Johan Cruijff - Ajacied

Ajacied ben je niet voor even ... Ajacied ben je voor je hele leven !


Johan Cruijff is, was en blijft Ajacied. door Hans Janssen


 ‘Weet je hoeveel zes plus acht is?’, vraagt een collega me.


‘Zes plus acht?’, herhaal ik de som. Plotseling valt het kwartje: veertien.


Da’s logisch: op 68-jarige leeftijd is deze dag Johan Cruijff, de eeuwige nummer 14, overleden.


Zijn dood valt in het niet bij die onbeschrijfelijke ellende die dinsdag is aangericht in Brussel, maar toch is er sprake van een Zwarte Donderdag. Iedereen kende of kent Cruijff. De ras-Amsterdammer bond en boeide alles en iedereen. Vanaf het prille begin, toen hij met zijn spillebeentjes zijn opwachting maakte in Ajax-één en zich opwerkte tot één van de belangrijkste pionnen in het totaalvoetbal dat hij samen met toenmalig trainer Rinus Michels tot wasdom liet komen. Later, bij Barcelona, bij Ajax, bij aartsrivaal Feyenoord (dat onder hem de titel pakte) en uiteraard het Nederlands elftal bewees hij over een periode van twintig jaar zijn nauwelijks te evenaren klasse. Overal waar hij kwam. Vandaar dat zijn heengaan ook nu, tot en met zijn dood dus, veel losmaakt, zoals valt op te maken uit de ontelbare reacties die binnen de kortste keren loskwamen na de onheilstijding. En zoals nog heel lang het geval zal zijn. Cruijff valt gewoon niet weg te denken. Hij heeft zoveel betekend. Op zoveel vlakken. Voor jong en oud.


Voor de buitenwacht kwam zijn overlijden als een donderslag bij heldere hemel. Maar zo rooskleurig was zijn situatie al lang niet meer. Een half jaar geleden werd bij hem longkanker geconstateerd. Die diagnose alleen al schokte de voetbalwereld. Meer nog: de sportwereld en vele andere geledingen binnen de maatschappij. In Nederland en ver daarbuiten. Cruijff was meer dan Nederlands beste voetballer aller tijden en één van ’s werelds beste voetballers ooit. Met zijn Cruyff Foundation richtte hij zich al jaren op kansarmen in de samenleving en op de Cruyff University konden en kunnen met name sporttalenten zich laten scholen. Cruijff liet zich er ook vaak zien en toonde zich immer een belangstellend en toegankelijk mens. Dat het Cruyffiaans niet altijd te volgen was, och, hij kon er niet mee zitten. En hoe vaak wordt er niet op teruggegrepen – door Jan en alleman, door vriend en vijand. Met respect en soms meewarig grijnzend, maar nooit met hoongelach.


Daarom kwam het nieuws van zijn ziekte ook zo hard aan. Bij iedereen. Iedereen leefde met hem mee. En was er iemand die er rekening mee hield dat Cruijff deze wedstrijd zou verliezen? Hij verliest immers nooit. Johan is onsterfelijk, zou je denken. Nee dus, de ‘El Salvador’ blijkt toch een mens te zijn geweest. Eerder deze maand leek hij nog zo optimistisch: “Ik sta met twee-nul voor in de eerste helft.” Enkele weken later komen deze woorden in een ander daglicht te staan. Misschien was hij toen zieker dan hij zich voordeed. En had hij voor de zoveelste keer mensen op het verkeerde been gezet. En wilde hij de laatste weken van zijn leven die hem nog waren gegund, met rust worden gelaten. Over zijn privé besognes heeft hij nooit graag gepraat, wist hij altijd een scherm te plaatsen. Wat wil je als je zo wordt geleefd.


Cruijff stond dus met 2-0 voor, zei hij onlangs bij een bezoek aan Max Verstappen toen de formule 1-coureur in Barcelona was. Ajax, in zijn hart ondanks alles toch altijd zijn club gebleven, won zondag met dezelfde cijfers van PSV. Laten we hopen dat de ploeg van Frank de Boer, die tot nu toe overigens 68 maal heeft gescoord en 68 punten heeft vergaard, deze voorsprong wel weet vast te houden en de (titel)strijd weet te winnen. Zodat landskampioenschap nummer 34 een feit is. Al is het maar voor Johan, die Ajacied is, was en zal blijven.


Een vurige wens namens velen tot slot: wat zou het mooi zijn wanneer de Amsterdam Arena zijn naam gaat dragen. Eén ding weet ik zeker: het zal vrijdagavond een indrukwekkende veertiende minuut worden tijdens de oefenwedstrijd tussen Nederland en Frankrijk. Het spel zal dan uit nagedachtenis aan een groot mens worden stil gelegd. Niet minder uitbundig zal het eerbetoon (moeten) worden wanneer Ajax volgende week zondag in datzelfde stadion de competitie hervat tegen PEC Zwolle.


Over de doden niets dan goeds en soms wordt bij terugblikken en herdenkingen overdreven, maar Cruijff verdient deze aandacht. Hij mag niet vergeten worden en dat zal ook nooit gebeuren, daar twijfel ik geen moment aan. Ik zal in ieder geval met plezier terugdenken aan al die doelpunten, passjes, versnellingen van hem als voetballer en de vele successen die met hem behaald zijn, maar ook aan het interview dat ik ooit voor het magazine van De Ajacied met Cruijff in Barcelona mocht hebben. Gewoon, op een terrasje in het hartje van de Catalaanse stad. Ook dat typeerde Johan Cruijff.


Heel veel kracht en sterkte en God's nabijheid voor de familie.