Ajax Geboekstaafd. Het voetbalboekenseizoen 2017-'18. Tekst: Hans Janssen - Ajacied

Ajax Geboekstaafd. Het voetbalboekenseizoen 2019-'20. Tekst: Hans Janssen


Ajax Geboekstaafd (Onderin staan de covers)


Ajax Geboekstaafd, het voetbal leesseizoen 2019-2020 Deel 2: Het mooie van Ajax gevangen in aanstekelijk proza en poëzie.


In 1971 zette Johan Cruijff na zware onderhandelingen zijn handtekening onder een nieuw 7-jarig contract bij Ajax. Een unicum in het Nederlandse profvoetbal. Ik moest hieraan denken toen maandag ineens bekend werd dat Dusan Tadic tussentijds zijn verbintenis als Ajacied heeft verlengd tot 2026. Met zeven jaar dus. Waar Cruijff er bij de ondertekening rekening mee hield dat hij na afloop als speler (bij Ajax?) zou stoppen, daar is Tadic van plan om zich in Amsterdam na zijn actieve carrière te richten op een trainersloopbaan.


Cruijff zou uiteindelijk binnen twee jaar toch naar Barcelona vertrekken. In ’71 was er ook al interesse van Barça, maar gooide de Spaanse voetbalbond de grenzen op slot voor buitenlanders. Cruijff koos eieren voor zijn geld, maar ironisch genoeg bespoedigde de contractverlenging zijn vertrek, die leidde namelijk tot afgunst in de spelersgroep.


Of Tadic zijn verbintenis wel uitdient, zal de tijd leren, maar dat is juist het mooie van Ajax. De leiding durft (weer) te investeren en grenzen te verleggen om haar status van topclub te benadrukken. Zo kennen we haar weer en dat is ook de rode draad in één van de leukste boeken over Ajax, die ik de laatste jaren heb gelezen: ‘Het mooie van Ajax’ ofwel ‘Een Literaire Lofzang’ van Chris Willemsen op de periode 1969-2019. Vijftig jaar topvoetbal en ik heb het zelf op afstand en van dichtbij mee mogen maken. De hoogtepunten én de dieptepunten. Ook die drama’s, afgangen en onvermijdelijke bestuursperikelen worden - op veelal luchtige wijze - door Willemsen beschreven. Waarom ook niet: wie mooi wil zijn, moet pijn lijden en eens Ajacied, altijd Ajacied, ook al draait het niet.


Willemsen staat al decennia garant voor voetbalpoëzie en -proza van Champions-League niveau. Mensen die het over Sinterklaasgedichten hebben, slaan de plank volledig mis. Aanleiding voor zijn nieuwste boekwerk - je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar - waren de opvallende Europese successen van Ajax in het afgelopen seizoen. Helaas houdt de verslaglegging van die onvergetelijke jaargang op bij de demonstratie tegen Real Madrid, in de Spaanse hoofdstad.


Anderzijds: waarom zou je niet op het hoogtepunt stoppen? Willemsen strooit nog wat zout in de wonden bij Sergio Ramos, die zoals bekend tijdens de heenwedstrijd in Amsterdam een bewuste (tweede) gele kaart opliep om er in de kwartfinale wél bij te zijn. Nou, de Real-aanvoerder kwam van de koude kermis thuis en met hem zijn ploeggenoten. Heerlijk om de Amsterdamse dadendrang vanaf de eerste kwalificatiewedstrijd nog eens te beleven.


Willemsen doet het verhalend en dichtend, maar altijd vanuit een originele invalshoek. Niet zelden zet hij de lezer op het verkeerde been - als ware hij zelf nog die talentvolle Haagse voetballer van weleer. Een voorbeeld? Eén van de vele gedichten heeft als titel ‘John de Bever’. Inderdaad, John de Bever. Heeft die ooit met of tegen Ajax gespeeld? Tegen wel, met nooit. Toch figureert hij in een lofzang op Frenkie de Jong: ‘Hij is nog maar een lichtgewicht/Maar niemand krijgt hem van de bal/Noch die lach van zijn gezicht.’


Willemsens stukjes over het afgelopen seizoen zijn allemaal nieuw, de meeste andere artikelen verschenen eerder in onder meer Ajax Magazine, Het Parool en boeken of bundels als ‘Eeuwig Ajax’ en ‘Het mooiste niet-gescoorde doelpunt van Frank Rijkaard’. Die laatste titel verwijst naar één van de bijna surrealistische verhalen van Willemsen, over de Europacupfinale, in 1995, tegen AC Milan. Hilarisch is ook de wijze waarop hij Marco van Basten als een duivel met drietand neerzet tijdens het Europees kampioenschap van 1988. Hiermee kom ik meteen bij een enkel minpuntje: het aandeel Oranje is relatief groot. Maar misschien is ook dat wel het mooie van Ajax, want de club is sinds de eerste hoogtijdagen, eind jaren zestig/begin jaren zeventig van de vorige eeuw, hofleverancier voor het Nederlands elftal.


In het boek staan ook prachtige foto’s, van het afgelopen seizoen, van spelers in dat prachtige uitshirt, maar vooral uit de goede ouwe tijd met Rinus Michels, Sjaak Swart, Ruud Krol, Gert Bals (met één blote hand!) en al die andere coryfeeën. Uiteraard ontbreekt Johan Cruijff evenmin, in woord en beeld. Het kan geen toeval zijn dat de eeuwige nummer 14 zowel op de eerste als de laatste foto in het boek staat. Op de eerste foto zie je hem (één van) zijn mooiste doelpunt(en) maken, tegen FC Den Haag; de laatste wordt vergezeld van een veelzeggend gedicht:


Kan niet waar zijn

Cruijff is dood

Heb je het al gehoord

Dat kan wel zijn

Maar is niet waar

Cruijff leeft altijd voort


Het mooie van Ajax

Een Literaire Lofzang/1969-2019

Auteur: Chris Willemsen

Uitgeverij: Nederlandse Sportboeken Club (NSC)

ISBN: 8710114004666

Prijs: 10 tot 19,95 euro


***


Ajax Geboekstaafd, het voetbal leesseizoen 2019-2020 Deel 1: Johan Cruijff wist overal de weg, maar kon nog geen stofzuiger vasthouden.


De bal is weer gaan rollen en daarmee is ook het nieuwe voetbal lees seizoen geopend. Met een nieuw boek over …Johan Cruijff. Een nieuw boek? Is er dan nog iets te melden wat we nog niet weten over de eeuwige nummer 14? Jazeker. Wat te denken van zijn favoriete muziek. Verreweg de meeste elpees die Cruijff in zijn bezit had, waren van de Spaanse zanger Julio Iglesias. Maar de collectie LP’s bevatte ook Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, Hengstenbal van Van Kooten&De Bie en Home van The Cats. Zijn lijflied was My Way van Frank Sinatra, maar da’s logisch. De ruim drie jaar geleden maestro deed immers alles op zijn manier.


Zo maakte hij er een gewoonte van om elke dag voor zijn Danny een kopje thee op bed te brengen. Verder hoefde je van hem in het huishouden amper iets te verwachten. Hij kon zelfs geen stofzuiger vasthouden.


Waar we deze wijsheid vandaan halen? Uit Cruijff&Johan, een bijzonder boek van Ferenc van der Vlies en co-auteur Jan-Cees Butter. Van der Vlies was - letterlijk - kind aan huis bij de familie van Cruijff, nadat hij eerst Quick en vervolgens het schoenen- annex kledingmerk Cruyff Sport nieuw leven had ingeblazen. Dat was in 2005. Binnen de kortste keren vonden Van der Vlies en Cruijff elkaar. En dat wil wat zeggen, omdat Cruijff als zakenman een aantal minder gelukkige ervaringen achter de rug had. Maar afgezien van een kleine, kortstondige rimpeling bleven de twee (zaken)partners voor het leven. En na het overlijden van Cruijff blijft Van der Vlies welkom bij Danny. Zij was het overigens, die de complete platencollectie van haar man bij Van der Vlies liet bezorgen. Cruijffs nabestaanden waren ook opvallend vrijgevig bij het beschikbaar stellen van unieke foto’s uit hun privé-archief. Wie goed doet, goed ontmoet? Wat begon als een zakelijk contact, was uitgemond in een warme vriendschap.


Het heeft tot een opmerkelijk boek geleid, met bekende, minder bekende en onbekende anekdotes. Dat Cruijff pretendeerde overal verstand van te hebben, daar vertellen we niets nieuws mee. De spelmaker van weleer was vaak een praatjesmaker. Bij Feyenoord – in dat ene jaar waarin hij met de aartsrivaal van Ajax de dubbel pakte – gaf hij eens uitleg aan ’interminus-coëfficientiewet. Zijn ploeggenoten kwamen niet bij van het lachen, want het woord hadden ze zelf bedacht.


Cruijff had er verder - tot grote ergernis van zijn vrouw - een handje van de weg beter te weten dan een taxichauffeur en zo was er meer waarmee hij zich onsterfelijk maakte, ondervond ook Van der Vlies. De ondernemer heeft genoten én, zegt hij, veel geleerd van de levenslessen die hij heeft mogen ervaren in zijn contacten met Cruijff. De lezer kan zich er, na het verslinden van de veertien (…) hoofdstukken, van alles bij voorstellen.


Cruijff&Johan

Uitgeverij: Water

Auteurs: Jan-Cees Butter en Ferenc van der Vlies

ISBN: 978-94-92594-58-7

Prijs: 20 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-‘19. Deel 14: Gerard van der Lem vermaakt zich overal als (assistent-)trainer.


Wat had ik er graag bij willen zijn. Bij de presentatie eerder dit voorjaar in een café in de Amsterdamse Watergraafsmeer van een boek over Gerard van der Lem. Wat zal er gelachen zijn, want humor en Ajax zijn de rode draden in het (voetbal)leven van de ras-Mokumer. Maar het boek van Edwin Struis maakt ook duidelijk dat met de tegenwoordig werkloze (assistent)trainer niet te sollen valt. Als hij in de gaten krijgt dat anderen een loopje met hem nemen, hem niet (meer) serieus nemen, dan heb je een kwaaie aan Van der Lem. Dat merkte zelfs Louis van Gaal, de man met wie hij bij Sparta samenspeelde en uiteraard degene met wie hij Ajax naar grote hoogten leidde. Rechtvaardigheid en trouw heeft Van der Lem hoog in het vaandel staan, maar toen Van Gaal in hun Barcelona-periode plompverloren en zonder enig overleg met zijn rechterhand aankondigde dat Jari Litmanen in navolging van zoveel meer ex-Ajacieden was gecontracteerd, was de maat vol voor Van der Lem. Zo kwam er na acht jaar een eind aan een, zou je denken, onmogelijke, maar in werkelijkheid zeer geslaagde combinatie. Die van de eigengereide en nogal met zichzelf ingenomen Van Gaal en de joviale, sociale en goedlachse Van der Lem.


“Wij kunnen van Ajax weer een topclub maken”, zei Van Gaal al nog voordat ze samen in De Meer aan de slag gingen. De plek waar ze beiden als jeugdspeler hun droom niet waar konden maken. Van Gaal kon - zoals wel vaker gedurende zijn loopbaan - niet op tegen Johan Cruijff. Van der Lem daarentegen, maakte zichzelf onmogelijk door een conflict met ... Bobby Haarms. Ja, Van der Lem en autoriteiten, dat botste geregeld. Later konden beiden er nog smakelijk om lachen, al is het wel opmerkelijk dat Haarms vervolgens nauwelijks in Struis’ boek voorkomt terwijl hij met Van der Lem en Van Gaal een drieeenheid leek. Over autoriteiten gesproken: het is al langer bekend dat Frank Rijkaard ooit woedend een training bij Ajax verliet toen Cruijff er de scepter zwaaide. Nou, het had niet veel gescheeld of hetzelfde was gebeurd toen hij onder Van Gaal zijn comeback maakte in Amsterdam. “Later heeft hij me een keer bekend dat-ie het nooit twee jaar zou hebben volgehouden met Louis als ik er niet had gezeten”, aldus Van der Lem, die na zijn vertrek uit Spanje in diverse landen als hoofdtrainer actief is geweest, maar nooit erg lang. Wat wil je als je aan de slag gaat in Griekenland, Turkije en Saoedi-Arabië. Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ze mogen hem best nog bellen.


Gerard van der Lem.

Auteur: Edwin Struis.

Uitgeverij: inside/Overamstel uitgevers.

ISBN: 978-904-884-728-0.

Prijs: 21,99 euro.


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-‘19. Deel 13: Bert Hiddema sluit drieluik over Johan Cruijff af, maar het is niet allemaal goud wat er blinkt.


Het zit erop. Bert Hiddema heeft het derde en laatste deel van zijn trilogie over Johan Cruijff af. Het behelst de periode van eind 1981 tot medio 1996. Gouden jaren, volgens Hiddema, maar die titel dekt de lading niet (helemaal). Natuurlijk was Cruijff als speler bij Ajax en Feyenoord succesvol. Hij werd immers driemaal op rij landskampioen en won twee keer de dubbel. Maar zowel in Amsterdam als in Rotterdam werd Cruijff niet door iedereen op handen gedragen. Zijn relatie met de KNVB was evenmin liefdevol te noemen. The story of his life, lijkt het wel. Immers, bij Barcelona was het van hetzelfde laken een pak. Cruijff wilde de baas zijn, maar alleen op zijn manier en op zijn voorwaarden. En zo konden waar en wanneer dan ook ruzies, discussies en conflicten niet uitblijven. Spelers joeg hij eveneens tegen zich in het harnas. Marco van Basten, Frank Rijkaard, John Bosman bij Ajax en toppers als Romario en Hristo Stoochkov bij Barcelona: ze konden bij tijd en wijle het bloed van de goeroe wel drinken.


Als medespeler, trainer, coach of technisch directeur hechtte Cruijff veel waarde aan het leerproces, maar het conflictmodel ging hij evenmin uit de weg. En toch loopt iedereen, zeker na het overlijden van de eeuwige nummer 14, met hem weg. Keje Molenaar en Tscheu La Ling, die Cruijffs terugkeer in de Meer op zijn zachtst gezegd argwanend bekeken, werden ten tijde van de ‘fluwelen revolutie’ ineens zelfs slippendragers van de maestro. Het kan verkeren in het rare voetbalwereldje. Hiddema moet het als een eer hebben ervaren dat hij, Cruijff op de voet volgend, in de huid van zijn idool heeft mogen en kunnen kruipen. Ofschoon hij ook in deze ‘biografie’ niet altijd even logisch te werk gaat en de eindredactie hem een enkele keer in de steek laat, leest zijn boek lekker weg. Het is immers geen droge opsomming van feiten geworden. Verre van dat zelfs. Hiddema eindigt positief: met een opsomming van Cruijffs sociale activiteiten en een ‘duizendvoudig bedankt.’ Ben benieuwd welke nieuwe gezichtspunten Auke Kok hieraan toe te voegen heeft. De journalist is bezig met ‘de’ enige echte biografie over de beste en meest besproken voetballer die ons land heeft gekend.


Cruijff! De gouden jaren 1982-1996.

Auteur: Bert Hiddema.

Uitgeverij: Xander Uitgevers.

ISBN: 978-940-1610-346.

Prijs: 19,99 euro.


***


Ajax Geboekstaafd seizoen 2018-‘19. Deel 12: een onvergetelijk seizoen, Willem Vissers laat Ajacieden nogmaals genieten.


Je zou bijna denken dat ‘Jongensdromen/Het gouden seizoen van Ajax’ het eerste boek is van de hand van Willem Vissers. De wijze waarop hij verhaalt over de verrichtingen van de Ajacieden in met name de Champions League is namelijk aanstekelijk enthousiast. Zoals een hond dartel kan zijn zolang het dier een worst wordt voorgehouden. Visser's volgers in de Volkskrant (en enkele voetbalpraatprogramma’s op tv) weten wel beter. Hij heeft wel meer boeken geschreven en moet het ook helemaal niet van cynisme hebben. Zijn bijdragen in het dagblad worden eerder overgoten met een melancholisch, soms humoristisch en een altijd realistisch sausje. Dat geldt dus ook voor de wedstrijdverslagen, de (voor)beschouwingen en interviews die opgenomen zijn in zijn terugblik op het afgelopen voetbaljaar. Vissers is de man van de metafoor, waarbij de ene vergelijking wat treffender is dan de ander. Maar hij laat zich in de regel wel leiden door originele ingevingen, op een enkele keer na. Een uitzondering. Mogelijk geïnspireerd door de omgeving heeft de journalist het in zijn verslag van ‘Tottenham uit’ over ‘klokwerk Ajax’ - vrij naar clockwork orange, zoals de Brit David Winner het spel van het Nederlands elftal bewierookt in zijn Brilliant Orange. Vissers gaat een stapje verder en geeft het spel van die unieke mix van talent, routine en trainersintellect bij Ajax het stempel totaalvoetbal 3.0 mee.


En dan moet je weten dat Vissers de benoeming van Erik ten Hag tot opvolger van Marcel Keizer betitelde als de blunder van de eeuw. Ook bij hem duurde het een tijdje voordat scepsis plaatsmaakte voor bewondering. En daarin stond Vissers het afgelopen seizoen niet bepaald alleen. Maar het ‘situationeel coachen’ van Ten Hag was wel een van de pijlers van het bijna grenzeloze Amsterdamse succes. Iedereen leek ook getuige te willen zijn van die jongensdroom, die helaas internationaal gezien niet het gewenste resultaat opleverde, maar wel zoveel losmaakte dat toch van een euforisch en onvergetelijk seizoen kan worden gesproken. Vissers laat ons nog een keer nagenieten. Kijk ook eens naar die intense vreugde van onder anderen Frenkie de Jong op de omslag. Vissers sluit het boek overigens af met een korte beschrijving van de veertien ‘basisspelers’ en een hommage aan Abdelhak Nouri aan wie Ajax’ 34e landskampioenschap werd opgedragen. Vissers doet letterijk en figuurlijk ook een duit in het zakje door ...34 cent van de royaltyrechten te laten bestemmen voor een door Appie’s familie aangewezen doel.


Jongensdromen/Het gouden seizoen van Ajax.

Auteur: Willem Vissers.

Uitgeverij: Inside/Overamstel Uitgevers.

ISBN: 978-904885-233-8.

Prijs: 15 euro.


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19. Deel 11: Barcelona en de erfenis van Johan Cruijff, Erik ten Hag de volgende in zijn voetsporen?


Het bleek een utopie, omdat beide ploegen op sensationele wijze werden uitgeschakeld in de halve finale van de Champions League. Maar, het had wel degelijk gekund: de eindstrijd om de Cup met de grote oren tussen Ajax en Barcelona. Voor die confrontatie moeten we dus nog meer geduld hebben, maar het was een prima aanleiding om ‘Het geheim van Barca’ onder de aandacht te brengen.


We doen het toch, omdat in het boek de Engelse sportjournalist Jonathan Wilson onder woorden brengt hoe het totaalvoetbal is geëvolueerd vanaf het moment dat Johan Cruijff zich in Barcelona liet gelden. Het spel dat Barca sinds decennia op de mat brengt, wordt allerwegen als een erfenis beschouwd van de magere, de vernieuwer, de verlosser uit de Watergraafsmeer. Huidige en voormalige spelers en trainers van Barcelona zullen altijd met respect over de ideeën van de ‘eeuwige nummer 14’ blijven spreken, al was/is niet iedere oefenmeester die in de voetsporen van Cruijff is getreden even succesvol in de Catalaanse stad.


Wilson belicht de werkwijze van tal van gerenommeerde trainers (van Louis van Gaal tot Ronald Koeman, van Frank Rijkaard tot Frank de Boer en van Luis Enrique tot Pep Guardiola) en hij legt uit hoe ze omgaan met Cruijffs gedachtegoed. Hij beschrijft ook hoe met name José Mourinho er heel vaak in slaagt om die ballon door te prikken. Niet zo verwonderlijk: de Portugees was zelf jaren actief bij de blaugrana als assistent van Bobby Robson en Louis van Gaal en hij kent de sterke en kwetsbare punten van de Barca-traditie. Bovendien is enige rancune hem niet vreemd. De ultieme anti-Cruijff werd, los van wat ‘invalbeurten’, nooit aangesteld tot hoofdtrainer in Nou Camp. Dat zal de luis in de pels altijd dwars blijven zitten wat vooral tot uitdrukking komt in de confrontaties met Guardiola, die juist als dé apostel wordt gezien om Cruijffs boodschap over te brengen. Bij Barcelona, maar eigenlijk ook bij Bayern München en Manchester City, de huidige werkgever van het kind van de Spaanse topclub. Wilson beschrijft deze en andere confrontaties (denk ook aan de Europa-Leaguefinale tussen Manchester United en Ajax) gedetailleerd en gepassioneerd. Het leidt tot een fascinerend stuk voetbalhistorie waar je 'U' tegen zegt.


Dat zou wat zijn wanneer Erik ten Hag in een volgende episode zijn ideeën gestalte mag gaan geven als trainer van Barcelona. Hij werd al genoemd, de laatste weken, als opvolger van Ernesto Valverde. Voor wat het waard was, want, zo snel kan het gaan, er deden ook al geruchten de ronde als zou de winnaar van de Nederlandse dubbel in beeld zijn bij …Bayern München. Voorlopig gaan we er vanuit dat Ten Hag op 21 juni alweer aan een nieuw seizoen bij Ajax begint – enigszins in de geest van Cruijff, dat dan weer wel.


Het geheim van Barca

De evolutie van het totaalvoetbal van Cruijff tot Guardiola

Auteur: Jonathan Wilson

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 978-90-263-3943-1

Prijs: 22,99 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19 Deel 10: Erik ten Hag aast op opkrikken eigen en Ajax’ trackrecord tegen PSV.


PSV is niet bepaald de favoriete tegenstander van Ajax en al helemaal niet van Erik ten Hag. De trainer trad in competitieverband zevenmaal met FC Utrecht en zijn huidige club aan tegen de Eindhovense ploeg. Zevenmaal trok Ten Hag aan het kortste eind. Mede door de twee meest recente kansloze 3-0 nederlagen resulteerde de serie in de veelzeggende doelcijfers van drie voor en 23 tegen. De hoogste tijd om die score een positiever aanblik te geven. En het kan, zeker met dit Ajax. Sam Planting beargumenteert dit op populair voetbalwetenschappelijke wijze in het nieuwste nummer van Hard gras.


Nadeel van dit soort tijdschriften is wel dat er tussen het aanleveren van de kopij en het daadwerkelijk uitkomen de nodige weken kunnen zitten. Henk Spaan, één van de redacteuren van dit blad, maakte zich in zijn puntenrubriek in Het Parool zelfs enigszins zorgen over de actualiteit van Plantings artikel. “Net nu we de volgende Hard gras voorbereiden, waarin een positief stuk over Ten Hag komt, gaat hij weer gekke dingen zeggen.”


Met deze zin sloeg Spaan de spijker op zijn kop. De ‘Tukker’ kan nog zo goed presteren en misschien zelfs kampioen worden met Ajax (ja, dat is echt mogelijk); zijn presentatie of charisma zal altijd mikpunt van criticasters blijven. Ten Hag lijkt het allemaal weinig te deren. Ajax strijdt nog steeds op drie fronten en de resultaten (zijn winstpercentage is beduidend beter dan dat van zijn voorgangers Marcel Keizer en Frank de Boer) bewijzen juist allang dat we met een toptrainer van doen hebben. De kop op de omslag: ‘Ten Hag? Niks mis mee.’ Bemoedigend zou je denken. Nu nog van PSV winnen en een aantal sceptici wordt de mond gesnoerd. Zolang het duurt, zeker in Amsterdam.


Hard gras heeft het ook over de spelers van de toekomst, voor wie scouts al op zo’n jonge leeftijd langs het veld staan dat Zeger van Herwaarden zich hardop afvraagt of dit de rust en luwte van het jeugdvoetbal op zaterdag niet bespaard zou kunnen worden. Een andere uitwas is het geweld, de hardheid, op de velden. De Vlaamse schrijver Gerrit Janssens doet kond van de lotgevallen van zijn zoon tijdens een toernooi met nationale jeugdelftallen. ‘Het is wel hard’, laat de knul zich ontvallen in het ontwapende artikel.


Nummer 124 van Hard gras kent ook een noviteit: een complete Twitter-conversatie in een Engelse trein tussen de ouders van een Australische journalist en spelers van Manchester United. Niet nieuw is de aanwezigheid van Theun de Winter. Ditmaal richt hij zich met een gedicht op Kostas Lamprou, na diens op zijn zachtst gezegd ongelukkige partij tegen Heerenveen. Verder een mooie bijdrage over die rare ex-Deense international Preben Alkjaer Larsen. Hij staat ook op de foto in Hard gras van het Deense elftal dat in 1986 aan het WK in Mexico meedeed met spelers als Sören Lerby, Ivar Nielsen, Jesper Olsen en Morten Olsen. Dat waren pas winnaars. Helaas eindigde het toernooi voor hen in een deceptie. Larsen wil er niet graag aan herinnerd worden.


Hard gras

Voetbaltijdschrift voor lezers

Ten Hag? Niks mis mee

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos

ISBN: 97-890-263-474-29

Prijs: 10,95 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19 Deel 9: Simon Tahamata, een kleine dribbelaar, met een immer grote naam.


Gedenkwaardig, laten we het eufemistisch uitdrukken, die 6-2 nederlaag die Ajax vorige week zondag leed bij Feyenoord. Simon Tahamata zal deze historische Klassieker met gemengde gevoelens hebben bekeken. De Molukker stond immers bij beide clubs onder contract, maar hij zal toch wel grote moeite met de uitslag hebben gehad. En, omdat hij ondanks allerlei omzwervingen gedurende zijn carrière altijd Ajacied is gebleven én omdat hij diverse spelers van de ploeg van trainer Erik ten Hag als aanstormend talent heeft meegemaakt. En weet dat ze beter kunnen, veel beter.


In de loop der jaren weet Tahamata onderhand wel wat voor vlees er in de (Amsterdamse) kuip zit. Sterker nog, als techniek- en jeugdtrainer had en heeft de dribbelaar van weleer een grote invloed op de ontwikkeling van diverse spelers. “Jonge talenten beter maken”, is al jaren het parool van Tahamata. En dat allemaal in de geest van …Bobby Haarms, eind jaren zeventig van de vorige eeuw zijn grote held, zijn leermeester, zijn voorbeeld.


Tahamata spreekt mooie woorden over zijn band met Ajax’ onvolprezen assistent in ‘De kleine dribbelaar’. Eeuwige dankbaarheid, dat proef je als je de biografie van Tonny van der Mee leest. Het was Haarms, die de behendige buitenspeler vertrouwen en ruimte gaf zich te ontwikkelen. Binnen én buiten het veld. Tahamata geeft ook zíjn pupillen steun, maar de liefde moet wel van twee kanten komen. Hij eist ook, net als wijlen Haarms, dat ze alles uit hun loopbaan willen halen. Van verwend gedrag moet-ie niets hebben. “Talent hebben is niet genoeg. Karakter is minstens zo belangrijk”, aldus Tahamata, die zelf heeft bewezen dat er veel mogelijk is. Klein van stuk was-ie, maar o zo ongrijpbaar.


Over bijzondere wedstrijden gesproken. Die van 11 november 1979 zal Ti Tahamata Tovenaar nooit meer vergeten. Hij speelt hoogstpersoonlijk PSV aan gort en mede dank zij twee treffers van hem wordt het 4-1 in De Meer. Binnen de kortste keren maakte Tahamata zich onsterfelijk populair bij de hoofdstedelijke aanhang. Des te pijnlijker was het voor hem dat Ajax vrij onverwacht in de zomer van 1980 van hem af wilde. Waarom is nooit opgehelderd, maar het verhaal gaat dat racistische gevoelens bij één van de toenmalige bestuursleden meegespeeld hebben. De balvirtuoos verruilt Ajax huilend voor het Belgische Standard Luik wat het begin inluidde van een Belgische periode, waarop Tahamata over het algemeen met plezier terugkijkt. Over het algemeen want in 1984 kregen hij en enkele andere Standard-spelers een schorsing aan de broek wegens belastingontduiking. Hoewel Ajax in die periode ook interesse zou hebben gehad, was het …aartsrivaal Feyenoord waar Tahamata zijn rentree maakte in het Nederlands voetbal. Ook daar liep het publiek al snel met hem weg. In België, waar hij zijn loopbaan vervolgens voortzette bij Beerschot en Germinal Ekeren, was het niet anders. Opvallend genoeg bleef het aantal interlands na het onvergetelijke debuut tegen het Argentinië van Diego Maradona in mei 1979 beperkt tot 22 (twee doelpunten).


‘De kleine dribbelaar’ is overigens veel meer dan een sportief boek. Tonny van der Mee, zelf ook van Molukse afkomst, zet Tahamata ook neer als een soort van vrijheidsstrijder. Als een pleitbezorger van de Molukse zaak, die zelfs openlijk zijn begrip durfde uit te spreken voor de (dodelijke) Molukse gijzelingsacties in de jaren zeventig. Omdat het vaak vergeten en pijnlijke verhaal van zijn ouders en duizenden andere Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen niet vaak genoeg verteld mag worden. Ja, zelfs tientallen jaren na dato. ‘Oom Simon’ – zoals Tahamata liefkozend wordt genoemd – is altijd een kleine man met grote idealen gebleven.


Simon Tahamata

De kleine dribbelaar

Auteur: Tonny van der Mee

Uitgeverij: Edicola Publishing bv

ISBN: 978-94-92920-24-9

Prijs: 21,95 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19 Deel 8: Lang leve de (onderbroeken)lol, Richard Witschge doet boekje open.


Het was vrijdag in twee opzichten een bijzondere dag voor Ajacied voor het leven Richard Witschge. De geboren Amsterdammer debuteerde op 26 oktober 1986 in het eerste elftal van Ajax, uit tegen AZ, onder Johan Cruijff. Precies elf jaar later bereikte hij andermaal een hoogtepunt in zijn carrière. Het was niet zozeer de uitslag die Ajax die dag neerzette tegen Feyenoord, want natuurlijk wonnen ‘we’, met 4-0 zelfs. Het was vooral het staaltje hooghouden dat Witschge in de Amsterdam Arena liet zien. Negenmaal hield hij de bal hoog. Heerlijk voor elke Ajax-fan, ergerlijk en frustrerend voor iedereen die Feyenoord in zijn hart heeft zitten (wat hem overigens in De Kuip nog betaald werd gezet).


Morgen is het iets meer dan 21 jaar later en staan de twee rivalen op hetzelfde veld weer tegenover elkaar. Met Witschge ditmaal aan de kant, of in de nok van het stadion, als assistent van hoofdtrainer Erik ten Hag. Hij is na zijn actieve, veertien jaar durende periode bij Ajax blij (weer) iets voor de club te kunnen betekenen, zo liet hij opnemen in ‘Lefgozer’. Het bestaat uit merendeels voetbalverhalen van de technicus pur sang, opgetekend en uitgewerkt door Mike van Damme.


Ze zullen de doorsnee-Ajacied zeker aanspreken. Witschge (49) was namelijk geen doorsnee voetballer, hij wilde het publiek graag wat laten zien. Meestal intuïtief, zoals tijdens het hoogstandje tegen de Rotterdamse club. Volgens Witschge was het geen bewuste actie. Toch was hij blij dat hij de Ajax-aanhang hiermee wist te vermaken. En passant vond hij het ook prettig dat het gebeurde voor de neus van voormalig Ajacied Arie Haan. Richard nam het de toenmalige trainer van de Kuipbewoners kwalijk dat hij een paar jaar eerder probeerde om zijn broer Rob weg te pesten uit Rotterdam. Dat Haan na deze klassieker werd ontslagen, beschouwde Witschge als een ‘extra bonus.’


Met broer Rob is ook zijn grootste vriend en soulmate genoemd. In Oranje speelden ze nooit samen, verder hebben ze echt alles gedeeld en blijven ze dagelijks contact met elkaar houden, zo vertelt Richard in het boek, dat chronologisch zijn loopbaan behandelt. Die begon bij SDW, ofwel Sterk Door Witschge. Het is één van de vele grappige opmerkingen in de biografie. Maar het was niet altijd rozengeur en maneschijn. Zo brak Richard al snel een been, liep hij later bij de clubs in binnen- en buitenland waarvoor hij uitkwam (waaronder Barcelona en Bordeaux) diverse blessures op, kon hij er niet altijd de verwachtingen en lucratieve contracten waarmaken en werd hij teleurgesteld in trainers. Bij tijd en wijle gold dit ‘zelfs’ voor Cruijff, maar zeker voor Co Adriaanse, die voor hem alleen plaats had in kleedkamer 2.


Witschge, die overigens net als Cruijff ooit werd ontdekt door Jany van der Veen, zal het Leo Beenhakker verder nooit vergeven dat hij en andere spelers in diens ogen de zogeheten ‘patatgeneratie’ vertegenwoordigden. “Ik was het niet met hem eens dat ik er met de pet naar gooide. Op een mindere dag zag het er vast uit alsof ik niet vooruit te branden was, maar voor mijn gevoel verzaakte ik nooit”, aldus de 31-voudig international (één meer dan broerlief Rob). En dan moet je weten dat hij frites helemaal niet zo lekker vindt. Het zegt alles over Witschge’s levensfilosofie dat hij bij een interview in een voetbalweekblad met drie ploeggenoten een foto liet zetten waarop het viertal poseerde voor een …snackbar. Uit diezelfde tijd dateert ook een ander voorbeeld van voetbalhumor. Witschge vond dat Beenhakker vaak partij voor de oudere spelers koos, onder wie Jan Wouters en Danny Blind. Laatstgenoemde moest dat bezuren met een door Witschge gedraaide drol in één van zijn voetbalschoenen.


De hoofdpersoon in ‘Lefgozer’ toont zich ook van een andere kant (het leven is immers niet altijd een lolletje). In het tweede seizoen onder Morten Olsen tikte hij Cedric van der Gun zo tegen diens knie dat de toch al blessuregevoelige Hagenaar er maanden uit lag. Witschge: “Als ik ergens spijt van heb, dan is het van die tackle.”


Witschge, die zich overigens opa mag noemen, omdat hij al een kleinkind heeft, wordt ook serieus wanneer hij het over twee persoonlijke clubdrama’s heeft. Zo heeft het hem enorm aangegrepen dat Lloyd Doesburg, die toen reserve was achter eerste doelman Stanley Menzo, in 1989 in Suriname verongelukte met het SLM-toestel. Overigens had het niet veel gescheeld of de linkspoot was, met Aron Winter, op hetzelfde vliegtuig gestapt. Vergelijkbare gevoelens maakten zich van hem meester na de trieste gebeurtenissen met Abdelhak Nouri. Ineens was zijn plek in de kleedkamer leeg. Overigens wordt de ‘nummer 34’ verder niet genoemd in ‘Lefgozer’. Wel enkele andere toppers in spe, onder wie Matthijs de Ligt. Zou Henk Spaan dan toch gelijk hebben met zijn opmerking in ‘Nouri’ dat Witschge het niet zo in het veelbelovende talent zag zitten?


O ja, de opbrengst van ‘Lefgozer’ gaat naar de Ajax Foundation.


Lefgozer

Voetbalverhalen van Richard Witschge

Auteur: Mike van Damme

Uitgeverij: Brandt

ISBN: 978-94-92037-82-4

Prijs: 20,00 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19, Deel 7: Henk Spaan schrijft eerlijk en confronterend boek over ‘Nouri, de belofte’.


Als je 21 jaar bent en er op die leeftijd al een meer dan gedegen boek over je uitkomt, dan moet je een bijzonder iemand zijn (geweest). Een uniek persoon was Abdelhak Nouri. Henk Spaan volgde hem vanaf zijn negende en hij had reeds met hem besproken om een boek over hem schrijven. Nog voordat in juli 2017 het noodlot toesloeg en ‘Appie’ ernstige hersenschade opliep.


Ondanks of misschien juist wel door deze ramp, dit gebeuren of hoe je het ook noemen wil zette Spaan, uiteraard in overleg met onder meer de familie Nouri, zijn plannen door. Hoe paradoxaal ook, zo zei hij tijdens de presentatie van het boek eerder deze week. Spaan kwam soms in de knoop met verleden en tegenwoordige tijd. Hij zei dit tijdens die wat surrealistische bijeenkomst op het Calvijn College in Amsterdam waar Nouri eerst als scholier (al had-ie volgens Spaan niet altijd zin in leren), maar ook nadat hij er zijn diploma had gehaald op handen werd gedragen. Een Nederlands-Marokkaans rolmodel.


’Nouri’, zoals de titel van het boek luidt, mag nooit vergeten worden. Vanwege zijn unieke voetbalkwaliteiten, zijn persoonlijkheid, zijn jongvolwassenheid, het voorbeeld dat hij was voor de omgeving waarin hij opgroeide (de Amsterdamse wijk Geuzenveld-Slotermeer) en de school (het Calvijn College in de hoofdstad), zijn guitigheid, zijn slimmigheidjes, zijn gave om mensen te (ver)binden. En uiteraard zijn gedrevenheid om als Ajacied te slagen. Of hij, het kind van de club, bij de club van zijn dromen had kunnen uitgroeien tot de topper, die onder anderen Spaan in hem zag, zullen we helaas nooit weten. Zijn ontwikkeling als voetballer beloofde in ieder geval heel veel, vandaar de ondertitel ‘de belofte’.


Voor mij had die ondertitel weggelaten kunnen worden. Onbewust ga je toch denken of Nouri, die het niet bepaald van zijn fysiek of lengte moest hebben, goed genoeg was voor de internationale top. Nogmaals, Spaan twijfelde er niet aan, maar het is niet voor niets dat hij in zijn boek, soms vilein, soms erg direct duidelijk maakt welke rol trainers in de ontbolstering van voetbaltalent spelen. Door menigeen binnen Ajax werd Nouri bejubeld, maar er waren ook twijfels. Een ‘conservatieve trainer’ als Frank de Boer, zijn latere assistent Orlando Trustfull, Peter Bosz, maar vooral Jaap Stam en zelfs Richard Witschge krijgen een veeg uit de pan. Spaan beschrijft hoeveel pijn het Nouri bijvoorbeeld heeft gedaan dat hij onder Bosz nauwelijks speelruimte kreeg en dat hij tijdens de Europa-Leaguefinale tegen Manchester United plaats moest nemen op de tribune.


Voormalig Ajax-coryfee Piet Keizer had ook al bedenkingen bij Nouri, merkt Spaan op. Gelukkig waren er ook mensen die het wél in Nouri zagen. Zoals Keizers naamgenoot Marcel, onder wie de dartele voetballer een ongekend sterk seizoen 2016-‘17 speelde in Jong Ajax. Wat als hij eind vorig jaar niet werd ontslagen door Marc Overmars en Edwin van der Sar. Spaan zet vraagtekens bij het besluit van de directie van de club om Keizer aan de kant te zetten. De auteur/columnist kraakt ook hun (wankelmoedige) optreden nadat Nouri tijdens die desastreuze oefenwedstrijd in Oostenrijk tegen het Duitse Werder Bremen in elkaar was gezakt.


Aan de hand van gesprekken met onder anderen tal van (voormalige) spelers en medewerkers van Ajax blikt Spaan terug op de gebeurtenissen. Aan de medische en juridische aspecten hiervan heeft hij zich zo min mogelijk gewaagd. Hij weet wel te melden dat het inschakelen van een letselschadeadvocaat door de familie is gebeurd op aandringen van de toenmalige burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan. Mokums bekendste fan van ‘Appie’.


Spaan wordt nergens overdreven sentimenteel, toch gaan sommige passages door merg en been. Hij brengt onder woorden hoe Noussair Mazraoui de angst in de ogen van zijn vriend en ploeggenoot zag nadat die tijdens het oefenpotje in Oostenrijk was gaan zitten. Ajax’ huidige rechtsback kwam als eerste bij Nouri aan, hoorde hem een gebed prevelen en raakte gelijk in shock. Mazraoui hield er wekenlang slapeloze nachten aan over. Vele andere betrokkenen, binnen de familie en de voetballerij, kunnen het drama nog steeds niet loslaten. Onder hen Donny van der Beek en ex-Ajacied en huidig PSV’er Steven Bergwijn, Nouri’s boezemvrienden die ook bij de presentatie waren.


‘Nouri, de belofte’ is een confronterend boek geworden, maar deze aparte biografie biedt ook troost. Voor alle fans van ‘Appie’, de liefhebbers van zijn spel, zijn karakter. Dat de herinneringen aan zijn (te korte) carrière levend mogen blijven. Geniet dus van de momenten die Spaan de revue laat passeren uit Nouri’s loopbaan. Van de C1 tot Ajax 1. Nouri’s passeeracties, zijn passes, zijn passie, zijn doelpunten (waaronder die prachtige vrije trap tegen Willem II). “Laten we klappen voor hem”, sloot Spaan zijn woordje tijdens de presentatie met een snik in zijn stem af.


Applaus is ook op zijn plaats voor de schrijver. Nouri wist dat vorig seizoen al. Na zijn treffer in het bekerduel met Willem II stuurde hij Spaan een appje met hierin onder meer de volgende tekst: ‘(…)toch geweldig dat ik zoveel vertrouwen van iemand kan krijgen die eerlijk is die verder weg van me is dan sommige trainers die dichtbij me zijn en me die niet geven! Maar goed heb dat ook niet per se van ze nodig heb een goede familie en goede vrienden! Toch bedankt altijd!’


Nouri, de belofte

Auteur: Henk Spaan

Uitgeverij: Ambo/Anthos uitgevers

ISBN: 978-90-263-4583-8

Prijs: 20,00 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19, deel 6: Een Wesley Sneijder met een slechte afdronk en een spoedcursus Duitsland.


Het is de tijd van de Oktoberfesten, behalve voor (de aanhangers van) De Mannschaft. Zeker na de unieke 3-0 nederlaag van afgelopen zaterdag in de Amsterdam Arena. De wedstrijd tussen Nederland en Oranje moet voor de redactie van Hard gras aanleiding zijn geweest om de grens te passeren en een licht op te steken bij onze oosterburen. Het levert onder meer een aangrijpend artikel op over twee spelers die in de jaren twintig van de vorige eeuw zeer succesvol waren bij Hamburger SV. Tot zover niets aan de hand. Alles verandert, ook voor hen, met de opkomst van Adolf Hitler. De ene speler, de Duitser Otto ‘Tull’ Harder, wordt uiteindelijk veroordeeld voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in Neuengamme. Zijn ex-maatje, de Noor Assi Halvorsen, was één van de vele gevangenen die in dit concentratiekamp werden gemarteld. Hij overleed een paar jaar na de bevrijding, de ontberingen hadden hem er alsnog onder gekregen. En toeval of niet: nauwelijks twee maanden later sterft ook Harder. Zijn doelpunten en trouw werden bezongen bij zijn begrafenis. Over alles wat daarna kwam, weet Frank Heinen te melden, wordt gezwegen. Ook dat is/was Duitsland.


Het onvoorstelbare verhaal van de twee voormalige HSV-kopstukken wordt ook aangestipt in de eerste bijdrage van Erik Brouwer als ‘correspondent’ voor het voetbaltijdschrift voor lezers in de Heimat. De kenner van het Zuid-Amerikaanse voetbal geeft een duizelingwekkende spoedcursus Duits voetbal, die ongetwijfeld een vervolg zal krijgen.


Maarten Spanjer mag wat mij betreft ook vaker opdraven. Heerlijk, zijn herinneringen aan (het illegaal bezoeken van) wedstrijden in De Meer. Aan voetballen op straat, toen dat nog kon. Zoals op die dag dat hij zijn nieuwe C&A-jas, die werd gebruikt als doelpaal, kwijtraakte. Spanjer was in de euforie van de overwinning, als voetballer won hij bitter weinig, vergeten de jas mee naar huis te nemen. Gelukzalig is ook de beschrijving van zijn pogingen om in contact te komen met de rondborstige zus van toenmalig Ajacied Co Prins.


Wesley Sneijder wordt ook besproken in dit nummer 122 van Hard gras. Of beter: XaXa, het restaurant van de ex-speler van onder meer Ajax en zijn Yolanthe. Ik kan me niet voorstellen dat het stel blij is met de recensie die Stephanie Hoogenberk heeft geschreven van het bezoek van haar en haar moeder aan het etablissement van het sterrenpaar op Ibiza. Er deugde niet veel en de prijs voor het etentje was erg hoog. Het levert Hard gras wel een hilarisch relaas op. Met name de uitsmijter mag er zijn. Op haar hotelbed bekijkt de schrijfster de rekening. Ze ziet dan pas wat er onderaan stond. ‘Xaxa loves you.’ Een trap na, meent Hoogenberk.


Toch ging mijn meeste aandacht en die van menig ander voetballiefhebber uit naar de voorpublicatie van ‘Nouri’. Het boek over de onfortuinlijke Ajacied van de hand van Henk Spaan wordt woensdag gepresenteerd. Ik kan nauwelijks wachten. Later deze week meer, op deze plek, maar zeker weten ook in vele andere media.


Hard gras

Wesley Sneijder Grand cru en andere verhalen

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos uitgevers

ISBN: 978-90-263-4315-5

Prijs: 9,95 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19, deel 5: Nederlands voetbal is nog niet verloren, echt waar.


Vergeet de Hollandse School, voor welke variant je ook kiest. Nou ja, vergeten: ook je oude voetbalschoenen moet je niet weggooien, voordat je nieuwe hebt. Dit is één van de lessen die je kunt trekken uit ‘De val van Oranje’. Pieter Zwart beschrijft hierin de neergang van het Nederlands topvoetbal, maar hij weet de lezer ook stipjes aan de horizon voor te spiegelen.


De auteur wordt door uitgeverij Das Mag Nederlands belangrijkste voetbalnerd genoemd. Dat kan aanmatigend overkomen. Toch wordt Zwart al enige tijd niet voor niets gevraagd voor symposia of om analyses op tv te verzorgen. Het kan evenmin toeval zijn dat hij sinds kort deel uitmaakt van de hoofdredactie van Voetbal International, al heeft het weekblad in de loop der jaren het nodige prijsgegeven op het gebied van autoriteit en monopolie.


Wat Zwart zoal te berde brengt? Dat ‘balbezitpercentages een schijndominantie zijn, veroorzaakt door een tactische achterstand.’ Je kunt ook domineren zonder bal (ik denk niet graag terug aan de laatste PSV – Ajax, maar dat duel bewees het gelijk van de schrijver). “Bij een succesvol strijdplan komen de eigen spelers in goede positie, verliest de tegenstander zijn gewenste organisatie en belandt de bal op plaatsen waar de ander die niet wil hebben. Kansen, doelpunten en overwinningen zijn hiervan het resultaat”, aldus Zwart.


Zo simpel kan het dus zijn, maar je moet er wel de trainers, de spelers en de juiste instelling voor hebben. Bovendien moet een bepaalde speelwijze breed gedragen worden, door de leiding van een club of door de bazen van een bond. Breek los die banden met het verleden, ja, zelfs met al die ex-profs. Kap met het rondtikken van de bal en al die breedtepassjes. Maak gebruik van data, keer terug naar de straat. De Hollandse School heeft geluk, plezier en successen gebracht, maar das war damals. Nederland heeft te lang geteerd op de in het verleden behaalde prijzen, te lang stil gestaan en betaalt hiervoor al jaren de tol. Een voetbalwedstrijd is een aaneenschakeling van omschakelmomenten geworden. De totale voetbalorganisatie dient nu de luiken open te zetten, is de boodschap die Zwart de lezer wil meegeven.


Vandaar de ondertitel: ‘En hoe we weer kunnen herrijzen’, waarbij ik me overigens afvraag waarom hierin ‘weer’ is opgenomen. ‘Herrijzen’ doe je toch nadat je bent bezweken en doe je normaal gesproken één keer. Hoe dan ook: het boek gaat, als je je niet te veel ergert aan het soms betweterige toontje, verder dan studentikoos getheoretiseer. Zwart is oprecht begaan met het lot van het Nederlands (club)voetbal, dat immers de basis heeft gelegd voor de vele triomfen die trainers als Pep Guardiola hebben behaald door op eigen wijze aan de haal te gaan met het gedachtegoed van (onder anderen) Johan Cruijff. Maar ook bondscoach Ronald Koeman is volgens hem op de goede weg. Hopelijk kan hij binnenkort met Oranje stunten tegen Duitsland op een manier zoals Ajax dinsdagavond op grootse wijze deed tegen Rekordmeister Bayern München.


De val van Oranje

En hoe we weer kunnen verrijzen

Auteur: Pieter Zwart

Uitgeverij: Das Mag

ISBN: 978-94-924786-1-0

Prijs: 18,99 euro


***


Ajax Geboekstaafd, seizoen 2018-’19, deel 4: Justin de nieuwe Patrick? Het valt te bezien.


Hoe zou Justin Kluivert zich voelen? Dat vraag ik me de laatste tijd af. Terwijl zijn voormalige ploeggenoten de hemel in worden geprezen, wacht de voormalige linkerspits van Ajax nog op zijn eerste basisplaats bij AS Roma. Ik zeg niet dat hij verpietert in de Romeinse hoofdstad, zo’n conclusie is te voorbarig. Nergens op gestoeld. De zoon van had wellicht zelf gehoopt dat hij nu al de sterren van de hemel zou spelen en dat Eusebio Di Francesco niet om hem heen kan. De trainer van AS Roma wil hem echter rustig brengen.


Het zal Kluivert jr dan ook goed doen dat hij desondanks is opgenomen in de definitieve selectie voor het Nederlands elftal. Oranje speelt de komende anderhalve week onder leiding van Ronald Koeman twee interlands. De bondscoach verkoos Kluivert, die vrijdag tijdens de topper tegen AC Milan aan de kant bleef na invalbeurten in de twee voorgaande speelronden, boven Steven Bergwijn. Toch is de PSV-aanvaller duidelijk beter in vorm. Het zal het ego van Justin goed doen dat hij wel met het A-team mag meedoen; Bergwijn moet zich melden bij Jong Oranje.


Als we Janneke van der Horst moeten geloven, dan zou het best wel eens kunnen zijn dat niet alleen de aanhang van de Eindhovense club, maar ook (een deel van de) Ajax-supporters Kluivert niet graag ziet voetballen, donderdag in de Amsterdam Arena. In nummer 121 van Hard gras neemt ze de familie Kluivert onder de loep. Welk kind is van welke ouder(s), wat is hun karakter en wat kunnen we van hen verwachten? Daar gaat haar boeiende artikel in dit voetbaltijdschrift voor lezers over. Ze meent te weten dat de meeste Ajax-fans hopen dat Justin het niet gaat redden in de Serie A. Ze voelen zich elke keer verraden als een jonge jongen de club al ontgroeid is nog voordat hij zijn debuut heeft gemaakt of dat hij zich over een langere periode heeft bewezen. Janneke voelt met hen mee en kan alleen maar hopen dat ‘de goede mensen hem de goede richting op zullen duwen.’


Ze trekt in haar bijdrage een vergelijking tussen Justin en zijn vader, Patrick. Aan hem bewaart ze, los van Kluiverts doelpunt als PSV’er tegen Ajax in 2007, sportief gezien louter goede herinneringen. De toenmalige Ajax-spits ontwikkelde zich in het seizoen 1994-’95 als een komeet en was degene die de Champions League naar Amsterdam punterde. Voetbal was in die moeilijke (puber)tijd voor Janneke een welkome uitlaatklep. De zege op AC Milan vergoedde veel. Nu, 23 jaar later, kan ze alleen maar dromen van zo’n trainer en zo’n goede mix van spelers als toen. Maar natuurlijk, zo sluit ze haar hoofdstuk af, ‘is het wachten vooral op de nieuwe Kluivert.’


Hard gras staat verder vooral in het teken van het WK voetbal, van de afgelopen zomer. De titel op de omslag zegt genoeg: ‘Messi viel tegen.’ Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Met Messi wordt én de zwaar teleurstellende Argentijnse topvoetballer bedoeld én het is een verwijzing naar de gelijknamige teckel, die al even voorspelbaar voor de dag kwam als Studio Rusland van de NOS waarin ze figureerde.


Meest interessante terugblikken zijn van de hand van Rusland-kenner Derk Sauer en van Pieter Zwart, jeweetwel die nerd-achtige voetbalvolger en – duider. Hij vindt dat de rol van de scheidsrechter te belangrijk wordt gemaakt en dat we (lees: de analisten en de kijkers) meer de nadruk moeten leggen op het mooie van het spel. Dan wordt het voor iedereen leuk, meent Zwart.


Hard gras Nummer 121,

Messi viel tegen

Diverse auteurs

Uitgeverij: Ambo/Anthos

IBN: 978-90-263-4314-8

Prijs: 9,95 euro


***


Deel 3: In de voetsporen van Johan Cruijff door Amsterdam.


Hoeveel boeken zijn er al niet uitgegeven over Amsterdam? Hoeveel boeken zijn er geschreven over Johan Cruijff? Kasten staan er vol mee. Een boek gewijd aan de best of both worlds, dat was er nog niet. Sytze de Boer voorziet in dit hiaat door de lezer de hoofdstad te laten verkennen aan de hand van de levenswandel van Cruijff. Zo snijdt het mes aan twee kanten: je leert Mokum door een andere bril kennen en onze eeuwige nummer 14 komt weer eens tot leven in het handige voetbalstratenboek. Voor zover we hem ooit zouden vergeten.


Waar werd ‘Jopie’ geboren? In welk deel van de stad groeiden hij en zijn (groot)ouders op? Met wie speelde, eh voetbalde hij vroeger op straat? Waar leerde hij zijn latere vrouw Danny Coster kennen? Waar kocht hij zijn auto’s (waaronder die Citroën)? Op al deze en andere prangende vragen – van Cruijff wil je in principe alles weten – geeft De Boer op luchtige en informatieve wijze antwoord. Geholpen door vaak heerlijke foto’s. In zwart-wit én in kleur. Met Cruijff afgebeeld als voetballer, maar ook in zijn trouwpak en sjiek gekleed, terwijl hij zijn eerste single signeert en geroutineerd poseert voor het ‘Lieverdje’, het beeld in zijn geboortestad dat ook zijn bijnaam draagt.


En laat de omslag van ‘Het Amsterdam van Johan Cruijff’ ook eens op je inwerken. Dat eigenwijze, jonge koppie. Zijn traditionele rood-witte shirt en op de achtergrond, vaag maar voor elke Ajacied herkenbaar, stadion De Meer met die onafscheidelijke vier letters: ajax met een bal in plaats van een punt op de j. Natuurlijk neemt De Boer de lezer mee naar Middenweg 401 in de Watergraafsmeer waar tot 1996 Ajax’ knusse onderkomen stond. Uiteraard gaat hij ook langs bij het Olympisch Stadion en de Amsterdam Arena, die eindelijk naar Johan Cruijff is genoemd. De Boer staat uiteraard ook stil bij het Stadionplein en de discussie over zijn mogelijk nieuwe naam - het Johan Cruijffplein.


De auteur maakt zelfs een uitstapje naar Vinkeveen, dat formeel niks met Amsterdam, maar wel alles met de hoofdrolspeler te maken heeft gehad. Hij woonde er immers en werd er door zijn opa mee uit vissen genomen. Het ruim 150 pagina’s tellende boek wordt afgesloten met een overzicht van alle wedstrijden die de maestro van weleer op welk veld in de hoofdstad dan ook heeft gespeeld. Vooral als Ajacied, maar ook als international en als …Feyenoorder. In al zijn bescheidenheid best een compleet boek.


Het Amsterdam van Johan Cruijff

Auteur: Sytze de Boer

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

ISBN: 978-90-468-233-61

Prijs: 17,99 euro


***


Deel 2: Hoe Louis van Gaal heel Oranje uit zijn handen liet eten.


Het was 13 juli precies vier jaar geleden dat bondscoach Louis van Gaal, zijn ‘medewerkers’ en zijn spelers op Nederlandse aarde terugkeerden van het WK in Brazilië. Van een onverwacht goed verlopen WK. Wie had immers verwacht dat Oranje er derde zou worden en in één toernooi afrekende met Spanje, Brazilië en (bijna) Argentinië? Nou ja, op één persoon na: Van Gaal zelf. Hij wist zijn 33 (!) koppen tellende crew en zijn selectie te overtuigen van zijn veelbesproken (1-3-1-4-2) tactiek. Dat de speelwijze enorm afweek van de Hollandse Voetbalschool, deed hem niets. Van Gaal wilde gewoon presteren, het maximale halen uit het – naar zijn zeggen - beste team dat hij ooit tot zijn beschikking had. Hoe dit alles tot stand kwam, wordt in ‘De hand van Van Gaal’ chronologisch en opvallend nauwgezet gereconstrueerd door Hugo Logtenberg.


De onderzoeksjournalist van NRC Handelsblad sprak met tientallen mensen die (in)direct bij het Nederlands elftal betrokken waren. Hij mocht ook appverkeer en rapporten bekijken. Verder keek hij uitzendingen terug van VI Oranje, dat Van Gaal meer dan eens op de korrel nam, en citeerde hij uit De Telegraaf, het Algemeen Dagblad en Voetbal International. De meest opmerkelijke uitspraken tekende hij zelf op: uit de monden van leden van de staf van Van Gaal, die hiervoor zijn fiat gaf, én die van een aantal spelers. Dat tekent gelijk de kracht, maar ook de makke van het boek. Immers, verscheidene personen die Logtenberg zover had gekregen om hun verhaal te doen, wilden dat enkel anoniem doen. Je blijft dus af en toe met de prangende vraag zitten van wie welke opmerking is. Voorbeeld? Eén van de internationals blijkt op de terugreis het volgende te hebben gezegd: “Nog een uurtje, jongens, dan zijn we van hem af.”


Misschien was het Wesley Sneijder wel, de middenvelder met wie Van Gaal een haat-liefdeverhouding had. De ex-Ajacied was ook de gangmaker van de groep, degene die de bondscoach van repliek durfde te dienen en die stiekem van materiaalman Carlo de Leeuw sigaretjes kreeg. Eén van de ‘onthullingen’ in het boek.


Hoe de unieke keeperswissel werd bedacht, uitgevoerd én geëvalueerd, is eveneens interessant om te lezen. Zo moest Jasper Cillissen zijn excuses aanbieden voor het feit dat de toenmalige Ajax-keeper tegen een waterzak had getrapt. Hij had boos het veld verlaten, nadat hij voor de strafschoppenserie tegen Costa Rica plaats had moeten maken voor ‘penaltykiller’ Tim Krul. Vervolgens werd heel slim besloten om een dag later tijdens een persconferentie én Cillissen én Krul achter de tafel te laten plaatsnemen. Mede door een grap van de doorgaans saaie Cillissen (“Ik zag dat Bruno het warm had”) was het veenbrandje snel geblust. Regisseur Kees Jansma lachte tevreden. Hij beleefde tijdens het evenement in Brazilië echter ook vervelende momenten, want werken met Van Gaal valt echt niet mee.


Zijn vakmanschap werd en wordt echter door niemand bewist. Zelfs Johan Derksen van VI Oranje – misschien wel de grootste criticaster van Van Gaal - ging overstag, tekent Logtenberg op. De auteur voert diverse bewijzen aan voor de uiterst consciëntieuze manier waarop Van Gaal te werk ging, waarbij de hand van de meester zichtbaar was. De wijze waarop de controlfreak zijn selectie op scherp zette voor de kleine finale van het WK, de misschien wel meest ondankbare wedstrijd in het interlandvoetbal, was veelzeggend. Eén voor één liet hij de basisspelers van het duel met Argentinië naar zijn kamer komen om hen op de man af te vragen of ze zich nog konden opladen voor de ontmoeting met Brazilië. Geen van de spelers zei nee, al lieten Sneijder en Arjen Ribben direct na de uitschakeling door Messi en co, nog weten dat die wedstrijd hen gestolen kon worden. Van Gaal legde dezelfde vraag ook voor aan de hele groep. Niemand wilde (of durfde?) zijn trainer af te vallen. Spelers willen, ondanks alles, voor hem door het vuur gaan.


Van Gaal maakt in de regel de indruk de wijsheid in pacht te hebben; soms zit zelfs hij er eens naast. In de wedstrijd tegen Argentinië stuurde hij Klaas-Jan Huntelaar het veld in als vervanger van de leeggespeelde Robin van Persie. The Hunter kon echter evenmin potten breken. Van Gaals intuïtie had hem in de steek gelaten. Had-ie maar moeten luisteren naar Danny Blind, met wie hij al jaren een twee-eenheid vormt. Zijn latere opvolger (nadat Guus Hiddink was vertrokken als bondscoach) had Memphis Depay willen brengen. Ook dat weet Logtenberg fijntjes te beschrijven.


Grappig is verder dat juist Van Gaal als enige het protocol naast zich neerlegde toen Willem Alexander en Máxima een bezoek brachten aan de Oranje-delegatie. Hij gaf de koningin tegen alle regels een kus. “Ze stond erop te wachten.” Ja ja. Een geërgerde Jansma wist wel beter en zo was en blijft er never a dull moment met Louis van Gaal.


De hand van Van Gaal

Auteur: Hugo Logtenberg

Uitgeverij: Prometeheus

ISBN: 978-90-446-3816-5

Prijs: 17,50 euro


***


Deel 1: Bert Hiddema raakt niet uitgeschreven over Johan Cruijff.


Wat heeft Bert Hiddema nog in petto over Johan Cruijff? Hij schreef al onder meer ‘Cruijff! Van Jopie tot Johan’ en ‘El Cruijff!’ om de jeugd van Ajax’ eeuwige nummer 14 uit te diepen in ‘De jonge jaren’. Deze zomer volgde ‘De magere jaren’, waarin hij Cruijffs (voetbal)leven vanaf 1973 beschrijft. Met als slotzin ‘Op zondag 6 december 1981 maakt Cruijff zijn comeback in De Meer.’


Een open eind, dat welhaast om een vervolg schreeuwt. Titelsuggestie? ‘De laatste jaren’ misschien? Och, Hiddema zal zelf voldoende kennis, inspiratie en fantasie hebben om ook van ‘deel zoveel’ een leesbaar boek te maken. Met op zijn tijd wat gevoel voor overdrijving. Op die momenten gebruikt hij citaten alsof hij er zelf bij was toen Cruijff tijdens het WK 1974 urenlang met vrouwlief Danny aan de telefoon hing. Of toen zijn gezin werd overvallen. En wat te denken van de periode waarin Cruijff het aan de stok kreeg met Danny’s vader, Cor Coster, en hem aan de kant zette om in zee te gaan met de door en door corrupte Michel Georges Basilevitch.


Cruijff krijgt pas als het (veel) te laat is in de gaten dat de Fransman met Wit-Russisch bloed hem financieel te gronde richt. De Amsterdammer had zo graag als zakenman willen slagen, maar hij ziet de claims van de Belastingdienst en de Spaanse centrale bank torenhoog oplopen. Hiddema weet zich zo in Cruijff te verplaatsen dat je bijna medelijden met hem krijgt. Anderzijds: wat was hij naïef toen zeg. Een houding die bij de voormalige ster van Ajax, Barcelona en het Nederlands elftal op het veld juist ver te zoeken was. Daar dacht hij, onder de goedkeurende blikken van trainer Rinus Michels, steeds enkele stappen vooruit, ook toen hij noodgedwongen in Amerika ging voetballen. Ellenlange en smeuïg gereconstrueerde onderhandelingen over verdiensten en lengte van de contracten gingen er overigens aan vooraf. Cruijff moest wel, omdat hij zijn schulden moest terugbetalen en toch wat voor de ‘oude dag’ wilde hebben.


Hiddema beschrijft het met passie en hij neemt de lezer in het kielzog van zijn hoofdpersoon mee naar Barcelona en naar de Nieuwe Voetbalwereld, de Verenigde Staten. De auteur stipt aan hoe Cruijff, net als vroeger in het Europese clubvoetbal, de regie naar zich toetrekt en vrijwel overal (on)gewild tweespalt zaait. Allengs wordt het eveneens duidelijk dat zijn lichaam niet meer alles aankan. Het is al een wonder dat hij na zijn 31e is doorgegaan. Cruijff hield lang vol dat hij in 1978 zou stoppen met voetbal en dat het WK in dat jaar voor hem nooit een serieuze optie is geweest. Hiddema weet het allemaal tot in de kleinste detail uit te leggen. Pijnlijk is zijn constatering dat de band tussen Cruijff en moeder Nel verre van hecht was, hij liet zelfs verstek gaan op haar crematie. Dat hij gebrouilleerd was met broer Henny was al langer bekend.


Spijtig is wel dat de ‘biograaf’ af en toe van de hak op de tak springt en dat er wat storende onvolkomenheden in zijn boek zijn geslopen. Werd er in 1973 echt tijdens een toernooi in La Coruna gestemd over het aanvoerderschap, waarbij de meerderheid koos voor Piet Keizer, of toch tijdens het traditionele trainingskamp in De Lutte? Zeker is dat Cruijffs officiële debuut in Ajax-één op 15 november 1964 was in plaats van een jaar later. Verder wordt twee keer de achternaam van Peter Arntz (speler geweest van onder meer AZ ’67 en Go Ahead) verkeerd afgedrukt. Als je hiermee in de fout gaat zou je als lezer bijna gaan twijfelen aan de vele andere feiten waarmee Hiddema op de proppen komt. Dat zal echter wel meevallen, al blijft hij op de eerste plaats een romancier, maar wel een met veel parate kennis.


P.s.: de titel van het boek slaat niet alleen op de vele sportieve en zakelijke tegenvallers die Cruijff voor de kiezen kreeg. ‘El Flaco’ (‘de magere’) was namelijk zijn bijnaam in Spanje en niet ‘El Salvador’, al beschouwde Catalonië hem ook als een politieke held.


Cruijff! De magere jaren 1973-1981

Auteur: Bert Hiddema

Uitgeverij: Xander Uitgevers

ISBN: 978-94-0160-856-5

Prijs: 19,99 euro


***




Jongensdromen/Het gouden seizoen van Ajax.
Auteur: Willem Vissers.
Uitgeverij: Inside/Overamstel Uitgevers.
ISBN: 978-904885-233-8.
Prijs: 15 euro.

Jongensdromen/Het gouden seizoen van Ajax.
Auteur: Willem Vissers.
Uitgeverij: Inside/Overamstel Uitgevers.
ISBN: 978-904885-233-8.
Prijs: 15 euro.

JongensdromenSportboekboekenrubriek