te schrijven.


We mogen onze ogen uiteraard ook niet sluiten voor de schaduwkanten van de medaille. Een aantal dingen verliep niet naar wens: te veel wedstrijden gingen verloren, met in competitieverband de 6-2 nederlaag bij Feyenoord als absolute dieptepunt. Europees gezien was het de nachtmerrie, op eigen veld, tegen Tottenham Hotspur die ongelooflijk hard aankwam. Op al deze en alle andere wedstrijden wordt tekstueel en met vaak prachtige foto’s teruggeblikt. En bij elk duel worden voetnoten geplaatst met interessante feitjes. De verslagen worden afgewisseld met interviews, zoals met huisfotograaf Louis van de Vuurst, ‘golden boy’ Matthijs de Ligt en uiteraard de grondlegger van het succes, Erik ten Hag.


Sinds enige jaren bevat het Jaarboek ook een historisch deel. Het ‘supplement’ in de huidige editie pakt de draad op in 1959, toen Vic Buckingham nog op handen werd gedragen, en eindigt in 1964, toen diezelfde Engelse coach juist niet meer gepruimd werd in de hoofdstad. Trainersperikelen zijn van alle tijden bij Ajax, dat mag duidelijk zijn. De beschreven periode brengt spelers voort, die een grote rol zouden gaan spelen in de uiteindelijke greep naar de Europese macht die in de tweede helft van de jaren zestig en vooral het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw gestalte zou krijgen. Denk hierbij aan Sjaak Swart, Piet Keizer, de gebroeders Cees en Henk Groot en ene Johan Cruijff. Maar ook Salo Muller maakte in deze fase zijn opwachting. De clubliefde van de masseur/verzorger werd wel op de proef gesteld toen de leiding hem weigerde vrij te geven voor het vieren van een Joodse feestdag. Ook dat is/was Ajax. De samenstellers verdienen een compliment voor het feit dat zij dit soort ‘affaires’ niet schuwen. Op respectvolle wijze staan ze overigens ook stil bij Ajax-coryfeeën, die het afgelopen jaar zijn overleden. Ditmaal gaat het om Dick Helling (van die gemiste penalty in Sofia), Heinz Schilcher (de Oostenrijker die het uiteindelijk niet redde), Frits Soetekouw (die door Rinus Michels werd afgedankt) en Sies Wever (de reservekeeper die jarenlang in de schaduw stond van Heinz Stuy). Dit waardige hoofdstuk en met name het historisch deel, met overwegend zwart-witte foto’s, voegen veel toe aan een de mooie traditie, die bijna dertig jaar geleden met het Jaarboek is ingezet.


Het verhaal gaat dat deze Jaargang 27 inmiddels is uitverkocht. Hou zou dat komen?


Het officiële Ajax Jaarboek 2018-2019

Historisch deel 1959-1964

Diverse auteurs

Uitgeverij: Kick Uitgevers

ISBN: 978-94-915-5535-0

Prijs: 24,50 euro


***


Deel 10: Ajax terug in (inter)nationale top, Menno Pot duidt succesverhaal.


Ik lees ze graag, die muziekrecensies van Menno Pot in de Volkskrant. Ook kijk ik elke week uit naar zijn column in Het Parool. Als schrijver van Ajax-boeken heeft Pot zich eveneens bewezen en daar is nummer vier bijgekomen. Een boek over het ongelooflijk, bijna sprookjesachtig verlopen seizoen 2018-’19.


Aanleiding voor dit idee was, het klinkt wat ongeloofwaardig, één van de grootste dieptepunten in de historie van zijn club. De uitschakeling in de dying seconds van de halve finale in de Champions League tegen Tottenham Hotspur. Ondanks de teleurstelling kon het publiek in de Johan Cruijff Arena het opbrengen om massaal te klappen voor zijn helden. ‘Vroeger’ zouden ze zijn uitgefloten of vervloekt. De houding van de fans, het nieuwe clubgevoel, zei alles over de wisselwerking tussen aanhang en selectie en alles over de metamorfose die Ajax in een paar jaar tijd heeft ondergaan. Er wordt niet meer, nou ja nauwelijks, gezeurd of gemopperd, het geloof in topprestaties in binnen- én buitenland is weer helemaal terug. In de periode dat Leo Beenhakker en Ronald Koeman de leiding hadden, kende de Amsterdamse club ook zo’n opleving. Echter van korte duur, zo memoreert Pot.


Ditmaal, zo durft hij te concluderen, is er ook op lange termijn uitzicht op successen. Zelfs als er volgend jaar zomer (wel) een leegloop komt. Onder Marc Overmars is een kentering in gang gezet, die structureel van aard lijkt. De Ajax-leiding durft te investeren en hogere salarissen te betalen en ze, en daarmee haar groeiende achterban, wordt op het veld op haar wenken bediend. Net zo soepel als er gevoetbald wordt, beschrijft Pot, die zijn club al ruim dertig jaar op de voet volgt, de gang naar het paradijs. Natuurlijk worden de verliespartijen tegen PSV, Feyenoord, Heracles en AZ gememoreerd, maar ze zijn slechts voetnoten in het euforisch verhaal. Vergeten is het boring spel onder Ten Hags voorganger Frank de Boer: het is een en al bekoring wat de klok slaat. En dat terwijl Johan Cruijff eens niet leidend is. Een ‘breuk’ met het verleden.


Wat eveneens typisch is: de prestaties die het meest tot de verbeelding hebben gesproken, zoals de uitzeges op Real Madrid en Juventus (wat een demonstraties) en de bekeroverwinningen op Feyenoord en Willem II, werden allemaal behaald in het zwart-wit-beige. Wat mij betreft had dan ook niet het traditionele rood en wit, maar het ongekend populaire uitshirt van het afgelopen seizoen de omslag van Pots boek gesierd. Op zijn eerlijke beschouwingen zelf, valt niets aan te merken. De optiek van de auteur is weliswaar gekleurd, natuurlijk, maar hij steekt ook zijn vinger op. Tegen de ‘te Engelse’ uitingen van de op zich zeer sterke media-afdeling van Ajax, tegen de dreiging van een crisis die vast ooit komen gaat, tegen de kans dat de selectie een vreemdelingenlegioen wordt en tegen het risico dat ‘de jeugd’, sinds jaar en dag het handelsmerk van Ajax, te weinig kansen krijgt. Maar, wees niet bang, sluit Pot positief af: ‘Ajax zal altijd weer toffe spelers ontdekken! Echt waar.’ Gelukkig maar.


Het nieuwe Ajax

Hoe een voetbalclub zichzelf opnieuw uitvond

Auteur: Menno Pot

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 978-90-263-4966-9

Prijs: 12,99 euro


***


Deel 9: Nu al biografie over Frenkie de Jong, die altijd zo gewoon is gebleven.


Nauwelijks of geen medewerking van mensen uit zijn directe leefwereld. Onbeduidende details over de geschiedenis van Tilburg. Amper iets nieuws. Nee, de biografie over Frenkie de Jong valt niet mee. Toch deden Luca Caioli en Cyril Collot uitvoerig onderzoek voor hun boek en spraken ze exclusief met de mensen die de oud-Ajacied het beste kennen, zo wordt ons te verstaan gegeven. Maar mogen we dat met een korreltje zout nemen? Van Frenkie’s vriendin Mikky Kiemeney en zijn zaakwaarnemer Ali Dursun had ik graag willen weten hoe het is om met hem te leven en te werken. Niets van dat alles, het is dan ook geen geautoriseerde biografie van het zo bewierookte ‘talent’. Misschien heeft Ali het hem zelfs afgeraden mee te werken.


Als je het op de keper beschouwt, is het toch ook veel te vroeg om nu al met een boek over ‘Nummer 21’ te komen. De relatieve laatbloeier heeft weliswaar vorig seizoen de harten van veel voetballiefhebbers in binnen- én buitenland veroverd, maar zeg nu zelf: hoe lang mag de even nuchtere als zelfkritische Frenkie zich nu echt een topper noemen? Wat heeft hij daadwerkelijk bereikt? Waarom liet zijn doorbraak toch betrekkelijk lang op zich wachten? Allemaal vragen waarop het ruim tweehonderd pagina’s tellende boek geen antwoord op geeft. Natuurlijk, de biografie leest lekker weg, maar dat komt toch vooral, omdat het bijna allemaal gesneden koek is. En Frenkie altijd zo gewoon is gebleven. Zijn opvallende verschijning bij de pupillen, de overgang van ‘de zwaan van Arkel’ naar Willem II, de weinige speelminuten die hem in het eerste elftal door de toenmalige trainer Jurgen Streppel werden gegund, de strijd om zijn gunsten, die Ajax in zijn voordeel besliste en waarmee vooral PSV, maar ook Feyenoord (dat eigenlijk Frenkie’s favoriete club was), de loef werd afgestoken: het is allemaal vrij pril dat de lezer amper verrast kan zijn.


“De meeste voetbalboeken zijn oersaai”, zei Caioli onlangs in de Volkskrant. Het gaat te ver zijn biografie van Frenkie dat predikaat mee te geven, maar nogmaals: een beetje Ajax-fan zal er niet van ondersteboven raken. Het is vooral de bewondering van de Italiaan die de klok slaat. ‘Laten we het hopen’, zijn zijn laatste woorden, waarmee hij de wens onderstreept die Frenkie na zijn eerste wedstrijd in Nou Camp uitsprak op Instagram. ‘Let’s fight together for more trophies this season.’ Willen we dat niet allemaal?


Dat de Italiaan (voetbal)verliefd is geworden op de huidige spelbepaler van Oranje en Barcelona, daar kan iedereen zich iets bij voorstellen. Hij raakte ondersteboven van Frenkie tijdens de interland van vorig jaar tegen Frankrijk toen die als een volleerd regisseur de interland naar zijn hand zette. Daar zit een boek in, moet Caioli hebben gedacht. Frenkie bevindt zich in een goed gezelschap. Eerder verschenen, wereldwijd, al biografieën van de hand van deze schrijver over onder anderen Lionel Messi, Cristiano Ronaldo, Mohammed Salah en Luis Suárez. Maar niemand die zo ongedwongen en spontaan in het leven staat als Frenkie. Dat niet alleen, zo laat Caioli optekenen in de Volkskrant, het gaat over een kind uit een dorp met drieduizend inwoners die een wereldster wordt. En dat is hoe dan ook een feit. De auteur laat in het artikel weten dat hij niet bang is dat het sympathieke, brave imago van De Jong ten koste gaat van de verkoopcijfers. Vooralsnog lijkt het geen bestseller (te worden).


Frenkie

Auteurs: Luca Caioli en Cyril Collot

Uitgeverij: Thomas Rap

ISBN: 978-94-004-0449-6

Prijs: 19,99 euro


***


Deel 8: Het laatste seizoen van Johan Cruijff en vooral veel meer in nieuwste autobiografie.


Wanneer een voetbalboek, in dit geval het zoveelste boek over Johan Cruijff, begint met de beschrijving van een crematie van een dierbare, dan moet die persoon een belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van Cruijff. Arthur van den Boogaard maakt dat overduidelijk in: ‘Het laatste seizoen’. Henk Angel was als ‘oom Henk of ‘ome Henk’ jarenlang een enorme steun en toeverlaat voor Ajax’ eeuwige nummer 14. Hij was als een tweede vader, nadat Manus, Cruijffs pa, al veel te vroeg was gestorven. Johan was toen twaalf, net zo oud als zijn oom Henk, toen die zijn moeder verloor. Maar ze hadden veel meer gemeen: hun enorme liefde voor Ajax. Cruijff is altijd een kind van de club gebleven. Hij had dat onder meer te danken aan, daar heb je hem weer, zijn oom. Die was terreinknecht en liet zijn neefje zijn gang gaan in het toenmalige Ajax-stadion, De Meer, waar hij alle hoeken en gaten kende.’


De enorme aandacht voor Henk geeft aan dat ‘Het laatste seizoen’ veel verder gaat dan een reconstructie van dat ene succesvolle jaar dat Cruijff doorbracht bij aartsrivaal Feyenoord. Het is de kapstok die Van den Boogaard gebruikt om het andere gezicht van Cruijff te schetsen, wat tevens de ondertitel van zijn boek is. De auteur gaat, verantwoord slalommend, terug naar de eerste actieve jaren van de voormalige topvoetballer, refereert aan de Hiltrup-rel tijdens het WK van 1974, Cruijffs conflict met de PSV’ers Jan van Beveren en Willy van der Kuylen, een gewelddadige overval bij hem thuis en de bedenkelijke rol die Cruijff in 1985 zou hebben gespeeld bij het ontslag van Ajax’ toenmalige trainer Aad de Mos. Allemaal nauwelijks nieuws, maar ze passen wel in de context die Van den Boogaard probeert te schetsen. Zo grijpt hij ook terug op Andere Tijden Sport van 2015, dat ook al in het teken stond van dat veelbesproken jaar 1983-’84. Verder citeert hij uit de door Jaap de Groot opgetekende autobiografie in 2017. Hierin legt Cruijff uit welke invloed ome Henk (niet te verwarren met Henk de Haan, die als masseur de legendarische Salo Muller opvolgde) op zijn leven heeft gehad.


“In 1983 overleed mijn tweede vader, ome Henk, en dat verlies greep me zo aan dat mijn spel bij Ajax eronder leed. Het bestuur wist dat, toch werden er allerlei indianenverhalen over mij de wereld in gebracht en werd ik zwaar beschadigd bij Feyenoord afgeleverd. In Rotterdam heb ik daarna alles bijeengeschraapt om in de geest van mijn tweede vader mijn carrière af te sluiten. Het gaf me de ongelooflijke kracht om op mijn zevenendertigste alles te winnen wat er te winnen viel. Het landskampioenschap, de beker, de Gouden Schoen. De krachten die in me loskwamen, verbazen me nu nog. Daarvoor heb je aan rancune alleen niet genoeg.”


Cruijff had dus vooral een sterke geldingsdrang, maar, stelt Van den Boogaard, hij werd ook gedreven door gelddrang. Ondersteund door zijn schoonvader Cor Coster, aan wie overigens het veruit langste hoofdstuk in het bijna vierhonderd pagina’s – zonder foto’s – tellende boek wordt gewijd. Wil Van den Boogaard hiermee een punt maken, de rol van ‘Zwarte Cor’ tijdens de Tweede Wereldoorlog accentueren? Feit is dat het zakelijke instinct van de vader van Danny Cruijff uitstekend van pas kwam. Het is niet voor niets dat ook in ‘Het laatste seizoen’ wat zakelijke problemen worden aangestipt.


Van den Boogaard sprak ruim zestig mensen voor zijn boek, waarvoor het idee al was gerezen voordat Cruijff ziek werd en uiteindelijk overleed. Opvallend genoeg lijkt het erop dat hij níet heeft gesproken met onder anderen Piet Keizer en Sjaak Swart, bij Ajax zijn gabbers. Beiden komen wel in het stuk voor, uiteraard. Swart zelfs op een wijze die nooit eerder op deze manier voor het voetlicht is gebracht. Hij participeerde wel eens in rollenspelen, die werden opgezet door Dolf Grunwald, in Ajax’ glorieperiode de huispsycholoog. Steevast leidden die, maar ook andere sessies, tot de conclusie dat Cruijffs karakter werd gekenmerkt door nukken, nervositeit en egoïsme. Een aantal van deze eigenschappen moet volgens Grunwald, zo blijkt uit deels nooit eerder openbaar gemaakte rapporten, Cruijff ook parten hebben gespeeld in de interland tegen Tsjechoslowakije, in 1967. Hij werd uit het veld gestuurd, omdat hij scheidsrechter Rudí Glöckner zou hebben geslagen. Tegenwoordig zou je zeggen dat Cruijff adhd zou hebben. Eigenwijsheid en aandachttrekkend gepraat waren hem evenmin vreemd. Vooral die aspecten zullen vele ex-ploeggenoten bij Ajax, Feyenoord en het Nederlands elftal bekend voorkomen. En toch: Cruijffs schelden en coachen was (zijn) manier van helpen. Macht over de bal betekende ook macht buiten het veld, wat er overigens al heel vroeg in zat bij de jongen uit Betondorp. Toen werden Cruijffs opmerkingen en houding als kritiek ervaren en leidden ze tot ergernis. Uit de vele interviews, met bijvoorbeeld zijn toenmalige ploeggenoten van Feyenoord, blijkt dat zij nu, om uiteenlopende redenen, Cruijffs inbreng vooral als positief herinneren.


Van den Boogaard zelf doet een duit in het zakje door in zijn slotwoord ook Cruijff zelf te betrekken: “Dank voor de inspiratie en de hulp bij het schrijven.” In die episode staat een waslijst van mensen uit wie de schrijver motivatie en plezier heeft gehaald om zijn ‘levenswerk’ te voltooien. Opmerkelijk genoeg noemt hij zelfs het ‘Ajax van 2018/19’. En …Auke Kok. Ben benieuwd of deze schrijver er dinsdag bij is wanneer ‘Het laatste seizoen’ wordt gepresenteerd – uiteraard in De Kuip. Kok is al jaren bezig om zijn visie op het (voetbal)leven van Cruijff op papier te zetten. Zijn autobiografie komt in november uit bij Hollands Diep. Met nieuwtjes, heeft hij al eens aangekondigd op het podium van De Wereld Draait Door (maar dit seizoen verrassend genoeg nog niet). Hoe is het mogelijk, zou je denken.


Het laatste seizoen

Het andere gezicht van Johan Cruijff

Auteur: Arthur van den Boogaard

Uitgeverij: Thomas Rap.

ISBN: 978-94-004-0605-6

Prijs: 22,50 euro


***


Deel 7: Hard gras heeft ook na 25 jaar een goede neus voor voetbalverhalen.


Waar wachten voor een stoplicht al niet goed voor kan zijn. In juli 1966, vier jaar nadat Ken Aston was gestopt als scheidsrechter, kreeg de Brit een eureka-moment. Een dag eerder had hij als official moeten optreden, omdat de Argentijnse aanvoerder Antonio Rattin in de WK-interland tegen Engeland weigerde het veld te verlaten. Hij kon scheidsrechter Rudolf Kreitlein niet verstaan.


Er moest een duidelijker systeem komen zodat iedereen kon zien dat een voetballer een officiële waarschuwing had gekregen of dat hij uit het veld was gestuurd, zo bedacht Aston. De ex-arbiter werd gegrepen door de kleuren van het verkeerslicht: ‘Yellow, take it easy. Red, finished.’ Thuis vertelde hij het aan zijn vrouw en die knipte uit stukken gekleurd karton een rode en een gele kaart. Hoe vervolgens binnen de oerouderwetse FIFA het besluit werd overwogen en uiteindelijk genomen om deze kaarten officieel in te voeren, vertelt het verhaal in de nieuwste uitgave van Hard gras niet. Wel dat tijdens het WK van 1970 de eerste gele kaart in de voetbalgeschiedenis werd uitgedeeld. Aan een Rus.


Het voetbaltijdschrift voor lezers bestaat 25 jaar en ook dit handzame jubileumnummer bevat historische artikelen. Over dus de oorsprong van de rode en gele kaart, net als de ramp met het Torino-elftal in 1949 komt voorbij. Nog eens, omdat het elk jaar wordt herdacht, maar ook, zo lezen we in het artikel van Italië-kenner Erik Brouwer, omdat het tal van afgeleide verhalen met zich meebrengt. Over bijvoorbeeld de familie Mazzola, van wie besnorde Sandro het aandurfde over te stappen naar Inter Milan (waarmee hij in 1972 de Europacupfinale tegen Ajax verloor). Aangrijpend in de 128e editie van Hard gras is het artikel van Carolina Trujillo over haar vader en voetbal in de gevangenis in haar geboorteland Uruguay. Hugo Borst, één van de redacteuren van het ‘boekje’, beschrijft dat er in tientallen jaren journalistiek weinig is veranderd. Zelfs bij het vrouwenvoetbal (lees: Jacky Groenen) kan het erg frustrerend zijn een interview aan te vragen.


Vermoeiend was het eveneens voor Thomas Heerma van Voss om door te dringen tot ene M. Dit voormalige Ajax-talent meldde zich bij de amateurclub van de schrijver, maar M. hield het na een jaar alweer voor gezien. Tot grote teleurstelling van Heerma van Voss, nota bene een Ajax-fan. Het levert wel een leuk stuk op.


In de jongste Hard gras ontbreken de strips van Gerrit de Jager evenmin. Hij is één van de medewerkers van het eerste uur, net als Tim Overdiek, die ons nog één keer laat smullen van (een deel van) zijn stuk over het Balboaplein in Amsterdam, de voetbalspeelplaats van onder anderen Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Tarik Oulida. Ook hier spreekt een groot liefhebber van voetbal(literatuur). De redactie, bestaande uit Hugo Borst, Matthijs van Nieuwkerk en Henk Spaan, blijft ook na een kwart eeuw een neus houden voor goede verhalen. En dito foto’s, zoals die waarop Rijkaard en Gullit elkaar bekampen, maar vooral de serie waarin vedetten als Johan Cruijff, Maradona en Arjen Robben zich omsingeld weten door tegenstanders.


Hard gras bestaat 25 jaar, nummer 128

Voetbaltijdschrift voor lezers

Diverse auteurs. Uitgeverij: Ambo/Anthos uitgevers

ISBN: 97-890-263-474-67

Prijs: 10,95 euro


***


Deel 6: Van Basten, Cruijff en Maradona: Theo Reitsma zag ze allemaal excelleren.


De Champions-Leaguefinale tussen Ajax en AC Milan, diverse WK-finales, tal van grote Olympische wedstrijden, ja zelfs een Elfstedentocht. Wat staat er eigenlijk niet op de cv van Theo Reitsma? Alle reden om met hem in een boek vijftig jaar sportgeschiedenis te doorlopen. Met als aansprekende titel ‘Dit is een goed stel hoor’.


Elke voetballiefhebber - en zeker degenen die graag mijmeren over het enige titeltoernooi dat Oranje ooit won, het EK van 1988 – (her)kent deze uitspraak. Reitsma beschreef zo op deze voor hem typerende manier de selectie van het Nederlands elftal, toen die na afloop van de finale tegen de Sovjetunie de titel vierde. Reitsma ging ondanks het unieke succes niet bepaald uit zijn dak. Tijdens die eindstrijd liet hij zich wel enigszins gaan toen Marco van Basten op ‘onmogelijke’ wijze de 0-2 binnenknalde, zij het kort, zonder opsmuk en tierelantijnen: “Oohhh wat een goal!” Wel slordig dat bij een foto van Van Basten in het boek staat dat hij zojuist tegen de Sovjetunie scoorde, terwijl je een Engelsman op de grond ziet liggen.


Terug naar de man om wie het boek draait, Reitsma. Van binnen kende hij gedurende zijn tientallen jaren omvattende carrière als sportverslaggever tal van momenten van geluk en genot. Hij is echter geen Jack van Gelder, die volgens Reitsma uren na het hoogstandje van Dennis Bergkamp tijdens het WK van 1998 tegen Argentinië nog tranen in de ogen had. Daarop heeft niemand Reitsma ooit betrapt. Ook had hij ‘niet het karakter om tot de inner circle van de sportmensen door te dringen.’ Desondanks werden zijn kennis en presentatie alom geroemd, al heeft hij zich ook wel eens ondergewaardeerd gevoeld. Reitsma meldt dit in zijn boek, dat geschreven is, zoals de sportliefhebber van hem gewend is: sober, bondig en soms persoonlijk. Net als op tv veegt hij ook op papier met niemand de vloer aan. Op zijn tijd is hij kritisch, zoals over de wijze waarop Ajax en Johan Cruijff in het verleden niet altijd Oranjegezind waren. Reitsma vindt het verder een gemiste kans dat Cruijff het WK van 1978 als speler liet schieten en daarna als bondscoach ook schitterde door afwezigheid. Louis van Gaal maakte hij als speler bij Sparta mee en als trainer bij Oranje én Ajax. De coach presteerde het Reitsma eens de mantel uit te vegen, zoals ook Cruijff hem, in een gezamenlijk interview met Johan Neeskens, eens op zijn nummer meende te moeten zetten. De immer evenwichtige en daarom voor sommige volgers misschien wat saaie verslaggever haalt er jaren na dato zijn schouders over op. Over Van Gaal: “Bovendien vertelde zijn echtgenote Truus me in de loop der jaren enige malen dat haar vader mij de beste commentator vond.”


Reitsma had een duidelijke voorkeur voor atletiek, honkbal en uiteraard voetbal. Hij voelde zich wat minder thuis in het wielrennen. Of op het ijs, al was hij er in 1986 wel bij toen ene W.A. van Buren de Elfstedentocht uitreed, die gewonnen werd door Evert van Benthum. Dat sportjaar was sowieso bijzonder voor Reitsma. In de zomer werd Diego Armando Maradona met Argentinië winnaar van een Oranjeloos WK, mede dank zij een door hem met de hand gemaakt doelpunt tegen Engeland. Reitsma had dit als één van de weinige kijkers snel door, ‘zonder een seconde na te denken.’ Hij gunt de lezer in, uiteraard, korte hoofdstukken over deze en allerlei andere (inter)nationale evenementen een kijkje achter de schermen én, tot op bepaalde hoogte, in de mens achter de commentator.


Dit is een goed stel hoor

50 jaar sportgeschiedenis

Auteur: Theo Reitsma

Uitgeverij: Edicola Publishing bv

ISBN: 978-94-929-2073-7

Prijs: 21,95 euro.


***


Deel 5: Weer een boekje met voetbalquotes, met uiteraard citaten van onder anderen Johan Cruijff.


“Als ik eerlijk ben, zeg ik: geef die verpleegsters in verzorgingstehuizen wat meer en ons voetballers wat minder.” Wat zou de wereld dan rechtvaardiger zijn, zou ik aan deze ontboezeming van Kevin De Bruyne willen toevoegen. Het citaat van de Belgische sterspeler had niet misstaan in ‘Ik ben getrouwd met voetbal en ga vreemd met mijn vrouw.’ Dit is de titel van het zoveelste boekje met de mooiste, gekste, ontroerendste en leukste quotes over voetbal. Tenminste, volgens de onderzoeksvoetbaljournalisten Iwan van Duren en Tom Knipping en Voetbal International en A.W. Bruna die de gevarieerde bundel hebben uitgegeven.


Het blijft altijd arbitrair als je het hebt over de leukste … (vul maar in wat je wil), de knapste … (idem), de beste …(dito) of in dit geval de meest opvallende uitlatingen van heel lang geleden tot zeer recent. Toch blader ik er altijd graag doorheen. Om me bijvoorbeeld te ergeren aan de zoveelste ongenuanceerde of frustrerende opmerking van José Mourinho. Of te genieten van liefst veertien (hoe verzinnen ze het?) citaten van Johan Cruijff. Dat hij het binnen én buiten het voetbalveld goed kon vinden met Wim van Hanegem mag bekend zijn, maar dat Feyenoords toenmalige topmiddenvelder de uitvinder is van “elk nadeel heb zijn voordeel”, dat is voor vele voetballiefhebbers wellicht een verrassing. Opzienbarend is ook dat ‘zelfs’ Ruud Krol in de bundel wordt aangehaald. De laatste der Mohikanen bij Ajax, die het niet bepaald van zijn vocabulaire moe(s)t hebben, zei ooit: “Voetbal is geen kunst, maar het is wel kunstig om een goede voetballer te zijn.”


Grappig is ook een opmerking van Wim Rijsbergen (ex-speler van Feyenoord en Oranje en voormalig jeugdtrainer bij Ajax) over Luis Suarez: “Zijn Schwalbes moeten beter worden, anders blijft hij tegen gele kaarten aanlopen.” Kennelijk heeft de voormalig spits van onder meer Ajax dat goed in zijn oren geknoopt, want hij krijgt het steeds minder vaak aan de stok met scheidsrechters. Zo blijkt wat mensen in de voetballerij spontaan of bedoeld zeggen lang niet altijd aan dovemans oren te zijn besteed. Als je de boodschap maar ter harte neemt. Of, zoals oud-scheidsrechter Mario van der Ende ooit de spijker op zijn kop sloeg: “De beste scheidsrechter heeft goede ogen en slechte oren.”


Natuurlijk wordt ook Louis van Gaal aangehaald, meermalen zelfs, mede om zijn meertaligheid in het belachelijke te trekken, zoals in “Ich schlafe immer löffel an löffel.” Zijn historische “Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?!” ontbreekt evenmin. Die laatste uitbrander was overigens gericht aan het adres van Ted van Leeuwen. Hij schreef toen voor De Gelderlander en bewees zich de afgelopen maanden als de samensteller van de selectie waarmee FC Twente de terugkeer in de eredivisie (tot dusverre) knap gestalte geeft. Van Leeuwen kan zich misschien wel vinden in een uitspraak van de Noorse coach Trond Sollied: “Ik had ook journalist kunnen worden, maar ik vind: je moet in het leven iets proberen te bereiken.”


Ik ben getrouwd met voetbal en ga vreemd met mijn vrouw

De mooiste, gekste, ontroerendste en leukste quotes over voetbal

Auteurs: Iwan van Duren en Tom Knipping

Uitgeverij: Voetbal International en A.W. Bruna

ISBN: 978-94-005-1166-8

Prijs: 7,99 euro


***


Deel 4: De nachtmerrie in Tottenham Hotspur nogmaals beleefd in Hard gras.


Nog geen drie maanden geleden leed Ajax de moeder aller nederlagen, althans, zo voelde het die avond. Het werd ook stil in en rondom mij. De niet te vatten, hele late 2-3 in de eigen Arena tegen Tottenham Hotspur maakte een eind aan de Europese droom. Leidde ertoe dat de finale van de Champions League toch niet werd gehaald en maakte gevoelens van ongeloof (vooral dat), verdriet en woede los bij een groot deel van de (inter)nationale voetbalwereld. Maandenlang werd Ajax gesteund door zeldzaam veel supporters. Vrijwel iedereen hield van de ‘klas van 2019’.


Hoe pijnlijk ook, de redactie van Hard gras kon in zijn jongste editie natuurlijk niet om de uitschakeling heen. Het drama tegen de latere, verliezend finalist loopt als een rode draad door nummer 127. Misschien een beetje te veel van het goede, maar ook nuttig als een zekere vorm van rouwverwerking. Menig voetballezer zal zich herkennen in de vele persoonlijke verhalen. Of de schrijver nu in Albanië (Pieter van Os), Portugal (Julien Althuisius) of Schotland (Daan Heerman Van Voss) zat: ze waren/zijn allemaal gek van Ajax en niemand wilde ook maar een seconde van de ontknoping missen. Oké, behalve dan die ene tel, waarin een Braziliaan die eigenlijk nooit scoort zijn derde doelpunt van de avond maakte. Dieuwke Wynia beleefde de nachtmerrie thuis, in Amsterdam, terwijl de zoons van deze voormalig hoofdredacteur van De Wereld Draait Door in het stadion zaten. En dan moest één van de twee met zijn ‘Class of 2019’ de dag erop nog eindexamen doen. Moeder hield haar hart vast, maar uiteindelijk slaagde zoonlief met vlag en wimpel. Hij wel.


Sam Planting analyseert niet alleen de thuiswedstrijd tegen de Spurs. In zijn originele en steekhoudende analyse maakt hij duidelijk dat ‘de marges’ in het voetbal klein zijn. Volgens hem is het succesverhaal van Ajax een opsomming van momenten waarop een uitkomst, een beslissing nét de goede kant op viel. In drie gevallen was er een hoofdrol weggelegd voor Noussair Mazraoui. Een beetje Ajax-fan kan ze zo oplepelen. Planting refereert verder onder meer aan de gouden deal van Marc Netto met betrekking tot het aantrekken van Frenkie de Jong en aan de wedergeboorte van een afgeschreven regisseur (wie zou hij hiermee toch bedoelen?).


Nog even terug naar Albanië: Van Os’ artikel gaat vooral over de dreiging van het niet doorgaan van de Europacupwedstrijd die Ajax in 1970 tegen 17 Nendori Tirana zou spelen. En waarom dan wel? Om de lange manen van de Ajacieden. De Albanese autoriteiten zaten er niet op te wachten en hadden zelfs een kapper beschikbaar om ’langharig tuig’ te kortwieken. Uiteindelijk ging het duel gewoon door, zonder dat de man met de schaar er aan te pas hoefde te komen. Los van de schaarbeweging die wijlen Piet Keizer toentertijd in huis had uiteraard. Ook dat is het onvergetelijke aan Ajax…


Maar het (voetbal)leven gaat door, want dinsdagavond is in Thessaloniki de eerste stap naar hopelijk een nieuw bijzonder jaar in de Champions League gezet. Met aanvankelijk Kasper Dolberg in de gelederen. De Deen viel geblesseerd uit en de toch al geplaagde kroonprins onder de Ajax-spitsen heeft er dus mogelijk weer een probleem bij. Naast de concurrentie van oud (de scorende Klaas-Jan Huntelaar) en het in Hard gras nu al bewierookte talent Brian Brobbey.


Hard gras

Voetbaltijdschrift voor lezers

Nummer 127 90:00 + 05:01

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 97-890-263-474-50

Prijs: 10,95 euro


***


Deel 3: Verhalen van Michel van Egmond vol milde spot en medeleven gebundeld.


Er zijn mensen die niet zitten te wachten op een bundel met verhalen die eerder zijn gepubliceerd. Ik heb minder moeite met dit soort boeken, zeker als het de schrijver Michel van Egmond betreft. Zijn reportages blijven uniek en ook jaren nadat ze voor het eerst zijn verschenen de moeite waard om herlezen te worden.


Van Egmond is niet voor niets al verscheidene malen onderscheiden en vrijwel al zijn boeken werden bestsellers. Zoals ‘Topshow’, waarin hij de lezer een eigen kijkje achter de schermen bij het tv-equivalent van Voetbal International gunt. Eén van de mensen die hij hierin subtiel op de korrel neemt, is Hans Kraay jr. De voormalig profvoetballer figureert ook in één van de verhalen in Van Egmonds bundel. De auteur was erbij toen FC Lienden massaal afscheid nam van trainer Kraay jr, hij beschrijft de avond met bedekte spot.


Van Egmond durft mensen overigens best ‘aan te pakken’, wat in de voetballerij geen kwaad kan, maar schofferen is er nooit bij. Misschien is dat ook wel de reden waarom Louis van Gaal hem altijd te woord staat. Is dat dan zo raar? Nou, eigenlijk wel. Van Egmond schrijft voor Voetbal International en dat wordt door Van Gaal als een haatpamflet gezien. Behalve als het om de (vertrouwenwekkende en opgewekte) stukken van Van Egmond gaat: hij heeft er nooit iets over op te merken. Van Egmond volgt de oud-bondscoach al enige tijd op de voet. Zo kunnen we genieten van een verslag van een hilarisch verlopen persconferentie in de Chinese hoofdstad Peking, maar ook van de opening van het voetbalmuseum van Jos Lenssen. Van Gaal was hiervoor speciaal afgereisd naar Mierlo, waar onder meer het pak uitgestald wordt dat de toenmalige Ajax-trainer droeg tijdens de Champions-Leaguefinale tegen AC Milan. Een pak overigens, dat een poos ook in het huis van … Van Egmond heeft gehangen.


Over musea en grote (ex-)trainers gesproken: Van Egmond heeft ook een zwak voor Johan Cruijff en hij was erbij toen de eeuwige nummer 14 een aan hem gewijd museum bezocht. Heerlijk om te lezen hoe de man achter dit initiatief, Henk Davids, stikzenuwachtig op een ontmoeting met zijn idool staat te wachten. Die op zijn beurt jaloers lijkt op de verzameling van zijn fan: ‘Hij heb alles, dus ik heb niks.’ Cruijff had wel een telefoon, al gebruikte hij het toestel zelden, heeft hij zich wel eens laten ontvallen. Toch deed hij op een dag misschien wel veertien pogingen om in contact te komen met Van Egmond, vergeefs. Vandaar de titel van het boek (’14 gemiste oproepen van Cruijff’).


Eén van de andere voetbalverhalen waarnaar de titel verwijst, kan je als lezer niet onberoerd laten. De sportschrijver ging hiervoor op bezoek bij de ouders van Cor van den Brink, die ruim veertig jaar geleden als een enorm Ajax-talent werd bestempeld. Vier maanden na zijn officieuze debuut in het eerste elftal (de afscheidswedstrijd van Cruijff in Nou Camp tegen Barcelona) verongelukte hij. Het ongeval met een auto, dat ook aan een andere, jeugdige Ajacied het leven kostte (Remco Muller), was op 16 december 1978. En dus niet op 16 december 1878 wat uiteraard abusievelijk, maar ook uitermate slordig wordt gemeld. Over Cor (en Remco) heeft nooit meer iemand het in Amsterdam, zo stelt Van Egmond wrang vast. Het maakt de verwerking van het vreselijke verlies voor hun ouders er niet makkelijker op. Cors moeder: “Heel gek, maar voor ons is hij altijd een jongen van achttien gebleven.”


14 gemiste oproepen van Cruijff

En andere voetbalverhalen

Auteur: Michel van Egmond

Uitgeverij: Inside

ISBN: 978-904-884-926-0

Prijs: 21,99 euro


***


Deel 2: Het mooie van Ajax gevangen in aanstekelijk proza en poëzie.


In 1971 zette Johan Cruijff na zware onderhandelingen zijn handtekening onder een nieuw 7-jarig contract bij Ajax. Een unicum in het Nederlandse profvoetbal. Ik moest hieraan denken toen maandag ineens bekend werd dat Dusan Tadic tussentijds zijn verbintenis als Ajacied heeft verlengd tot 2026. Met zeven jaar dus. Waar Cruijff er bij de ondertekening rekening mee hield dat hij na afloop als speler (bij Ajax?) zou stoppen, daar is Tadic van plan om zich in Amsterdam na zijn actieve carrière te richten op een trainersloopbaan.


Cruijff zou uiteindelijk binnen twee jaar toch naar Barcelona vertrekken. In ’71 was er ook al interesse van Barça, maar gooide de Spaanse voetbalbond de grenzen op slot voor buitenlanders. Cruijff koos eieren voor zijn geld, maar ironisch genoeg bespoedigde de contractverlenging zijn vertrek, die leidde namelijk tot afgunst in de spelersgroep.


Of Tadic zijn verbintenis wel uitdient, zal de tijd leren, maar dat is juist het mooie van Ajax. De leiding durft (weer) te investeren en grenzen te verleggen om haar status van topclub te benadrukken. Zo kennen we haar weer en dat is ook de rode draad in één van de leukste boeken over Ajax, die ik de laatste jaren heb gelezen: ‘Het mooie van Ajax’ ofwel ‘Een Literaire Lofzang’ van Chris Willemsen op de periode 1969-2019. Vijftig jaar topvoetbal en ik heb het zelf op afstand en van dichtbij mee mogen maken. De hoogtepunten én de dieptepunten. Ook die drama’s, afgangen en onvermijdelijke bestuursperikelen worden - op veelal luchtige wijze - door Willemsen beschreven. Waarom ook niet: wie mooi wil zijn, moet pijn lijden en eens Ajacied, altijd Ajacied, ook al draait het niet.


Willemsen staat al decennia garant voor voetbalpoëzie en -proza van Champions-League niveau. Mensen die het over Sinterklaasgedichten hebben, slaan de plank volledig mis. Aanleiding voor zijn nieuwste boekwerk - je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar - waren de opvallende Europese successen van Ajax in het afgelopen seizoen. Helaas houdt de verslaglegging van die onvergetelijke jaargang op bij de demonstratie tegen Real Madrid, in de Spaanse hoofdstad.


Anderzijds: waarom zou je niet op het hoogtepunt stoppen? Willemsen strooit nog wat zout in de wonden bij Sergio Ramos, die zoals bekend tijdens de heenwedstrijd in Amsterdam een bewuste (tweede) gele kaart opliep om er in de kwartfinale wél bij te zijn. Nou, de Real-aanvoerder kwam van de koude kermis thuis en met hem zijn ploeggenoten. Heerlijk om de Amsterdamse dadendrang vanaf de eerste kwalificatiewedstrijd nog eens te beleven.


Willemsen doet het verhalend en dichtend, maar altijd vanuit een originele invalshoek. Niet zelden zet hij de lezer op het verkeerde been - als ware hij zelf nog die talentvolle Haagse voetballer van weleer. Een voorbeeld? Eén van de vele gedichten heeft als titel ‘John de Bever’. Inderdaad, John de Bever. Heeft die ooit met of tegen Ajax gespeeld? Tegen wel, met nooit. Toch figureert hij in een lofzang op Frenkie de Jong: ‘Hij is nog maar een lichtgewicht/Maar niemand krijgt hem van de bal/Noch die lach van zijn gezicht.’


Willemsens stukjes over het afgelopen seizoen zijn allemaal nieuw, de meeste andere artikelen verschenen eerder in onder meer Ajax Magazine, Het Parool en boeken of bundels als ‘Eeuwig Ajax’ en ‘Het mooiste niet-gescoorde doelpunt van Frank Rijkaard’. Die laatste titel verwijst naar één van de bijna surrealistische verhalen van Willemsen, over de Europacupfinale, in 1995, tegen AC Milan. Hilarisch is ook de wijze waarop hij Marco van Basten als een duivel met drietand neerzet tijdens het Europees kampioenschap van 1988. Hiermee kom ik meteen bij een enkel minpuntje: het aandeel Oranje is relatief groot. Maar misschien is ook dat wel het mooie van Ajax, want de club is sinds de eerste hoogtijdagen, eind jaren zestig/begin jaren zeventig van de vorige eeuw, hofleverancier voor het Nederlands elftal.


In het boek staan ook prachtige foto’s, van het afgelopen seizoen, van spelers in dat prachtige uitshirt, maar vooral uit de goede ouwe tijd met Rinus Michels, Sjaak Swart, Ruud Krol, Gert Bals (met één blote hand!) en al die andere coryfeeën. Uiteraard ontbreekt Johan Cruijff evenmin, in woord en beeld. Het kan geen toeval zijn dat de eeuwige nummer 14 zowel op de eerste als de laatste foto in het boek staat. Op de eerste foto zie je hem (één van) zijn mooiste doelpunt(en) maken, tegen FC Den Haag; de laatste wordt vergezeld van een veelzeggend gedicht:


Kan niet waar zijn

Cruijff is dood

Heb je het al gehoord

Dat kan wel zijn

Maar is niet waar

Cruijff leeft altijd voort


Het mooie van Ajax

Een Literaire Lofzang/1969-2019

Auteur: Chris Willemsen

Uitgeverij: Nederlandse Sportboeken Club (NSC)

ISBN: 8710114004666

Prijs: 10 tot 19,95 euro


***


Deel 1: Johan Cruijff wist overal de weg, maar kon nog geen stofzuiger vasthouden.


De bal is weer gaan rollen en daarmee is ook het nieuwe voetbal lees seizoen geopend. Met een nieuw boek over …Johan Cruijff. Een nieuw boek? Is er dan nog iets te melden wat we nog niet weten over de eeuwige nummer 14? Jazeker. Wat te denken van zijn favoriete muziek. Verreweg de meeste elpees die Cruijff in zijn bezit had, waren van de Spaanse zanger Julio Iglesias. Maar de collectie LP’s bevatte ook Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, Hengstenbal van Van Kooten&De Bie en Home van The Cats. Zijn lijflied was My Way van Frank Sinatra, maar da’s logisch. De ruim drie jaar geleden maestro deed immers alles op zijn manier.


Zo maakte hij er een gewoonte van om elke dag voor zijn Danny een kopje thee op bed te brengen. Verder hoefde je van hem in het huishouden amper iets te verwachten. Hij kon zelfs geen stofzuiger vasthouden.


Waar we deze wijsheid vandaan halen? Uit Cruijff&Johan, een bijzonder boek van Ferenc van der Vlies en co-auteur Jan-Cees Butter. Van der Vlies was - letterlijk - kind aan huis bij de familie van Cruijff, nadat hij eerst Quick en vervolgens het schoenen- annex kledingmerk Cruyff Sport nieuw leven had ingeblazen. Dat was in 2005. Binnen de kortste keren vonden Van der Vlies en Cruijff elkaar. En dat wil wat zeggen, omdat Cruijff als zakenman een aantal minder gelukkige ervaringen achter de rug had. Maar afgezien van een kleine, kortstondige rimpeling bleven de twee (zaken)partners voor het leven. En na het overlijden van Cruijff blijft Van der Vlies welkom bij Danny. Zij was het overigens, die de complete platencollectie van haar man bij Van der Vlies liet bezorgen. Cruijffs nabestaanden waren ook opvallend vrijgevig bij het beschikbaar stellen van unieke foto’s uit hun privé-archief. Wie goed doet, goed ontmoet? Wat begon als een zakelijk contact, was uitgemond in een warme vriendschap.


Het heeft tot een opmerkelijk boek geleid, met bekende, minder bekende en onbekende anekdotes. Dat Cruijff pretendeerde overal verstand van te hebben, daar vertellen we niets nieuws mee. De spelmaker van weleer was vaak een praatjesmaker. Bij Feyenoord – in dat ene jaar waarin hij met de aartsrivaal van Ajax de dubbel pakte – gaf hij eens uitleg aan ’interminus-coëfficientiewet. Zijn ploeggenoten kwamen niet bij van het lachen, want het woord hadden ze zelf bedacht.


Cruijff had er verder - tot grote ergernis van zijn vrouw - een handje van de weg beter te weten dan een taxichauffeur en zo was er meer waarmee hij zich onsterfelijk maakte, ondervond ook Van der Vlies. De ondernemer heeft genoten én, zegt hij, veel geleerd van de levenslessen die hij heeft mogen ervaren in zijn contacten met Cruijff. De lezer kan zich er, na het verslinden van de veertien (…) hoofdstukken, van alles bij voorstellen.


Cruijff&Johan

Uitgeverij: Water

Auteurs: Jan-Cees Butter en Ferenc van der Vlies

ISBN: 978-94-92594-58-7

Prijs: 20 euro


***